ECLI:NL:RBGEL:2026:7998

Datum uitspraak
16-10-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Zaaknummer
ARN 25/4089
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het gaat om een verleende omgevingsvergunning voor de (ver)plaatsing van een ooievaarspaal door een tennisvereniging. De rechtbank oordeelt dat het college de bezwaren van eisers terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eisers geen belanghebbenden zijn bij de omgevingsvergunning. Geen aangrenzende percelen en geen gevolgen van enige betekenis. Beroep ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/4089

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2026

in de zaak tussen

[eiser 1] , eiser 1

[eiser 2] , eiseres 2

[eiser 3] , eiseres 3

[eiser 4] , eiser 4

[eiser 5] , eiser 5

allen uit [plaats 1] , samen: eisers

(gemachtigde: mr. W. Leistra),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem

(gemachtigden: [persoon 1] en [persoon 2] ).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] .

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de aan de derde-partij verleende omgevingsvergunning voor de (ver)plaatsing van de ooievaarspaal nabij de [adres 1] in Gorssel. Eisers hebben hiertegen bezwaar gemaakt maar dat bezwaar is door het college niet-ontvankelijk verklaard. Eisers zijn het daar niet mee eens en voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring van eisers en/of de verleende omgevingsvergunning.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de bezwaren van eisers terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eisers zijn geen belanghebbende bij de omgevingsvergunning. Niet is gebleken dat eisers gevolgen van enige betekenis ondervinden van de (ver)plaatsing van de ooievaarspaal. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 13 februari 2025 heeft het college aan de derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het (ver)plaatsten van een ooievaarspaal. De omgevingsvergunning is verleend voor de ‘bouwactiviteit’ en de ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (afwijken van de regels in het omgevingsplan). Met het bestreden besluit van 31 juli 2025 op het bezwaar van eisers, heeft het college het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk verklaard en is de omgevingsvergunning in stand gebleven.

2.1.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De derde-partij heeft ook schriftelijk gereageerd.

2.2.

De rechtbank heeft het beroep op 10 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, de gemachtigden van het college en [persoon 3] en [persoon 4] namens de [derde-partij] .

2.3.

Na sluiting van het onderzoek heeft eiser 1 op 17 augustus 2026 nog aanvullende stukken naar de rechtbank gezonden. Het gaat om de bij Woo-besluit van 2 augustus 2023 (2023-278412) openbaar gemaakte documenten. Volgens eiser 1 is een van die documenten door middel van openbare kennisgeving geantedateerd, en daarmee onterecht door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem (college) gebruikt ter onderbouwing van het standpunt dat het beroep van eisers niet-ontvankelijk is. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om het onderzoek ter heropenen om dit stuk of de andere nagezonden stukken in deze beroepsprocedure te betrekken.

Waar gaat deze zaak over?

3. De [derde-partij] is gevestigd aan de [adres 1] in Gorssel. Tot de gronden behoren de kadastrale percelen bekend als gemeente Gorssel, sectie [x] , [nummer 1] en [nummer 2] . De tennisbanen en het clubgebouw zijn gelegen op perceel [nummer 1] . Op perceel [nummer 2] staat een ooievaarspaal. Eisers zijn omwonenden van het terrein van de [derde-partij] . Zij wonen op verschillende percelen aan de [adres 2] .

3.1.

In aanvulling op de tennisbanen wil de [derde-partij] twee padelbanen realiseren. Met het oog op mogelijke (ver)bouwwerkzaamheden, heeft de [derde-partij] in februari 2023 de ooievaarspaal circa 30-35 meter laten verplaatsen en in hoogte een aantal meters ingekort. Hiervoor heeft zij de hulp ingeschakeld van de vogelwerkgroep IJsselstreek.

3.2.

Op 18 december 2024 heeft de derde-partij bij het college een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een ooievaarspaal op het terrein van de [derde-partij] aan de [adres 1] in Gorssel. Het college heeft deze vergunning bij besluit van 13 februari 2025 verleend.

3.3.

Eisers hebben hier op 27 maart 2025 bezwaar tegen gemaakt, omdat volgens hen de vergunde locatie veel minder geschikt is dan de locatie waar de ooievaarspaal zich eerder bevond. Volgens eisers leidt de nieuwe locatie van de ooievaarspaal tot een aantasting van hun woon- en leefsituatie.

3.4.

Met de beslissing op bezwaar van 31 juli 2025 heeft het college het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk verklaard, omdat eisers geen belanghebbende zijn bij de verleende omgevingsvergunning. Eisers zijn hiertegen in beroep gekomen.

Beoordeling door de rechtbank

Zijn eisers belanghebbende bij de verleende omgevingsvergunning?

4. Eisers betogen dat zij wel degelijk belanghebbend zijn bij de verleende omgevingsvergunning. Daartoe voeren zij aan dat hun percelen grenzen aan de percelen die in gebruik zijn bij de [derde-partij] of daarmee gelijk te stellen zijn. De percelen van de [derde-partij] moeten bij de beoordeling van de belanghebbendheid samen als één en hetzelfde perceel worden beschouwd. De percelen [nummer 1] en [nummer 2] waaruit het tennispark bestaat zijn namelijk beide in gebruik bij de [derde-partij] voor de uitoefening van sportactiviteiten en als zodanig ingericht met tennisbanen. Eisers voeren verder aan dat de ooievaarspaal vanaf hun percelen duidelijk zichtbaar is. De ooievaarspaal was voor de verplaatsing ongeveer acht meter hoog en stak uit boven de omringende struiken. De nieuwe nestpaal is ook een groot deel van het jaar, als er geen blad aan de bomen zit, duidelijk zichtbaar. Voor de [adres 2] [huisnummer 1] en [huisnummer 2] geldt bovendien dat de zichtlijn vrijwel geheel over een open voetbalveld loopt. Eisers hebben per perceel toegelicht waarom de percelen aangrenzend zijn of met aangrenzende percelen moeten worden gelijkgesteld. Eisers voeren daarnaast aan dat de ooievaar door de verplaatsing van de paal uit hun directe woon- en leefomgeving is verdreven. Ooievaars vliegen af en aan tijdens de broedperiode, foerageren op de omliggende weilanden en maken een klepperend geluid als zij elkaar op het nest begroeten. En foeragerende ooievaars houden de mollen en engerlingen uit weilanden van omwonenden weg. Hieruit blijkt dat de invloed van ooievaars tot op grote afstand van het nest reikt. Eisers verzoeken de rechtbank tot slot om in het kader van de ambtshalve toetsing van de belanghebbendheid het onderzoek in de zaak met zaaknummer ARN 24/3867 te heropenen en inhoudelijk te beoordelen om de belanghebbendheid van eisers vast te kunnen stellen aan de hand van het aanhaken van de voorliggende vergunningaanvraag voor het verplaatsen van de ooievaarsnestpaal bij de verleende bouwvergunning voor twee padelbanen.

4.1.

Het college heeft eerder het gezamenlijk bezwaar van eisers tegen de verlening van de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een ooievaarspaal op het perceel [adres 1] in Gorssel niet-ontvankelijk verklaard. Het college ziet in het beroepschrift geen aanleiding om hierover een ander standpunt in te nemen. Het college stelt zich op het standpunt dat van aangrenzende percelen geen sprake is. De percelen van eisers zijn ook niet met aangrenzende percelen gelijk te stellen. Daarvoor is een combinatie van factoren doorslaggevend, namelijk de afstand tot de ooievaarspaal, de zeer beperkte of het ontbreken van zichtbaarheid, de geringe milieugevolgen en de reeds aanwezige dynamiek in het gebied vanwege de tennisbanen en de voetbalvelden. Omdat er geen gevolgen van enige betekenis zijn, ontbreekt het eisers aan een persoonlijk belang bij het besluit. Enkel de mogelijke aanwezigheid van ooievaars in de omgeving is onvoldoende om eisers als belanghebbend aan te merken. Bovendien hebben eisers geen bezwaar tegen een ooievaarspaal op de oorspronkelijke locatie, 35 meter verderop.

4.2.

Alleen een belanghebbende kan bezwaar maken dan wel beroep instellen tegen een besluit.1 Een belanghebbende is degene van wie het belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.2 Volgens vaste rechtspraak3 is degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Die persoon onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Volgens vaste rechtspraak wordt er bij aangrenzende percelen van uitgegaan dat feitelijke gevolgen, indien die zich voordoen, van enige betekenis zijn. Om in andere gevallen te bepalen of er gevolgen van enige betekenis zijn, kijkt de rechtbank naar de factoren afstand, zicht, planologische uitstraling en milieugevolgen (zoals onder andere geur, geluid, licht, trilling, emissie) tot het besluit. Zij bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn. De rechtbank beoordeelt de belanghebbendheid op het moment van indiening van het beroepschrift.

4.3.

De omgevingsvergunning is verleend voor het plaatsen van een ooievaarsnestpaal op het perceel [adres 1] in Gorssel op de plek zoals aangegeven op de kadastrale kaart bij de aanvraag. Die plaatsing is daarmee een rechtstreeks feitelijk gevolg van de vergunde handeling. De plaatsing van de nestpaal op de nieuwe locatie is daarom ook van belang voor de beoordeling van de belanghebbendheid.

4.4.

De rechtbank is van oordeel dat eisers geen belanghebbende zijn bij het bestreden besluit omdat zij geen gevolgen van enige betekenis ondervinden.

4.5.

De percelen van eisers grenzen niet aan het kadastrale perceel van de ooievaarspaal, perceel [nummer 2] . Dit betekent dat er niet van hoeft te worden uitgegaan dat eisers enige gevolgen van betekenis ondervinden van de plaatsing van de ooievaarspaal. De rechtbank ziet in dat wat eisers aanvoeren geen reden om de percelen [nummer 1] en [nummer 2] voor deze beoordeling als één perceel te beschouwen. Overigens grenst ook geen van de percelen van eisers direct aan perceel [nummer 1] .

4.6.

De rechtbank is verder van oordeel dat niet is gebleken dat de aangevraagde activiteiten (‘bouwen’ en ‘afwijken van het bestemmingsplan’) ‘gevolgen van enige betekenis’ zullen hebben op de woon- en leefomgeving van eisers. De woningen van eisers liggen hemelsbreed op een afstand van ongeveer 108 tot 190 meter tot de ooievaarspaal. De afstand van de percelen van eisers tot perceel [nummer 2] bedraagt ongeveer 70 tot 127 meter. Tussen de percelen van eisers en perceel [nummer 2] bevindt zich daarnaast nog de [adres 2] (op [adres 2] [huisnummer 3] na) en bevinden zich sportvelden (voetbal- en/of tennisvelden). Rond de woningen van eisers en vooral langs de [adres 2] en de perceelsgrenzen van perceel [nummer 1] en [nummer 2] is veel opgaand groen dat het zicht richting de ooievaarspaal in zekere mate belemmert. De ooievaarspaal is ook direct tegen begroeiing geplaatst en steekt qua hoogte niet boven de begroeiing uit. Door de afstand tussen de percelen van eisers en de (nieuwe) locatie van de ooievaarspaal, en de aard van de inrichting en begroeiing van het tussenliggende terrein, wordt de ooievaarspaal grotendeels aan het zicht onttrokken/ gaat de ooievaarspaal op in de omgeving omdat hij als het ware deel uitmaakt van het beeld van verticale (boom- en struik)stammen.

4.7.

Daarnaast hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat de (nieuwe) locatie van de ooievaarspaal leidt tot zodanige vliegbewegingen en kleppergeluid van de ooievaars, dat hun woon- en leefgenot daaronder zou lijden. Het vliegen, foerageren en ‘klepperen’ is natuurlijk gedrag van ooievaars en wordt door eisers, zo blijkt uit het aanvullend beroepschrift, overigens juist ook gewaardeerd.

4.8.

Voor de beoordeling van de belanghebbendheid in onderhavige zaak is niet relevant of in de zaak met zaaknummer ARN 24/3867 sprake zou zijn geweest van een aanhaakplicht. De rechtbank merkt eisers verzoek om het onderzoek in die zaak te heropenen in het kader van de beoordeling van de belanghebbendheid in onderhavige procedure niet aan als een verzoek om herziening van de uitspraak in de zin van artikel 8:119 van de Awb. Mocht eiser 1, die partij was in voornoemde zaak, herziening van de uitspraak in die zaak wensen dan staat het hem vrij daartoe alsnog een uitdrukkelijk verzoek in te dienen.

4.9.

De beroepsgrond slaagt niet.

4.10.

Omdat de rechtbank tot het oordeel komt dat het college de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat eisers geen belanghebbende zijn bij het bestreden besluit, komt zij niet toe aan de beoordeling van de overige beroepsgronden die zijn gericht tegen (de voorbereiding van) het bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.G. Hoijinck, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »