ECLI:NL:RBDHA:2026:29779

Datum uitspraak
08-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/710375 / JE RK 26-1394
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/710375 / JE RK 26-1394

Datum uitspraak: 8 september 2026

Beschikking van de kinderrechter

Verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over de minderjarigen

- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,

- [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2017 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 3] ,

- [de minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2019 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 4] ,

hierna samen te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. B.S. van Haeften uit Den Haag.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 augustus 2026;

- brief met productie van de advocaat van de moeder.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- [naam 1] en [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling.

1.3.

De kinderrechter heeft [de minderjarige 2] , [de minderjarige 1] en [de minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. Zij hebben geen mening gegeven.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] .

2.2.

[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] wonen bij hun moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 september 2025 de kinderen onder toezicht gesteld tot 15 september 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De grootste zorg in het afgelopen jaar was dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig werd bedreigd, doordat de moeder, ondanks haar betrokkenheid en inzet, onvoldoende in staat bleek om zelfstandig en duurzaam aan te sluiten bij de complexe ontwikkelings- en opvoedbehoeften van de kinderen. De kinderen hebben ieder hun eigen problematiek en ondersteuningsbehoeften. [de minderjarige 1] heeft al meerdere jaren geen structurele onderwijsplek en brengt daardoor het grootste deel van zijn tijd thuis door. Hierdoor ontbreekt het hem aan een vaste daginvulling en een ontwikkelingsgerichte structuur. Ook voor [de minderjarige 2] is nog geen passende onderwijsplek gevonden. Zij heeft onder meer moeite met sociale contacten, haar identiteitsontwikkeling en het uiten van gevoelens. [de minderjarige 3] heeft behoefte aan extra individuele aandacht, voorspelbaarheid, structuur en bevestiging door volwassenen. Bij [de minderjarige 4] bestaan ernstige zorgen over zijn taalontwikkeling, zijn functioneren in een groep en zijn emotieregulatie. Hij heeft daarbij behoefte aan intensieve begeleiding. Daarnaast waren en zijn er zorgen over de opvoedsituatie. De moeder heeft moeite met het behouden van overzicht, het nakomen van afspraken, het bieden van structuur en het consequent stellen van grenzen. In het afgelopen jaar zijn echter ook positieve ontwikkelingen zichtbaar. De moeder werkt mee aan de ingezette hulpverlening, is gestart met behandeling bij PsyQ, gebruikt ADHD-medicatie en accepteert ondersteuning vanuit Stichting Beatrice Care. De woning is overzichtelijker geworden en binnen het gezin is meer structuur ontstaan. [de minderjarige 2] is gestart op een zorgboerderij, die zij inmiddels drie dagdelen per week bezoekt. [de minderjarige 4] gaat twee dagen per week naar een zorgboerderij en ontvangt daarnaast logopedische begeleiding. Zowel de logopedist als de begeleiding zien vooruitgang in zijn taalontwikkeling, concentratie en het uitvoeren van opdrachten. [de minderjarige 3] bezoekt dagelijks de [school] en laat volgens school een positieve ontwikkeling zien op taalgebied, sociaal-emotioneel gebied en cognitief gebied. Tegelijkertijd zijn belangrijke doelen nog niet bereikt. De kinderen hebben ieder nog passende en structurele ondersteuning nodig en de ontwikkelingsbedreiging is daarmee nog onvoldoende weggenomen. Ook heeft de moeder, ondanks de positieve ontwikkelingen, blijvende ondersteuning nodig om structuur en overzicht te behouden, grenzen te stellen en aan te sluiten bij de verschillende behoeften van de kinderen. Uit de langdurige hulpverleningsgeschiedenis blijkt dat het voor de moeder moeilijk is om positieve veranderingen zelfstandig en duurzaam vast te houden wanneer intensieve ondersteuning afneemt. De gecertificeerde instelling vindt het daarom noodzakelijk dat een langdurig hulpverleningstraject voor de moeder wordt ingezet, mede gericht op het ontlasten van de moeder en het duurzaam versterken van haar opvoedvaardigheden. De gecertificeerde instelling heeft hiervoor inmiddels een hulpverleningsaanvraag gedaan. Tegen deze achtergrond vindt de gecertificeerde instelling een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar noodzakelijk.

4 Het standpunt van de moeder

4.1.

Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek. De moeder erkent dat er in het verleden zorgen zijn geweest over de kinderen. Zij stelt zich echter op het standpunt dat zij zich de afgelopen periode actief heeft ingezet voor de ingezette hulpverlening en bereid is deze hulpverlening voort te zetten. De moeder heeft daarnaast zelf het initiatief genomen om haar gezin aan te melden voor langdurige ondersteuning bij Stichting MEE. Zij heeft naar haar mening laten zien dat zij bereid en in staat is om aan zichzelf te werken, hulp te aanvaarden en zich in het belang van de kinderen in te zetten. Volgens de moeder is zij ook zonder een ondertoezichtstelling bereid de noodzakelijke hulpverlening te blijven ontvangen en daaraan haar medewerking te verlenen. Zij ziet daarom niet in waarom een gedwongen kader nog noodzakelijk is. De moeder kan zich dan ook niet verenigen met het verzoek. Namens haar is primair verzocht het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af te wijzen. Subsidiair is verzocht de ondertoezichtstelling voor een beperkte duur van drie tot zes maanden te verlengen, zodat in die periode kan worden onderzocht welke organisatie de benodigde hulpverlening in het vrijwillig kader kan bieden.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

De ontwikkeling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De moeder draagt alleen de dagelijkse zorg en opvoeding van de kinderen. Gelet op hun uiteenlopende en complexe problematiek hebben zij allen behoefte aan een bovengemiddeld opvoedklimaat en specialistische ondersteuning. [de minderjarige 1] volgt nog steeds geen passend onderwijs, waardoor zijn cognitieve, sociale en maatschappelijke ontwikkeling stagneert. Ook voor [de minderjarige 2] is nog geen passende onderwijsplek gevonden. Zij heeft wel dagbesteding op een zorgboerderij, maar blijft kwetsbaar op sociaal-emotioneel gebied. [de minderjarige 3] heeft behoefte aan extra structuur, stimulering en individuele aandacht. Gelet op de problematiek en dynamiek binnen het gezin bestaat het risico dat onvoldoende aan deze behoeften kan worden tegemoetgekomen. Bij [de minderjarige 4] is sprake van ernstige taal- en spraakproblematiek, sociaal-emotionele kwetsbaarheid en beperkingen in zijn functioneren binnen een groep. Hij heeft daarom nog veel individuele begeleiding en ondersteuning nodig. De moeder heeft, gelet op de intensieve en uiteenlopende behoeften van de kinderen, zelf eveneens blijvende ondersteuning nodig bij hun verzorging en opvoeding. De ingezette hulpverlening is nog niet afgerond en de behaalde positieve resultaten zijn onvoldoende bestendig om te kunnen concluderen dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging inmiddels is weggenomen.

5.3.

Naar het oordeel van de kinderrechter kan de ontwikkelingsbedreiging op dit moment niet, althans onvoldoende, worden weggenomen binnen een vrijwillig kader. In het verleden is geprobeerd de zorgen met vrijwillige hulpverlening te verminderen. Dit heeft echter onvoldoende tot duurzame verandering geleid, waardoor de kinderen in hun ontwikkeling zijn gestagneerd. De kinderrechter ziet dat de moeder en de kinderen de afgelopen periode positieve stappen hebben gezet. De moeder wil het beste voor haar kinderen en heeft laten zien bereid te zijn de noodzakelijke hulpverlening te accepteren. Deze positieve ontwikkeling neemt echter niet weg dat, gelet op de problematiek van de kinderen, hun uiteenlopende behoeften en de beperkte draagkracht van de moeder, voortzetting van de regie vanuit een jeugdbeschermer nog noodzakelijk is. Zonder deze regie bestaat het risico dat de noodzakelijke hulpverlening onvoldoende wordt voortgezet of onvoldoende op elkaar wordt afgestemd, met als gevolg dat de ontwikkeling van de kinderen opnieuw stagneert.

5.4.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] verlengen voor de duur van één jaar.2

5.5.

De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.3

5.6.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] tot 15 september 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.P.M. van der Hoorn als griffier, en op schrift gesteld op 11 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »