RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/711283 / FA RK 26-8590
Datum beschikking: 8 september 2026
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. A.G.P. de Boon te Zoetermeer.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 augustus 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 14 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 14 augustus 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 19 augustus 2026;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 28 juli 2026, waaruit blijkt betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij zijn gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- de arts, [arts] ;
Ten tijde van de zitting was betrokkene met ontslag en verbleef zij niet langer in de accommodatie. Hoewel zij behoorlijk is opgeroepen, is zij niet ter zitting verschenen. De arts heeft aangegeven dat betrokkene op de hoogte was van de zitting. Daarnaast heeft betrokkene aan haar advocaat aangegeven dat zij niet naar de zitting wilde komen. De rechtbank stelt daarom vast dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen. De mondelinge behandeling kan daarom zonder aanwezigheid van betrokkene plaatsvinden.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
De advocaat bepleit primair afwijzing van het verzoek. Betrokkene is ambivalent ten aanzien van het accepteren van verplichte zorg. Hoewel zij enerzijds aangeeft dat ze het prima vindt om vrijwillig mee te werken, is zij het niet eens met een zorgmachtiging. Wel is betrokkene heel blij met de zorg die zij ontvangt in het ambulante kader. Zolang de zorg ambulant plaatsvindt, is zij voornemens afspraken na te komen en haar medicatie in te nemen. Voor betrokkene is het van groot belang dat ze zelfredzaam is. Subsidiair verzoekt de advocaat om de zorgmachtiging te beperken in duur tot drie maanden.
De arts heeft aangegeven dat het bij betrokkene in eerste instantie lastig was om te beoordelen of haar klachten voortkwamen uit wanen of dat het herbelevingen van haar trauma’s waren. Zij kwam in beeld nadat zij zich steeds meer terugtrok, waarna de situatie volledig escaleerde. Initieel is er gestart met fluoxol, maar na enige tijd is zij overgestapt op olanzapine. Vanaf dat moment werd het toestandsbeeld rustiger en was betrokkene beter in de samenwerking. Momenteel is zij met ontslag en is de behandeling overgedragen aan het ambulante team. Een zorgmachtiging is volgens de arts nog wel nodig, omdat betrokkene in het verleden steeds uit zorg raakte nadat zij met ontslag ging. Het gevolg daarvan is dat ze uit beeld raakt en opnieuw psychotisch decompenseert. Daarnaast heeft de arts aangegeven dat er initieel verzet was tegen het gebruik van medicatie. De verwachting is dan ook dat ze haar medicatie niet geheel vrijwillig zal nemen. De zorgmachtiging dient daarom als stok achter de deur zodat betrokkene haar afspraken nakomt en zij in de gaten kan worden gehouden door het ambulante team. Volgens de arts zijn hier zeker enkele maanden voor nodig.
Beoordeling
Op 30 juli 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 20 augustus 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische decompensatie met manische component.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is bekend met PTSS en een depressie en is in beeld gekomen nadat zij psychotisch decompenseerde. Betrokkene vertoonde verward gedrag en trok zich steeds meer terug. Er was sprake van auditieve hallucinaties en paranoïde wanen. Betrokkene meende via signalen gehoord te hebben dat haar moeder niet haar biologische moeder was. Ook had zij de overtuiging dat zij in haar slaap is verkracht door haar moeder, waartegen zij aangifte wilde doen bij de politie. Betrokkene geeft aan de afgelopen weken meermaals te zijn verkracht en te zijn gedrogeerd.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Hoewel betrokkene aangeeft dat ze het prima vindt om vrijwillig mee te werken, is zij het niet eens met een zorgmachtiging. Betrokkene verzet zich tegen een opname en gaat alleen akkoord met ambulante zorg. Hoewel betrokkene aangeeft vrijwillig te willen meewerken aan haar (ambulante) behandeling, is de rechtbank van oordeel dat de bereidheid van betrokkene om mee te werken aan haar behandeling nog te pril is.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank ziet geen aanleiding om de duur van de zorgmachtiging te beperken, nu de bereidheid tot het gebruik van medicatie zeer pril is. Daarnaast ontbreekt er een intrinsieke motivatie tot het gebruik van medicatie. De zorgmachtiging zal daarom worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 maart 2027;
|
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, rechter, bijgestaan door mr. K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 september 2026. |
||
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 september 2026. |
||
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |