ECLI:NL:RBDHA:2026:29785

Datum uitspraak
08-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/711703 / FA RK 26-8850
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/711703 / FA RK 26-8850

Datum beschikking: 8 september 2026

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,

advocaat: mr. H.P.J. van der Eerden te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 27 augustus 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 26 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van P.M. van Putten, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een zorgkaart van 14 augustus 2026;

- een zorgplan van 20 augustus 2026;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 26 augustus 2026;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een afschrift van de politiemutaties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een Slowaakse tolk;

- de ambulant behandelaar, [naam] ;

- de moeder van betrokkene.

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft aangegeven dat hij zich binnen de accommodatie gedemotiveerd voelt en het liefst naar huis wil. De advocaat bepleit primair afwijzing van het verzoek. Betrokkene mist zijn privéleven thuis en vindt de duur van de zorgmachtiging te lang. Daarnaast ontkent betrokkene psychotisch te zijn geweest. Het gedrag dat heeft geleid tot de huidige opname, is volgens betrokkene onderdeel van zijn karakter. Voorts heeft de advocaat naar voren gebracht dat betrokkene zich ervan bewust is dat hij zijn werk weer rustig moet opbouwen. Zo wil hij voorlopig parttime werken. Subsidiair verzoekt de advocaat om de verplichte zorg in de vorm van ‘andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’ niet toe te wijzen. Betrokkene werkt hier namelijk al vrijwillig aan mee.

De behandelaar heeft toegelicht dat betrokkene voorafgaand aan de opname voor langere tijd stabiel is geweest. Nadat betrokkene in overleg met zijn behandelaar is gestopt met de medicatie, is hij ontregeld geraakt. Sinds hij opnieuw met de medicatie is gestart, is hij aanzienlijk rustiger geworden. Daarnaast accepteert hij de medicatie en neemt hij deze trouw in. Hoewel betrokkene aangeeft dat hij het liefst naar huis wil, is er momenteel geen sprake van actief verzet. Volgens de behandelaar is betrokkene op dit moment goed in de samenwerking. Uit het verleden blijkt echter dat betrokkene na verloop van enkele maanden kan gaan denken dat hij de medicatie niet langer nodig heeft. De zorgmachtiging dient dan ook als vangnet om dergelijke situaties te voorkomen. Voorts geeft de behandelaar aan dat een opname voor nu nog nodig is voor verdere stabilisatie, maar dat betrokkene op korte termijn met ontslag kan.

De moeder van betrokkene heeft aangegeven dat betrokkene veel stress ervaart zodra hij weer gaat werken en verplichtingen krijgt. Om met de stress om te kunnen gaan, grijpt betrokkene snel naar middelen. Als gevolg van het middelengebruik, staakt betrokkene zijn medicatie en weigert hij zorg. In rustige periodes lukt het betrokkene wel om ook zonder middelen goed te functioneren.

Beoordeling

Op 6 augustus 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 27 augustus 2026.

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Voorafgaand aan de opname is betrokkene geleidelijk aan ontregeld en was er sprake van een psychotisch toestandsbeeld met desorganisatie van het denken, paranoïde wanen, angst en een verhoogde lijdensdruk. Ook had betrokkene auditieve hallucinaties. Betrokkene had de overtuiging dat de hele wereld tegen hem was en dat hij een strijd moest leveren. Dit uitte zich in agressief gedrag richting zijn moeder waarbij hij aangaf haar te moeten doden. Ook had betrokkene wapens onder zijn bed. De moeder van betrokkene was hierdoor zo angstig dat zij niet meer met betrokkene in een huis durfde te zijn. Ook kon zij niet meer goed slapen in de nacht.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene geeft aan weliswaar vrijwillig te willen meewerken aan zijn behandeling, maar de rechtbank is van oordeel dat de bereidheid van betrokkene om mee te werken aan zijn behandeling nog te pril is. Om die reden is verplichte zorg nodig.

De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van ‘andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’. Niet gebleken is dat deze vormen van zorg in het verleden noodzakelijk zijn geweest en niet voorzienbaar is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 maart 2027;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, rechter, bijgestaan door mr. K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »