RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/605559 / JE RK 26-75
Datum uitspraak: 9 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd in Utrecht,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. L.M. Bongers,
[vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. S.A. Ray.
1 Het (verdere) verloop van de procedure
Voor het procesverloop wordt verwezen naar de beschikking van 5 maart 2026. Bij deze beschikking heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd voor de duur van zes maanden en de beslissing op het verzoek voor het overige aangehouden.
De kinderrechter heeft daarna ontvangen:
-
de brief van de GI over het aangehouden deel (met bijlagen), ontvangen op 18 augustus 2026;
-
de nazending van de GI (mailwisseling met de vader), ontvangen op 25 augustus 2026;
-
het verweerschrift van de vader, ontvangen op 7 september 2026;
-
de pleitaantekeningen van de advocaat van moeder, overlegd ter zitting.
Op 9 september 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- mevrouw [A] , namens de GI.
De kinderrechter heeft op de zitting direct mondeling uitspraak gedaan. Dit is een
schriftelijke uitwerking van die beslissing.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 maart 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar, tot 12 maart 2026. Bij beschikking van 5 maart 2026 heeft de kinderrechter de maatregel verlengd voor de duur van zes maanden en het overige deel aangehouden.
3 Het verzoek
Verzoek GI
De kinderrechter moet nog beslissen op het aangehouden deel van het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Verzoek vader
De vader verzoekt te bepalen, uitvoerbaar bij voorraad:
-
ten aanzien van het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] een beslissing te nemen als de rechtbank in hun belang juist acht, waarbij vader zich ten aanzien van de verlenging refereert aan het oordeel van de rechtbank;
-
bij de verdere uitvoering van de ondertoezichtstelling als uitgangspunt te nemen dat uitvoering wordt gegeven aan de door de kindbelangbehartiger ten aanzien van beide ouders geformuleerde aandachtspunten en voorwaarden, teneinde de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] weg te nemen en de voorwaarden voor eventueel toekomstig contactherstel te realiseren;
-
de GI op te dragen, althans nadrukkelijk in overweging te geven, om op korte termijn concreet onderzoek te verrichten naar de vraag of een tijdelijke uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] noodzakelijk is en, indíen een uithuisplaatsing aan de orde is, daarbij uitdrukkelijk de door vader voorgestelde netwerkplaatsing in zijn woning te [woonplaats] , met inzet van zijn zussen [B] en [C] , op geschiktheid, veiligheid en haalbaarheid te onderzoeken;
-
de GI daarbij tevens te laten onderzoeken onder welke voorwaarden, met welke professionele begeleiding en volgens welke fasering een dergelijke netwerkplaatsing kan worden vormgegeven en van daaruit, indien en zodra dit in het belang van de minderjarigen verantwoord is, kan worden toegewerkt naar gefaseerd contactherstel met vader;
-
te bepalen, althans de GI in overweging te geven, dat over de uitkomsten van voormeld onderzoek en het verdere perspectief van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] binnen een door de rechtbank te bepalen termijn schriftelijk aan de rechtbank en de belanghebbenden wordt gerapporteerd;
-
indien de GI tot de conclusie komt dat een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is, de GI in overweging te geven de hiervoor beschreven netwerkplaatsing uitdrukkelijk te betrekken bij haar beslissing omtrent de voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] meest passende verblijfplaats;
-
althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] juist acht.
4 De standpunten
De moeder is het eens met het verzoek van de GI. Zij vindt zes maanden verlenging zeker nodig. Zij is het niet eens met de verzoeken van de vader, en verzoekt dan ook vader niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de verzoeken af te wijzen.
De vader begrijpt het verzoek van de GI, maar hij zou graag tot contactherstel met zijn kinderen komen en ziet hiervoor mogelijkheden.
5 De beoordeling
De beslissing
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de duur van zes maanden. Hierna legt zij uit waarom.
Wat zegt de wet?
De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen als een minderjarige zodanig opgroeit dat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, de noodzakelijke zorg door de ouder(s) niet of onvoldoende wordt geaccepteerd en de verwachting bestaat dat de ouder(s) de verzorging en opvoeding binnen aanvaardbare termijn zelf weer kunnen dragen. Op verzoek van de GI kan de kinderrechter deze ondertoezichtstelling telkens met maximaal een jaar verlengen.1
De motivering van de verlenging
De kinderrechter is van oordeel dat de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds ernstig wordt bedreigd. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald. De kinderen worden in hun ontwikkeling bedreigd door de voortdurende geschillen tussen de ouders na de scheiding, en de emoties die de ouders hierin ervaren. De speltherapeut van GGZ [naam] heeft bij de GI ook zorgen geuit over loyaliteit en klem zitten.
Er is geen contact tussen de kinderen en de vader. De kinderen willen niet meer naar de vader. De vader wil graag het contact met zijn kinderen herstellen. De advocaat van vader brengt naar voren dat de rechten van de vader en de kinderen op contact op grond van artikel 8 EVRM worden geschonden. De kinderechter benadrukt dat in de afweging van belangen in het kader van artikel 8 EVRM en het Verdrag van Istanbul de veiligheid van de kinderen en de veiligheid van de moeder als vaste verzorger voor nu het zwaarste weegt. Recent heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Ubeda e.a. tegen Italië (weer) geoordeeld dat in het geval van reële aanwijzingen over huiselijk geweld de overheid deze aanwijzingen serieus moet nemen en de overheid snel, grondig en effectief moet optreden. Op de zitting heeft de moeder (opnieuw) haar verhaal gedaan over wat er zich tijdens de relatie heeft afgespeeld. Deze uitspraken tezamen met de beslissing van Schadefonds Geweldsmisdrijven, maakt voor de kinderrechter dat nu eerst een veiligheidscheck moet plaatsvinden. De GI heeft ingezet op een MASIC-onderzoek, deze zal op korte termijn starten.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ouders zijn gedeeltelijk bereid en onvoldoende in staat om (met elkaar) de noodzakelijke hulpverlening in te schakelen en de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen.
De kinderrechter vindt toewijzing van het aangehouden gedeelte van het verzoek verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden passend, gelet op de grote zorgen die er zijn en de tijd die het MASIC-onderzoek nodig heeft voor een afronding.
Verzoeken van de vader
De kinderrechter zal de vader niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoeken aangezien de wet geen grondslag biedt voor deze verzoeken. Het betreft wensen over de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Wettelijk uitgangspunt is dat de GI het beleid bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling bepaald. De kinderrechter hecht er nog aan dat zij geen enkele aanleiding heeft is om de GI in overweging te geven om een uithuisplaatsing
Uitvoerbaar bij voorraad
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 12 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.F. van Loon als griffier, en op schrift gesteld op 17 september 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.