ECLI:NL:RBNHO:2026:10216

Datum uitspraak
02-09-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
K/4102/11982877
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De vordering tot betaling van de (hoge) eindafrekening van het drinkwaterverbruik wordt toegewezen. De gedaagde partij heeft door de jaren heen geen meterstanden doorgegeven.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: 11982877 \ CV EXPL 25-7928

Vonnis van 2 september 2026

in de zaak van

de naamloze vennootschap,PWN WATERLEIDINGBEDRIJF NOORD-HOLLAND,

te Velserbroek,

eisende partij,

hierna te noemen: PWN,

gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk,

1ST PRIORITY CARGO LTD,

te Santpoort-Zuid,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Priority Cargo,

verschenen bij haar directeur, dhr. A.D. de Wolf.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;- het mondelinge antwoord;- de conclusie van repliek;- de mondelinge dupliek- de aanvullende conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

Priority Cargo heeft zich per 4 januari 2014 bij PWN aangemeld voor de levering van water aan het adres [adres] in [plaats].

2.2.

Bij aanvang van de levering heeft Priority Cargo de meterstand doorgegeven aan PWN.

2.3.

In augustus 2021 heeft Priority Cargo het pand verkocht aan een derde. Deze derde heeft het pand op enig moment ook weer doorverkocht.

2.4.

In maart 2023 heeft een nieuwe afnemer van water op het adres [adres] in [plaats] zich bij PWN gemeld.

2.5.

Volgens de nieuwe afnemer was Priority Cargo per 29 augustus 2022 niet meer op het genoemde leveringsadres gevestigd. PWN heeft de overeenkomst met Priority Cargo daarom per die datum beëindigd.

2.6.

De nieuwe afnemer gaf een meterstand door die behoorlijk afweek van de standen in het systeem van PWN.

3 Het geschil

3.1.

PWN vordert - samengevat - veroordeling van Priority Cargo tot betaling van € 12.674,64, vermeerderd met rente over de hoofdsom van € 9.395,67 en de proceskosten.

3.2.

PWN legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Priority Cargo heeft na de beginstand geen meterstanden meer doorgegeven. PWN heeft het verbruik daardoor jaarlijks moeten schatten. Nadat een nieuwe afnemer zich had gemeld, heeft PWN de eindafrekening voor Priority Cargo opgemaakt en is daarbij uitgegaan van de meterstand zoals zij die van de nieuwe afnemer heeft ontvangen.

3.3.

Priority Cargo voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van PWN, met veroordeling van PWN in de kosten van deze procedure. Zij voert aan dat ze het pand in 2021 heeft verkocht aan een derde en daarom niet aansprakelijk is voor het verbruik na de overdracht. Bovendien is het gestelde waterverbruik veel te hoog en kan dat niet kloppen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vooropgesteld wordt dat Priority Cargo het pand na de overdracht in 2021 niet heeft afgemeld bij PWN. Dat betekent dat de overeenkomst met Priority Cargo doorloopt en Priority Cargo contractueel verantwoordelijk blijft voor de aansluiting. Dat betekent dat zij in beginsel aansprakelijk is voor het waterverbruik en de vaste leveringskosten tot het moment waarop een nieuwe afnemer zich heeft gemeld (in maart 2023). Als Priority Cargo meent dat hierdoor sinds 2021 derden van haar hebben geprofiteerd, moet zij dat met die eigenaar of beheerder regelen. Dat staat los van PWN. De overeenkomst met Priority Cargo is niet eerder dan (met terugwerkende kracht) op 29 augustus 2022 geëindigd.

4.2.

Op de eindafrekening staat een drinkwaterverbruik van 6.961 m³. Priority Cargo vindt het verbruik extreem hoog en wil hier niet voor betalen. Dit komt volgens Priority Cargo neer op veertien zwembaden aan water, welk verbruik over een periode van twee jaar niet realistisch is.

4.3.

PWN heeft aangevoerd dat zij (ondanks herhaald verzoek) sinds de beginstand in 2014 nooit een meterstand van Priority Cargo heeft ontvangen. PWN heeft het jaarlijks verbruik van Priority Cargo daarom vanaf 2014 geschat. PWN heeft op basis van die schatting een voorschotbedrag bepaald en jaarlijks afgerekend. In 2023 is door de nieuwe afnemer voor het eerst weer een meterstand doorgegeven. PWN heeft het verschil tussen de beginstand uit 2014 en de eindstand uit 2023 (de beginstand van de nieuwe afnemer) aangemerkt als verbruik uit de periode vanaf 8 december 2021 tot en met 29 augustus 2022. De kantonrechter kan niet vaststellen in welk jaar het vele water in het pand werkelijk is verbruikt. Dat kan geleidelijk vanaf 2014 zijn gebeurd, maar ook pas vanaf 2021. Het vele water is dus niet in een periode van twee jaar, maar (mogelijk) in een periode van acht jaar verbruikt. Deze onduidelijkheid komt voor rekening van Priority Cargo. Het is dan ook niet zo dat het hoge waterverbruik (zoals door Priority Cargo wordt gesteld) per definitie onmogelijk of onjuist is. Dat het slechts om een klein pand gaat, maakt dat niet anders.

4.4.

Priority Cargo heeft bij dupliek nog aangevoerd dat de watermeter kennelijk defect is en daarom zo’n hoog verbruik heeft gemeten. Priority Cargo heeft niet toegelicht waarom zij dit standpunt eerst in dupliek heeft ingenomen en gesteld noch gebleken is dat zij dit niet al bij conclusie van antwoord had kunnen doen. De kantonrechter is van oordeel dat Priority Cargo daarmee in strijd heeft gehandeld met de in artikel 128 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) neergelegde vereiste concentratie van verweer, zodat deze stelling als tardief zal worden gepasseerd.

4.5.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Priority Cargo de eindafrekening van € 9.395,67 aan PWN moet betalen. Ook is zij de wettelijke (handels)rente verschuldigd.

4.6.

PWN vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). PWN heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. PWN heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 844,78 worden toegewezen.

4.7.

Priority Cargo is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van PWN worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

122,35

- griffierecht

€

1.461,00

- salaris gemachtigde

€

864,00

(2 punten × € 432,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.591,35

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt Priority Cargo om aan PWN te betalen een bedrag van € 11.809,86, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 9.395,67, met ingang van 5 november 2025, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt Priority Cargo om aan PWN te betalen een bedrag van € 844,78 aan buitengerechtelijke kosten,

5.3.

veroordeelt Priority Cargo in de proceskosten van € 2.591,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Priority Cargo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.

De griffier De kantonrechter

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »