RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 5330315 \ CV EXPL 16-8424
Vonnis van de kantonrechter van 8 maart 2017
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats X] ,
eisende partij,
gemachtigde mr. N. Pustjens,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Y] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats Y] ,
[Y] partij,
gemachtigde mr. R.M. de Hair.
Partijen worden verder in dit vonnis aangeduid als [X] en [Y] .
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding
-
de conclusie van antwoord
-
de conclusie van repliek
-
de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[X] heeft in opdracht en voor rekening van [Y] transportwerkzaamheden uitgevoerd op de navolgende locaties:
-
Kloosterstraat te Roggel
-
Berkenlaan te Roggel
-
Engerweg te Kerkrade.
[X] heeft in verband met deze uitgevoerde transportwerkzaamheden een aantal facturen aan [Y] toegezonden:
-
VFA1506776 d.d. 25 juni 2015 € 4.867,87
-
VFA1507119 d.d. 3 juli 2015 € 943,80
-
VFA1511252 d.d. 6 oktober 2015 € 8.077,63.
[Y] heeft op 9 juni 2016 op de laatste factuur VFA1511252 een bedrag van
€ 7.977,80 in mindering voldaan.
Bij overeenkomst van 14 juli 2014 heeft de heer [A] althans de besloten vennootschap [B] Holding B.V. aan de besloten vennootschap [C] Houdstermaatschappij B.V. 50% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van de besloten vennootschap [D] Recycling B.V. (afgekort ROS) verkocht. De resterende 50% van de aandelen in het kapitaal van ROS zijn door [B] Holding B.V. bij overeenkomst van 7 augustus 2015 aan de besloten vennootschap [C] houdstermaatschappij B.V. verkocht.
3 Het geschil
[X] vordert – na vermindering van haar vordering bij repliek – veroordeling van [Y] tot betaling van € 3.015,84, vermeerderd met de contractuele rente en kosten.
[Y] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
[X] vordert – nadat zij haar vordering bij conclusie van repliek heeft
verminderd – een bedrag van € 3.015,84 terzake door [Y] onbetaald gelaten facturen.
[Y] voert verweer tegen deze vordering en voert daartoe aan dat er weliswaar sprake is van een openstaand factuurbedrag maar dat de hoogte daarvan niet juist is. [X] heeft teveel wachturen en ten onrechte stortkosten bij [Y] in rekening gebracht. [Y] komt dan ook tot een werkelijk verschuldigd totaalbedrag van
€ 13.392,55, op welk bedrag zij € 10.873,46 in mindering heeft voldaan, zodat in hoofdsom resteert een bedrag van € 2.519,09.
Voorts voert [Y] aan dat zij in totaal – na cessie van vorderingen van [E] Aanneming aan haar – in totaal een bedrag van € 2.371,60 te verrekenen heeft. Dit bedrag is samengesteld uit een tweetal factoren, te weten een factuur ad € 762,30 terzake transport van gebroken asfalt en een schadebedrag van € 1.609,30. Dit laatste bedrag ziet op schade die een medewerker van [X] aan eigendommen van [Y] zou hebben toegebracht.
Bij repliek heeft [X] de factuur van € 762,30 erkend en zij heeft aangegeven dat dit bedrag kan worden verrekend met haar vordering. [X] heeft voorts het door [Y] opgevoerde schadebedrag nadrukkelijk betwist.
De kantonrechter overweegt als volgt.
De kantonrechter stelt vast dat [Y] eerst bij dupliek haar standpunt ten aanzien van de teveel in rekening gebrachte wachturen gemotiveerd en gedetailleerd onderbouwt. Naar het oordeel van de kantonrechter had het op de weg van [Y] gelegen om op grond van het bepaalde in artikel 128 lid 3 en 5 Rv haar verweer reeds bij conclusie van antwoord te concentreren en van een deugdelijke onderbouwing te voorzien. Nu [Y] dit heeft nagelaten, wordt [X] in een nadelige positie gebracht, nu zij zich immers niet meer tegen de stellingen van [Y] kan verweren. De kantonrechter zal dan ook aan het verweer zoals dat door [Y] op dit punt is gevoerd voorbij gaan.
Het door [Y] gedane beroep op verrekening van het schadebedrag van
€ 1.609,30 wordt gepasseerd, nu [X] de verschuldigdheid van enig schadebedrag heeft betwist en daarnaast de gegrondheid van het verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen. Bovendien geldt ook hier dat [Y] het door haar geclaimde bedrag van
€ 1.609,30 pas bij conclusie van dupliek nader onderbouwt. Ten aanzien van de in dat verband door [Y] overgelegde facturen merkt de kantonrechter op dat daaruit niet valt af te leiden op welk object de uitgevoerde reparaties zien en of de werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de door [Y] gestelde schade.
Uit het vorenstaande volgt dat de vordering van [X] aan haar dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 2.253,54.
De kantonrechter acht geen termen aanwezig [Y] toe te laten tot nadere bewijslevering.
[Y] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [X] worden begroot op:
-
dagvaarding € 77,75
-
griffierecht 471,00
-
salaris gemachtigde 300,00(2 x tarief € 150,00)
totaal € 848,75.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [Y] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [X] te betalen een bedrag van € 2.253,54, vermeerderd met de contractuele rente vanaf de vervaldag van de factuur tot aan de voldoening,
veroordeelt [Y] in de proceskosten aan de zijde van [X] gevallen en tot op heden begroot op € 848,75,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.
type: ph
coll: