RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/725226 / FA RK 26-6820
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 2 september 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1974, [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende te [woonplaats] ,
advocaat mr. D.S. Lösing te Rotterdam.
1 Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 20 augustus 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
-
de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 14 augustus 2026;
-
de niet-ingevulde zorgkaart;
-
het zorgplan van 6 juli 2026;
-
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
-
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
-
het bericht dat er geen relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden in de rechtbank te Rotterdam op 2 september 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
-
betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
-
[naam 2] , begeleider van de woonvorm van betrokkene;
-
[naam 3] , ggz-agoog en [naam 4] , verpleegkundige, beiden verbonden aan Antes, hierna: de behandelaars.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
De curator van betrokkene, Stichting Budgethulp Stoed, heeft per mail laten weten niet tijdens de mondelinge behandeling te zullen verschijnen, zonder opgave van reden.
2 Beoordeling
Bij beschikking van deze rechtbank van 16 maart 2026 is op grond van artikel 7:11 Wvggz een zorgmachtiging verleend tot en met 16 september 2026. De officier heeft op 20 augustus 2026 een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizo-affectieve stoornis (bipolaire type).
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is al langere tijd bekend met recidief psychotisch toestandsbeelden en (gedwongen) opnames. Zij is tijdens een psychose achterdochtig naar anderen en weigert zorg, lichamelijke controles, antipsychotica en diabetesmedicatie. Ook zorgt zij voor overlast door te schreeuwen. Betrokkene heeft meerdere keren haar huisraad buiten gezet. Daarbij heeft zij met spullen en kleren uit het raam en voorwerpen naar de woonbegeleiders gegooid. Zij is regelmatig in een verwarde toestand en zonder kleding in de kou op straat aangetroffen. Betrokkene was hierbij verbaal agressief naar omstanders. Volgens de behandelaars is zorg in een verplicht kader noodzakelijk. Betrokkene is tot voor kort verplicht opgenomen geweest en woont sinds drie maanden weer in de begeleide woonvorm. In vergelijking met de periode voorafgaand aan de laatste opname gaat het nu relatief goed, maar haar herstel is nog pril. Daarbij spelen er ook een aantal andere zaken, zoals rond de kinderen van betrokkene en de wens van betrokkene om te verhuizen. Deze omstandigheden kunnen ook invloed hebben op het herstel van betrokkene. Bij een terugval is het van belang dat snel kan worden gehandeld.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de stoornis en het ernstig nadeel voldoende zijn onderbouwd.
Om een crisissituatie af te wenden, ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van haar psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene zorg nodig.
Namens betrokkene bepleit de advocaat primair afwijzing van het verzoek, omdat betrokkene bereid is om de benodigde hulp vrijwillig te accepteren. Betrokkene vindt een zorgmachtiging niet nodig. De rechtbank gaat niet mee in dit verweer. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene heeft beperkt ziekte-inzicht. Hoewel betrokkene nu goed meewerkt aan de nodige zorg, is er gezien het verleden een risico dat zij wisselend gedrag met betrekking tot de vrijwilligheid vertoont. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
-
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
-
het beperken van de bewegingsvrijheid;
-
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
-
het opnemen in een accommodatie.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal aansluitend op een zorgmachtiging worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag.
Ten slotte overweeg de rechtbank als volgt. Betrokkene staat al geruime tijd onder curatele. Gebleken is dat er in het leven van betrokkene zaken spelen die grote invloed hebben op haar (psychische) gesteldheid. Het gaat dan onder meer over het contact met haar kinderen en haar uitdrukkelijke wens om vanuit (de regio) Rotterdam weer terug te verhuizen naar (de regio) Den Haag. Tijdens de mondelinge behandeling is over deze zaken gesproken waarbij telkens onduidelijk bleef waarom er geen gevolg wordt gegeven aan de vragen en wensen die betrokkene op die gebieden heeft. De rechtbank constateert dat hier een cruciale rol ligt voor de curator van betrokkene en vindt het betreurenswaardig dat de curator zonder opgave van reden niet is verschenen tijdens de mondelinge behandeling. Dit geldt temeer nu de curator ook tijdens de mondelinge behandeling over de voorgaande zorgmachtiging niet is verschenen. De rechtbank doet via deze weg dan ook een beroep op de curator om meer duidelijkheid te verschaffen aan betrokkene met betrekking tot haar toekomstwensen.
3 Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.7. kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 september 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is op 2 september 2026 mondeling gegeven door mr. S.A. van Egmond, rechter, in tegenwoordigheid van C.S. Codrington, griffier, en op 21 september 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.