RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/710450 / JE RK 26-1402
Datum uitspraak: 10 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat: mr. P. Minkes uit Amsterdam,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 augustus 2026;
- het brief van de advocaat van de moeder met bijlagen van 8 september 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] en een collega als toehoorder namens de gecertificeerde instelling.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft afwisselend bij de vader en de moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 september 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 16 september 2026.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Pas sinds 1 juni is er een vaste jeugdbeschermer betrokken. Het gezin is -in verband met de woonplaats van betrokkenen- eerst toebedeeld onder de regio [regio], maar hier was geen jeugdbeschermer beschikbaar. Door de beperkte uitvoering van de ondertoezichtstelling heeft de gecertificeerde instelling de noodzakelijke begeleiding nog niet volledig kunnen uitvoeren en de ernstige ontwikkelingsbedreiging is nog onvoldoende weggenomen. Er is op dit moment nog geen passende hulpverlening voor [minderjarige] en structurele ondersteuning voor de ouders ingezet. [minderjarige] laat nog steeds kindsignalen zien en school benoemt dat de zorgen over [minderjarige] zijn gedrag nog onverminderd aanwezig zijn. Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling toegelicht dat zij de afgelopen maanden heeft gemerkt dat met name de scheidingsproblematiek vooropstaat. De samenwerking tussen de ouders blijft moeizaam. Er is nog geen ouderschapsplan en de ouders verschillen van inzicht over de opvoeding van [minderjarige]. Daarbij uit de moeder zorgen over de opvoedvaardigheden van de vader en vanuit de vader zijn er zorgen over de opvoedsituatie van de moeder en haar middelengebruik. De gecertificeerde instelling heeft de zorg, gelet op het feit dat de problematiek tussen de ouders voorop staat en zij van mening verschillen over de opvoeding – dat het de ouders zelf onvoldoende gaat lukken om samen te werken en de nodige hulpverlening voor [minderjarige] in te zetten. Het is volgens de gecertificeerde instelling belangrijk dat zij hierin kunnen ondersteunen en over deze hulp voor [minderjarige] de regie kunnen voeren. Daarnaast wil de gecertificeerde instelling ook inzetten op de onderlinge verstandhouding tussen de ouders en het maken van een ouderschapsplan. Dit kan door middel van mediator, die in dienst is bij de gecertificeerde instelling of bijvoorbeeld door een traject bij [zorginstantie]. Verder heeft de moeder aangegeven dat zij heeft gewerkt aan haar persoonlijke problematiek maar de gecertificeerde instelling heeft hier nog geen objectief zicht op kunnen krijgen. De komende periode wil de gecertificeerde instelling de opvoedsituaties verder in kaart brengen en de onderliggende patronen analyseren en zo nodig hulpverlening inzetten.
4 De standpunten
Door en namens de moeder is – kort weergegeven - het volgende naar voren gebracht. Volgens de moeder geeft de ondertoezichtstelling veel spanning, maar kan de moeder in principe wel instemmen met een verlenging ervan. De moeder voorziet dat de huidige zorgen die er nu nog zijn niet in het vrijwillig kader samen met de vader opgelost kunnen worden. Daarbij benadrukt de moeder dat de moeder instemt met de ondertoezichtstelling ten aanzien van de communicatie tussen de ouders en dat daar de zorgen liggen. De moeder kan in dat licht ook instemmen met een mediationtraject via de gecertificeerde instelling. De zorgen liggen volgens de moeder niet in de thuissituatie bij de moeder. Het verzoekschrift is hoofdzakelijk gebaseerd op gedateerde informatie. Er is volgens de moeder al lang geen sprake meer van middelengebruik en zij nuttigt alleen bij gelegenheid alcohol als de kinderen niet bij haar zijn. Verder gaat het volgens de moeder op dit moment goed met [minderjarige] op school en lukt het hem nu om probleemsituaties met leeftijdsgenootjes op een adequate manier op te lossen. De moeder ziet wel in dat [minderjarige] ook bij de ruzies aanwezig is geweest en daar eventueel hulp bij nodig heeft, maar dit kan volgens de moeder mogelijk ook via het vrijwillig kader. Verder zijn er sinds de ouders zijn gescheiden ook geen meldingen meer geweest.
De vader heeft ter zitting – kort weergegeven – het volgende naar voren gebracht. De vader is al sinds 2023 bezig om te komen tot goede afspraken met de moeder en om hulp te krijgen. Dit kost de vader heel veel energie. Het enige wat de vader al jarenlang wil, is een ouderschapsplan, zodat hiermee onduidelijkheden en discussies vermeden kunnen worden. De vader heeft het idee dat hij op dit moment steeds maar weer moet meebewegen richting de moeder. Daarnaast heeft de vader ook zorgen over [minderjarige] in de thuissituatie bij de moeder. Er zijn in het verleden ernstige dingen gebeurd in de thuissituatie bij de moeder, onder meer met alcohol en drugs en is er op dit moment geen zicht op hoe de thuissituatie van de moeder er nu uitziet. Verder heeft de vader het idee dat als de moeder met de vader van de (half)broer van [naam 2] problemen heeft, [minderjarige] en hij hier de dupe van zijn.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Naar het oordeel van de kinderrechter wordt [minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Het is te betreuren dat pas recent een vaste jeugdbeschermer is toegewezen aan het gezin en de ondertoezichtstelling daardoor pas enkele maanden feitelijk wordt uitgevoerd. Bij het uitspreken van de ondertoezichtstelling waren er grote zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] en zijn opvoedsituatie. Door het gebrek aan inzet vanuit de gecertificeerde instelling is op de opvoedsituaties van beide ouders het afgelopen jaar nog onvoldoende zicht gekomen. Wel geven beide ouders aan nog steeds zorgen te hebben over de opvoedsituatie van de andere ouder. Hoewel de kinderrechter wil aannemen van de moeder dat er veel is veranderd en het een stuk beter gaat, vindt de kinderrechter het wel belangrijk dat hier – gezien de eerdere zorgen - daadwerkelijk meer zicht op komt. Daarnaast is er het afgelopen jaar nog geen hulpverlening voor [minderjarige] ingezet, terwijl hij veel heeft meegemaakt en op school ook nog duidelijke signalen laat zien dat hij niet lekker in zijn vel zit. De verstandhouding tussen de ouders is moeizaam en de kinderrechter heeft er onvoldoende vertrouwen in dat het de ouders op dit moment zelf zal lukken om samen de noodzakelijke hulpverlening voor [minderjarige] in te zetten. Het is duidelijk dat het voor de ouders lastig is om tot afspraken te komen, waarbij de emoties ook hoog kunnen oplopen. De kinderrechter vindt het daarom noodzakelijk dat de jeugdbeschermer nog langer betrokken blijft, zodat zij – als onafhankelijk persoon – zicht kan houden op de ontwikkeling van [minderjarige], zijn belang voorop kan blijven stellen en de ouders kan ondersteunen in het inzetten van de noodzakelijke hulp. Daarnaast kan zij vervolgens deze hulp monitoren, zodat de hulp ook daadwerkelijk wordt voortgezet. Verder is het van belang dat de ouders de komende periode zelf aan de slag gaan met hulpverlening ten aanzien van hun onderlinge communicatie. Ter zitting heeft de kinderrechter vernomen dat de ouders eventueel op korte termijn kunnen starten bij de mediator van de gecertificeerde instelling en de kinderrechter vindt het belangrijk dat de jeugdbeschermer – in het belang van [minderjarige] – toezicht kan houden op dit traject of op een eventueel traject bij [zorginstantie]. Gezien de stappen die het komend jaar nog gezet worden en daarbij ook rekening houdend met eventuele wachtlijsten voor de hulpverlening is een termijn van één jaar voor het verlengen van de ondertoezichtstelling passend. Zij zal daarom het verzoek toewijzen zoals verzocht.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.2
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 16 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026 door mr. O.F. Bouwman, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.L.G. van Otterlo als griffier, en op schrift gesteld op 24 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.