RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Verkort vonnis van de meervoudige kamer van 17 juli 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres] , [postcode] in [plaats] ,
hierna: de verdachte.
1 Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 3 juli 2026. Op de zitting waren aanwezig:
-
de officier van justitie: mr. S. Mirshahi;
-
de advocaat van de verdachte: mr. P.A.J. van Putten (hierna: de advocaat).
2 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1 op 4 januari 2022 in Muiden opzettelijk 10,47 kilogram hennep heeft vervoerd;
feit 2 primair op 4 januari 2022 in Alkmaar samen met anderen 266 hennepplanten heeft geteeld;
feit 2 subsidiair op 4 januari 2022 in Alkmaar medeplichtig is geweest aan het telen van 266 hennepplanten door anderen door een pand beschikbaar te stellen voor die teelt;
feit 3 op 4 januari 2022 in Alkmaar samen met anderen opzettelijk 12 kilogram hennep aanwezig heeft gehad;
feit 4 primair op 4 januari 2022 in Alkmaar samen met anderen elektriciteit van Liander B.V. heeft gestolen door middel van verbreking;
feit 4 subsidiair op 4 januari 2022 in Alkmaar medeplichtig is geweest aan het stelen van elektriciteit van Liander B.V. door anderen door middel van verbreking, door het pand waar zich het elektriciteitsnetwerk bevond ter beschikking te stellen voor de teelt van hennepplanten;
feit 5 primair op 4 januari 2022 in Alkmaar samen met anderen water van waterleidingbedrijf PWN heeft gestolen doormiddel van verbreking;
feit 5 subsidiair op 4 januari 2022 in Alkmaar medeplichtig is geweest aan het stelen van water van waterleidingbedrijf PWN doormiddel van verbreking, door het pand waar zich het waternetwerk bevond ter beschikking te stellen voor de teelt van hennepplanten.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3 Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 primair, 3, 4 primair en 5 primair heeft gepleegd. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de primaire beschuldigingen onder feit 2, 4 en 5 en van feit 3. De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs ten aanzien van deze (primaire) feiten. Deze worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken in paragraaf 3.3. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank wat betreft feit 1 en de subsidiaire beschuldigingen onder feit 2, 4 en 5.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1, 2 primair, 3, 4 primair en 5 primair zijn bewezen. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen die in dit verkorte vonnis nog niet zijn opgenomen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.
Onvoldoende bewijs voor het verweten ‘in vereniging plegen’
De verdachte wordt er van beschuldigd dat hij het telen van hennep (feit 2), het aanwezig hebben van hennep (feit 3) en de diefstal van stroom en water (feiten 4 en 5) samen met een of meer anderen heeft gepleegd. Om tot een bewezenverklaring te komen van het in vereniging plegen, zoals dit de verdachte bij deze feiten juridisch wordt verweten, is vereist dat komt vast te staan dat er (in ieder geval) een medepleger is geweest waarmee de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt. Het dossier biedt aanwijzingen dat, naast de verdachte, andere personen betrokken zijn geweest bij de genoemde feiten. Desondanks kan de rechtbank op basis van het dossier niet wettig en overtuigend bewijzen dat er in dat geval sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met die ander(en) en dus van medeplegen. Om die reden wordt de verdachte partieel vrijgesproken van het medeplegen.
Wel voldoende bewijs voor pleger
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte wel kan worden aangemerkt als pleger van de genoemde feiten. Uit het dossier volgt dat de verdachte zich intensief bezighield met de kweek van hennep. Op 4 januari 2022 is namelijk een flinke hoeveelheid hennep in de auto waarin de verdachte reed aangetroffen en de woning waar de hennepkwekerij is aangetroffen, betreft de koopwoning van de verdachte. De verdachte heeft op 4 januari 2022 tegenover de politie verklaard dat hij recentelijk (hij denkt 8 dagen geleden of zo) nog in die woning was geweest. Uit het dossier volgt dat de in de woning aanwezige hennepkwekerij niet te missen was, bij het aanwezig zijn in de woning. Ook blijkt uit het onderzoek aan de telefoons van de verdachte dat hij een grote betrokkenheid had bij de hennepteelt in zijn woning. Uit dit onderzoek blijkt dat de verdachte foto’s, filmpjes, notities en gesprekken op zijn telefoons heeft staan die zien op hennepteelt en dat sommige foto’s, gelet op de locatiegegevens, verwijzen naar de woning naast de woning waar de hennepkwekerij is aangetroffen.
De verdachte heeft verklaard dat de woning werd verhuurd en dat hij niets van doen had met de aangetroffen hennepkwekerij in zijn woning. Het door hem overgelegde gekopieerde huurcontract, zonder naam van de huurder, is daartoe echter onvoldoende overtuigend. De politie heeft vervolgens bij de advocaat van de verdachte het originele contract opgevraagd. De politie heeft geconstateerd dat het originele contract niet geheel overeen komt met het gekopieerde contract en heeft onderzoek gedaan naar de persoon van het identiteitsbewijs die als bijlage bij het originele contract zat. Die persoon bleek sinds 7 februari 2018 niet meer in Nederland te staan ingeschreven en naar Polen te zijn geëmigreerd, terwijl het huurcontract is ingegaan op 1 mei 2020. Het door de verdachte geschetste alternatief scenario is daarmee onvoldoende verifieerbaar gebleken. De rechtbank gaat hier dan ook in het licht van de hierboven genoemde feiten en omstandigheden aan voorbij.
Gelet op al het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat de verdachte volledig op de hoogte was van de hennepkwekerij in zijn eigen woning en ook een actieve rol heeft gespeeld in de teelt van die hennep.
Het plegen van de diefstallen van hennep en stroom
Het telen van hennep en het stelen van stroom en water hangen nauw met elkaar samen. Het is namelijk een feit van algemene bekendheid dat water en stroom worden gestolen om te voorkomen dat de kweek van hennep wordt opgemerkt.
Daar komt bij dat het de koopwoning van de verdachte betreft. Bovendien was de verdachte de contractant van de stroomleverancier. De rechtbank concludeert hieruit dat de verdachte, die de teler van de hennepkwekerij was, ook degene is geweest die de elektriciteit en het water ten behoeve van de kwekerij door diefstal moet hebben weggenomen door middel van illegale aansluitingen. De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte stroom en water heeft weggenomen door middel van verbreking. Overeenkomstig het oordeel van de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met die anderen bij de hennepkwekerij, zal de rechtbank de verdachte ook partieel vrijspreken van het medeplegen van deze feiten.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1 op 4 januari 2022 te Muiden opzettelijk heeft vervoerd een hoeveelheid van 10,47 kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
feit 2 primair op 4 januari 2022 te Alkmaar opzettelijk heeft geteeld een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten 266 hennepplanten, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
feit 3 op 4 januari 2022 te Alkmaar opzettelijk aanwezig heeft gehad 12 kilogram hennep, zijnde hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
feit 4 primair op 4 januari 2022 te Alkmaar een hoeveelheid elektriciteit dat geheel aan Liander B.V. toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
feit 5 primair op 4 januari 2022 te Alkmaar een hoeveelheid water dat geheel aan PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2 primair: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;
feit 3: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 4 primair en feit 5 primair: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5 Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 45 dagen, met aftrek van het voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De advocaat is het eens met de eis van de officier van justitie.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van een grote hoeveelheid hennepplanten in zijn woning en de daaraan gerelateerde diefstal van stroom en water. Daarnaast heeft de verdachte een flinke hoeveelheid hennep vervoerd en aanwezig gehad. Hennep is een verdovend middel waarvan het gebruik schadelijk kan zijn voor de volksgezondheid. Daarnaast is hennepteelt ongewenst omdat de handel in en het gebruik van dergelijke verdovende middelen vaak gepaard gaan met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit waarvan anderen overlast ondervinden en waardoor de samenleving schade wordt toegebracht. Door het telen van hennep en de gepaard gaande diefstal van stroom en water kunnen gemakkelijk onveilige en brandgevaarlijke situaties ontstaan door de grote hoeveelheid aangebrachte apparatuur in een daarvoor niet geschikte ruimte en door de manipulatie van elektrische installaties. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van deze problematiek. Zijn handelen is slechts gericht geweest op eigen financieel gewin, zonder daarbij na te denken over de mogelijke negatieve gevolgen voor anderen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 9 juni 2026. Hieruit volgt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Bovendien is de verdachte nadat hij voor onderhavige strafbare feiten is verhoord, niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen. De rechtbank zal het strafblad dan ook niet in strafverzwarende zin meewegen.
De verdachte heeft voor onderhavige feiten 45 dagen in voorlopige hechtenis gezeten. Hiervan heeft hij 12 dagen in beperkingen gezeten. De rechtbank zal deze zware vorm van detentie in strafverminderende zin meewegen.
De advocaat heeft op de zitting gemeld dat de verdachte inmiddels mede-eigenaar is van een nagelstudio en dat hij zijn leven goed op orde heeft.
Strafkader
De feiten dateren inmiddels al van 4,5 jaar geleden. De rechtbank neemt bij de straftoemeting de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dan ook in aanmerking. Als uitgangspunt geldt dat binnen een termijn van twee jaar na aanvang van de redelijke termijn vonnis dient te worden gewezen. In deze zaak gaat de rechtbank uit van het moment waarop de verdachte door de politie als de verdachte is gehoord als het moment waarop de redelijke termijn is aangevangen, te weten op 4 januari 2022. Tussen die datum en de datum van het vonnis – 17 juli 2026 – ligt een periode die de redelijke termijn met ruim 2,5 jaar overschrijdt. Deze overschrijding is niet te wijten aan de verdachte. Van bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding zouden kunnen rechtvaardigen, is niet gebleken. De rechtbank weegt de overschrijding van de redelijke termijn dan ook in strafmatigende zin mee.
Naarmate de tijd vergaat, neemt het strafdoel van vergelding af. De rechtbank ziet dan ook geen doel meer in het opleggen van een gevangenisstraf die het voorarrest overstijgt. Met name ook omdat de verdachte destijds al 45 dagen in voorarrest heeft gezeten. Daar komt bij dat het opleggen van een gevangenisstraf die het voorarrest overstijgt de positieve ontwikkelingen van de verdachte kan doorkruisen, wat niet in lijn is met het strafdoel om herhalingsgevaar te voorkomen; de verdachte dient de positieve ontwikkelingen door te zetten om herhaling te voorkomen. Tot slot ziet de rechtbank ook geen strafdoel in het opleggen van een taakstraf omdat de verdachte de komende tijd al hard zal moeten werken om de (in apart vonnis) toegewezen vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen.
Strafoplegging
De rechtbank legt alles afwegende, zoals de officier van justitie heeft geëist, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 45 dagen, met aftrek van het voorarrest. De verdachte hoeft dus niet terug naar de gevangenis.
6 In beslag genomen voorwerpen
Onder de verdachte zijn verschillende goederen in beslag genomen. De officier van justitie en de advocaat stellen zich beide op het standpunt dat de telefoons, de sleutels, de powerbank, het wifipunt en het notitieboek terug kunnen naar de verdachte. Verder stellen zowel de officier van justitie als de advocaat zich op het standpunt dat de pepperspray, de ploertendoder en de hennep moeten worden onttrokken aan het verkeer en dat de sporttas verbeurd moet worden verklaard.
De rechtbank deelt de standpunten van de officier van justitie en de advocaat en zal gelasten dat de telefoons, de sleutels, de powerbank, het wifipunt en het boek worden teruggegeven aan de verdachte. Verder zal de rechtbank de pepperspray en de ploertendoder onttrekken aan het verkeer omdat deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De rechtbank zal op grond van artikel 13a van de Opiumwet ook de hennep onttrekken aan het verkeer, nu dit middel in lijst II strafbaar is gesteld. Tot slot zal de tas verbeurd worden verklaard, nu het eerste feit met behulp van dit voorwerp is begaan.
7 Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
8 De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
-
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 primair, 3, 4 primair en 5 primair heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
-
verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht (De hoogte van de opgelegde gevangenisstraf is gelijk aan de duur die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zodat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis);
beslag
- gelast dat de volgende voorwerpen worden teruggegeven aan de rechthebbende, te weten H.V. Phung:
o 1 STK Telefoontoestel Oppo (G2929914);
o 1 STK Telefoontoestel Met zwart hoesje, Apple iPhone (G2929917);
o 1 STK Acculader (G2929919);
o 1 STK Telefoonautomaat (G2929930);
o 1 STK Boek (G2929957);
o 6 STK Sleutel (G2930351);
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
o 1 BUS Pepperspray (G2930012);
o 1 STK Wapen Ploertendoder (G2930014);
o 2 STK Verdovende Middelen (G2929936);
- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:
o 1 STK Tas (G2930119).
Dit vonnis is gewezen door mr. L.R.H. Koekoek, voorzitter, mr. N.M.H. van Ek en mr. C. Van Wambeke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kiestra als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
feit 1 hij op of omstreeks 4 januari 2022 te Muiden, gemeente Gooise Meren, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 10,47 Kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 2 primair hij op of omstreeks 4 januari 2022 te Alkmaar , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten 266 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of hennepstekken en/of delen daarvan, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 2 subsidiair een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 4 januari 2022 te Alkmaar , althans in Nederland, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres] te [plaats] ) een hoeveelheid van ongeveer 266 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 4 januari 2022 te Alkmaar , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen het pand aan de [adres] te [plaats] voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;
feit 3 hij op of omstreeks 4 januari 2022 te Alkmaar , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 12 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 4 primair hij op of omstreeks 4 januari 2022 te Alkmaar , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander B.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
feit 4 subsidiair een of meerdere onbekend gebleven personen op of omstreeks 4 januari 2022 te Alkmaar , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (grote) hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander B.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 januari 2022 te Alkmaar , althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest door het pand alwaar zich het elektriciteitsnetwerk bevond, [adres] , voor de teelt en het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;
feit 5 primair hij op of omstreeks 4 januari 2022 te Alkmaar , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid water, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
feit 5 subsidiair een of meerdere onbekend gebleven personen op of omstreeks 4 januari 2022 te Alkmaar , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (grote) hoeveelheid water, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 januari 2022 te Alkmaar , althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest door het pand alwaar zich het waternetwerk bevond, [adres] , voor de teelt en het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.