RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/711712 / FA RK 26-8857
Datum beschikking: 8 september 2026
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. Y. Polko te Den Haag.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 27 augustus 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 24 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 20 augustus 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 26 augustus 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de psychiater, [psychiater 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft aangegeven dat het in de accommodatie beter met hem gaat dan op straat. Hij heeft een warm bed, eten en drinken en kan dagelijks sporten. Ook is hij vriendelijk tegen het personeel op de afdeling. Betrokkene erkent dat hij psychotisch is geworden nadat hij heeft geblowd, maar ontkent dat hij nog steeds psychotisch zou zijn. Daarnaast kan betrokkene zich niet vinden in de gestelde diagnose schizofrenie. Verder geeft betrokkene aan dat hij waarde hecht aan het hebben van vrijheden, zodat hij bijvoorbeeld naar de stad zou kunnen gaan. Ten aanzien van de medicatie is betrokkene van mening dat hij dit niet nodig heeft. Daarnaast zou hij door de depotinjecties impotent kunnen worden. Hij heeft daarom daarentegen geen moeite met het gebruik van medicatie in tabletvorm. De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene is het niet eens met de wijze waarop de medicatie wordt toegediend.
De psychiater heeft verklaard dat er sprake is van een schizofrene stoornis. Ook wanneer betrokkene abstinent is van middelen, blijft het psychotische beeld persistent aanwezig. Onlangs heeft betrokkene zich onttrokken aan zorg nadat hij tijdens zijn vrijheden is weggelopen en niet meer is teruggekeerd. Op dat moment heeft hij zijn medicatie, mede voor zijn diabetes, gestaakt waardoor zijn suikerwaardes te hoog waren. Ook is betrokkene therapie- en medicatieontrouw, waardoor er wordt overwogen om over te stappen op depotmedicatie. Volgens de arts is de bijwerking van impotentie niet gebruikelijk bij de medicatie die betrokkene gebruikt. Voorts heeft de arts toegelicht dat betrokkene frequent doodsbedreigingen heeft gedaan richting het ambulante team. Mede hierdoor heeft betrokkene ook een verbod op de woonvoorziening (Kessler Stichting) waar hij eerder verbleef. Het is nog onduidelijk of betrokkene na ontslag kan terugkeren naar de Kessler Stichting. Wel is het volgens de psychiater lastig om toezicht te houden op betrokkene als hij niet in een woonvoorziening verblijft, omdat hij dan gaat zwerven en het moeilijk is om met hem in contact te komen. Ten aanzien van de verplichte vormen van zorg acht de psychiater het insluiten het uitoefenen van toezicht voorzienbaar, nu dit gedurende de huidige opname nog nodig is geweest. Daarnaast acht de verplichte zorg in de vorm van ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ ook voorzienbaar voor de behandeling in het ambulante kader.
Beoordeling
Op 10 augustus 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 31 augustus 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten een schizofreniespectrumstoornis en een stoornis in gebruik van cocaïne en cannabis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Bij betrokkene is sprake van persisterend psychotisch toestandsbeeld met wanen. Zo heeft betrokkene de overtuiging dat hij een boodschapper is van de twee Krishna's en daardoor periodes moet vasten om bepaalde bevolkingsgroepen te redden. Ook heeft hij zijn medebewoner bedreigt, meubels van hem kapot gemaakt en zijn fietsbanden kapot gestoken, omdat hij ervan overtuigd was dat hij de duivel was. Op straat komt betrokkene geregeld in conflicten terecht. Na meerdere incidenten bij zijn woonvoorziening de Kessler, is hij zijn slaapplek daar kwijtgeraakt. Betrokkene is momenteel dakloos. Gedurende een psychotische decompensatie neemt betrokkene zijn medicatie niet meer in. Ook neemt hij zijn diabetes medicatie niet meer in, hetgeen kan leiden tot lichamelijk letsel. Voorafgaand aan de opname is betrokkene opgenomen op de spoedeisende hulp van het HMC vanwege hyperglycemie.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene heeft zich gedurende de huidige opname nog onttrokken aan zorg, nadat hij tijdens vrijheden was weggelopen van de accommodatie. Daarnaast ontbreekt bij betrokkene de intrinsieke motivatie om medicatie te gebruiken, wat in het verleden ook heeft geleid tot het staken van zijn medicatie. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Conform art. 6:4 lid 2 Wvggz is de rechtbank bevoegd om – afwijkend van het verzoek van de officier van justitie – vormen van verplichte zorg toe te voegen om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank is van oordeel dat de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden, aangezien het voorzienbaar is dat betrokkene in het ambulante kader ook nog zorg nodig zal hebben.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 maart 2027;
|
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, rechter, bijgestaan door mr. K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 september 2026. |
||
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 september 2026. |
||
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |