ECLI:NL:RBDHA:2026:30802

Datum uitspraak
19-10-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Zaaknummer
NL26.15905
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

AA Ethiopië. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister het asielmotief over de gestelde problemen vanwege de politieke overtuiging van eiser terecht ongeloofwaardig geacht. Beroep ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL26.15905

V-nummer: [V nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedatum] 2003, van Ethiopische nationaliteit, eiser

(gemachtigde: mr. N. Birrou),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister

(gemachtigde: mr. J.D. Albarda).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 20001. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 19 maart 2026 in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.2

2.1.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.2.

De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, T.U. Takaki als tolk en de gemachtigde van de minister.

Totstandkoming van het bestreden besluit

Het asielrelaas

3. Eiser heeft verklaard [eiser] te zijn, geboren op [geboortedatum] 2003. Hij heeft verklaard dat hij de Ethiopische nationaliteit heeft en tot de Oromo bevolkingsgroep behoort. Eiser heeft verklaard dat hij in Ethiopië drie keer een demonstratie heeft georganiseerd op zijn school tegen gedwongen rekrutering en voor steun aan Abo3/OLF.4 Voordat de derde demonstratie van start zou gaan, werd hij gearresteerd. Eiser verbleef twee maanden op het politiebureau en werd vrijgelaten na betaling van 20.000 Birr. Eiser vreest dat hij wordt opgepakt en gedood als hij terugkeert naar Ethiopië.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Politieke overtuiging;

3. Problemen vanwege politieke overtuiging.

4.1.

De minister heeft het asielmotief over de identiteit, nationaliteit en herkomst deels geloofwaardig geacht.

4.2.

De minister heeft het asielmotief over de politieke overtuiging van eiser geloofwaardig geacht. Dit asielmotief leidt volgens de minister echter niet tot een vervolgingsgrond in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) of tot een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM5. Het asielmotief over eisers problemen vanwege zijn politieke overtuiging heeft de minister niet geloofwaardig geacht.

Beoordeling door de rechtbank

5. Eiser heeft in beroep geen gronden gericht tegen het standpunt van de minister dat het asielmotief over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst deels geloofwaardig is geacht. Verweerder heeft namelijk de verklaringen van eiser over zijn identiteit ongeloofwaardig geacht. Nu dit asielmotief niet in geschil is, zal de rechtbank dit oordeel van het bestreden besluit onbesproken laten.

Geloofwaardigheid asielmotief problemen vanwege politieke overtuiging

Details tegengeworpen als tegenstrijdig

6. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister zijn asielrelaas onjuist heeft gewaardeerd en de problemen vanwege zijn politieke overtuiging ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De minister heeft ten onrechte doorslaggevend gewicht toegekend aan het ontbreken van documenten en de beoordeling gebaseerd op vermeende inconsistenties die zien op details, zoals exacte data en volgordes. Gelet op de traumatische gebeurtenissen is het echter verklaarbaar dat eiser moeite heeft met exacte tijdsaanduidingen. Uit vaste jurisprudentie volgt dat de gehoorambtenaar alert dient te zijn op signalen dat de vreemdeling niet in staat is zijn asielrelaas naar voren te brengen of vragen daarover te beantwoorden. Eiser verwijst hierbij naar een uitspraak van deze rechtbank.6

6.1.

De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling. Zoals de minister gemotiveerd heeft aangegeven, is de besluitvorming gebaseerd op inconsistenties en tegenstrijdigheden die zien op de kern en hoofdlijnen van het asielrelaas en niet op details als exacte data. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht ongeloofwaardig heeft geacht dat eiser in Ethiopië demonstraties tegen de regering heeft georganiseerd, voedsel aan het OLF heeft verstrekt en twee maanden in de gevangenis heeft gezeten vanwege zijn politieke overtuiging. Eiser heeft namelijk oppervlakkig en wisselend verklaard over de gang van zaken rondom de demonstraties die eiser zou hebben georganiseerd. Verder heeft eiser ook wisselend verklaard over de reden dat hij zou zijn meegenomen door de politie, over zijn detentie op het politiebureau en over zijn verblijf en de door hem verrichte activiteiten nadat hij was vrijgelaten uit detentie.

6.2.

Ten aanzien van de medische omstandigheden van eiser bij het nader gehoor overweegt de rechtbank als volgt. Uit de medische checks in het dossier blijkt dat bij eiser geen beperkingen zijn geconstateerd waaruit zou volgen dat eiser niet in staat zou zijn een gehoor af te leggen. Tijdens het nader gehoor heeft eiser aangegeven dat hij hoofdpijn had, waarop de gehoormedewerker een pauze heeft ingelast en eiser paracetamol heeft gegeven. Na de pauze heeft eiser aangegeven dat het beter ging en dat hij verder wilde gaan met het gehoor.7 Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gehoorambtenaar de signalen wel degelijk opgepikt en daarnaar gehandeld. Eiser heeft verder in beroep ook geen medische onderbouwing overgelegd waaruit blijkt dat eiser verward of psychisch niet in orde zou zijn. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Landeninformatie

7. Eiser stelt zich op het standpunt dat het asielrelaas van eiser en zijn verklaringen moeten worden beoordeeld in samenhang met relevante landeninformatie en dat de minister deze samenhang onvoldoende heeft onderkend. De verklaringen van eiser zijn niet alleen plausibel, maar juist kenmerkend voor de situatie in Ethiopië, en in het bijzonder in de regio Oromia. Uit de door VWN8 overgelegde landeninformatie van 5 maart 2026 volgt dat de Ethiopische autoriteiten in de praktijk geen duidelijk onderscheid maken tussen het OLF, dat formeel een politieke organisatie is, en de gewapende groepering OLA.9 Personen kunnen op basis van een verdenking een aanhanger van OLA te zijn, worden aangemerkt als staatsgevaarlijk. Uit het Algemeen Ambtsbericht Ethiopië van augustus 2026 blijkt daarbij dat niet alleen prominente of formele OLF-leden doelwit zijn, maar ook overige leden en aanhangers. Verder staat daarin dat de Ethiopische autoriteiten er gemakkelijk toe geneigd waren iemand van banden met OLA te verdenken. Indien iemand kritiek op de regering uitoefende, voedsel aan OLA verstrekte of een familielid bij OLA had, kon deze persoon het risico lopen te worden gearresteerd. Dit had de minister moeten betrekken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid, aldus eiser. Op de zitting heeft eiser twee korte filmpjes10 getoond en verklaard dat hij in april 2026 heeft deelgenomen aan een

demonstratie in Nederland waarbij aandacht is gevraagd voor de Oromo bevolking.

7.1.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de toepassing van de actuele landeninformatie als volgt. Hoewel het Algemeen Ambtsbericht over Ethiopië van augustus 2026 (hierna: Algemeen Ambtsbericht van augustus 2026) van ná, en de brief van VWN van kort vóór het bestreden besluit dateren, dient de rechtbank deze informatie in het kader van de ex nunc-toetsing in zaken als deze wel te betrekken bij de beoordeling.

7.2.

De minister heeft in het verweerschrift een motivering gegeven ten aanzien van de brief van VWN en op de zitting heeft de gemachtigde van de minister gemotiveerd aangegeven waarom het Algemeen Ambtsbericht van augustus 2026 geen verandering brengt in de beoordeling van eisers aanvraag. De minister heeft daarbij aangevoerd dat, hoewel geloofwaardig is geacht dat eiser een lichte politieke overtuiging heeft en als een anonieme sympathisant van OLF kan worden gezien, niet kan worden gesteld dat eiser als ‘aanhanger’ van OLF moet worden aangemerkt. Niet in geschil is dat eiser geen lid is (of is geweest) van OLF. Omdat eiser volgens de minister nooit (geloofwaardig) politiek actief is geweest in Ethiopië en/of zich in het openbaar (bijvoorbeeld op sociale media) politiek heeft uitgesproken, is niet aannemelijk dat eiser als (vermeende) aanhanger van OLA zal worden gezien en eiser valt dan ook niet onder de door hem omschreven risicoprofielen. Daarom valt niet in te zien dat eiser voor de Ethiopische autoriteiten een target zou vormen, ongeacht zijn niet-prominente status. De rechtbank kan deze motivering volgen en is van oordeel dat nu eiser niet wordt geloofd in de door hem gestelde problemen in Ethiopië vanwege zijn politieke overtuiging, ook niet aannemelijk is geworden dat eiser in Ethiopië als een (vermeende) aanhanger van OLA zou kunnen worden aangemerkt. Dat de verklaringen van eiser kenmerkend (zouden) zijn voor de situatie in Ethiopië maakt het asielmotief van eiser nog niet geloofwaardig. Het is aan eiser om consistent en samenhangend te verklaren over de gebeurtenissen die van belang zijn voor zijn asielrelaas. Eiser is hier, zoals hiervoor uiteengezet, niet in geslaagd en dat heeft de minister eiser ook terecht tegengeworpen.

7.3.

Met betrekking tot de gedwongen rekrutering heeft de gemachtigde van de minister op de zitting verduidelijkt dat niet wordt betwist dat eiser daar tegen is. Volgens de minister wordt in het gebied waar eiser woont echter alleen gerekruteerd door de Tigray beweging, niet door het federale leger. Dit heeft eiser ook niet betwist. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat uit de recente landeninformatie volgt dat wijdverbreid gerekruteerd zou worden. De verslagperiode van het meest recente ambtsbericht ziet echter op een andere periode dan de periode waarin eiser de gestelde demonstraties tegen de gedwongen rekrutering zou hebben georganiseerd. Ten aanzien van het Algemeen Ambtsbericht over Ethiopië van 2024 heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank navolgbaar gemotiveerd waarom eiser niet in zijn stellingen wordt gevolgd.

7.4.

De door eiser ter zitting getoonde filmpjes maken het voorgaande niet anders. Uit de filmpjes blijkt niet wat de rol van eiser bij (de organisatie van) de demonstratie is geweest. Ook is niet gesteld of gebleken dat deze filmpjes online zouden zijn gedeeld. Op basis van deze filmpjes en eisers deelname aan de demonstratie kan dan ook niet worden geconcludeerd dat eiser onder het risicoprofiel valt van personen die kritiek hebben op de regering en als (vermeende) aanhangers van OLA kunnen worden gezien.

7.5.

Gelet op het bovenstaande heeft de minister het asielmotief over de gestelde problemen vanwege de politieke overtuiging van eiser terecht ongeloofwaardig geacht.

Zelfstandige beoordeling op grond van artikel 3 van het EVRM

8. Eiser voert aan dat de minister heeft nagelaten een kenbare, zelfstandige en actuele beoordeling te verrichten van het risico dat eiser bij terugkeer naar Ethiopië loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. De minister heeft dit risico volledig afhankelijk gesteld van de ongeloofwaardigheid van het relaas, terwijl het beginsel van non-refoulement in alle fasen zelfstandig moet worden getoetst.

8.1.

De rechtbank overweegt als volgt. Zoals in het voorgaande is geoordeeld heeft de minister het asielmotief over de gestelde problemen vanwege de politieke overtuiging van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Los van deze gestelde problemen heeft eiser geen individuele omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat sprake zou zijn van een risico op behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. De minister heeft er dan ook terecht op gewezen dat er, gelet op het (zeer) lichte karakter van de politieke overtuiging van eiser en het gematigde politieke profiel van eiser, geen reden is om aan te nemen dat eiser bij een terugkeer naar Ethiopië politieke activiteiten zal gaan verrichten van een dusdanige intensiteit en profilering dat hij daardoor in de negatieve aandacht van de Ethiopische autoriteiten zal komen te staan. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Smayel, rechter, in aanwezigheid van mr.M.A.H. Gonera, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »