RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/708619 / JE RK 26-1183
Datum uitspraak: 8 september 2026
Beschikking van de kinderrechter
Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over de minderjarige
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de grootmoeder],
hierna te noemen: de grootmoeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.A. Kronenburg uit Den Haag,
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 juli 2026;
- beschikking van de rechtbank Den Haag van 7 september 2026, ingestuurd door de advocaat van de grootmoeder.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de grootmoeder met haar advocaat;
-
de vader;
- [naam], namens de gecertificeerde instelling.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2 De feiten
Bij beschikking van 2 februari 2011 is de grootmoeder benoemd tot voogd van [minderjarige].
[minderjarige] verblijft, met een machtiging tot uithuisplaatsing, bij de moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 augustus 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 15 september 2026, alsmede voor dezelfde duur de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de moeder zonder gezag tot 15 september 2026.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de moeder zonder gezag te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er is sprake van een hardnekkig patroon waarbij het contact met de moeder en [minderjarige] moeizaam verloopt. Dit belemmert het opbouwen van een werkbare relatie met hen en heeft tot gevolg dat de noodzakelijke hulpverlening onvoldoende van de grond komt of stagneert. [minderjarige] lijkt vast te lopen in zijn ontwikkeling, onder meer op het gebied van onderwijs, het contact met leeftijdsgenoten en zijn dag- en nachtritme. De gecertificeerde instelling vindt het daarom van belang dat het psychologisch onderzoek en de systeemhulp vanuit [zorginstantie] doorgang vinden, zodat meer zicht kan worden verkregen op zijn problematiek en ondersteuningsbehoeften. De komende periode is daarnaast nodig om een duidelijker beeld te krijgen van de mogelijkheden van de moeder en haar rol in de opvoeding en ontwikkeling van [minderjarige]. Daarbij zal onder meer worden onderzocht of de moeder in staat is het gezag uit te oefenen op een wijze die aansluit bij zijn ontwikkelingsbehoeften. Het gezag over [minderjarige] berust op dit moment bij de grootmoeder. Zij heeft kenbaar gemaakt dat ook zij zich zorgen maakt over de situatie van haar kleinzoon en heeft aangegeven bereid te zijn [minderjarige], zodra zij weer over een eigen woning beschikt, opnieuw bij haar te laten wonen. Ook de vader heeft aangegeven het gezag over [minderjarige] te willen verkrijgen. [minderjarige] verblijft momenteel bij de moeder. Ondanks de inzet van verschillende vormen van hulpverlening is tot op heden onvoldoende vooruitgang in zijn ontwikkeling zichtbaar. Mede daarom wordt een terugkeer naar de grootmoeder overwogen. In de komende periode zal worden onderzocht of voortzetting van het verblijf bij de moeder nog in het belang van [minderjarige] is, dan wel of een terugplaatsing bij de grootmoeder beter aansluit bij zijn behoeften. Daarbij wordt mede betrokken dat de grootmoeder wel structureel contact onderhoudt met de betrokken hulpverlening. De gecertificeerde instelling vindt voortzetting van de maatregelen voor de duur van één jaar noodzakelijk. Daarbij wordt betrokken dat de afgelopen periode slechts beperkte vooruitgang is geboekt en dat het, door het moeizame contact met de moeder, lastig blijft om de noodzakelijke hulpverlening en begeleiding duurzaam vorm te geven.
4 De standpunten
Door en namens de grootmoeder is ingestemd met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing heeft de grootmoeder naar voren gebracht dat zij graag weer een grotere rol wil spelen in het leven van [minderjarige]. Het liefst ziet zij dat [minderjarige] weer bij haar komt wonen. Volgens de grootmoeder kan zij in dat geval ervoor zorgen dat de benodigde hulpverlening doorgang vindt. De ex-partner van de grootmoeder woont inmiddels niet meer bij haar en de woning is aan haar toegewezen. [minderjarige] had geen affiniteit met deze ex-partner. Als [minderjarige] weer bij zijn grootmoeder komt wonen, woont hij dus alleen bij haar.
De vader heeft ingestemd met het verzoek.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.2 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De kinderrechter is van oordeel dat de ontwikkeling van [minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd. Het contact tussen de gecertificeerde instelling, de moeder en [minderjarige] verloopt moeizaam. Hierdoor lukt het onvoldoende om de noodzakelijke hulpverlening en ondersteuning van de grond te krijgen en bestaat er onvoldoende zicht op de situatie en de problematiek van [minderjarige]. [minderjarige] gaat niet naar school, heeft nauwelijks of geen contact met leeftijdsgenoten en heeft een verstoord dag- en nachtritme. Ondanks de inspanningen van de gecertificeerde instelling is nog onvoldoende duidelijk welke onderliggende patronen en factoren aan deze stagnatie in zijn ontwikkeling ten grondslag liggen. De kinderrechter vindt het daarom heel belangrijk dat het voorgenomen psychologisch onderzoek en de systeemhulp vanuit [zorginstantie] doorgang vinden, zodat meer zicht kan worden verkregen op de problematiek van [minderjarige] en op wat nodig is om zijn ontwikkeling weer op gang te brengen. Gelet op deze zorgen is de betrokkenheid van een jeugdbeschermer nog steeds noodzakelijk. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom verlengen voor de duur van één jaar.
[minderjarige] verblijft tijdens de ondertoezichtstelling bij de moeder, terwijl zij niet met het gezag over hem is belast. De kinderrechter stelt vast dat voortzetting van zijn verblijf bij de moeder daarom een machtiging tot uithuisplaatsing vereist. Daarbij betrekt de kinderrechter dat de bestaande zorgen over zijn ontwikkeling nog onvoldoende zijn weggenomen. De kinderrechter constateert dat al langere tijd sprake is van nagenoeg dezelfde problematiek. [minderjarige] volgt geen onderwijs en de noodzakelijke hulpverlening komt onvoldoende van de grond. De kinderrechter vindt het daarom van belang om de komende periode nauwlettend te kunnen volgen of daadwerkelijk de benodigde stappen worden gezet en of de situatie van [minderjarige] verbetert. Om die reden zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere duur verlenen dan verzocht, namelijk voor zes maanden, en het verzoek voor het overige aanhouden. Tegen het einde van deze periode zal opnieuw moeten worden beoordeeld welke stappen zijn gezet en of voortzetting van het verblijf van [minderjarige] bij de moeder nog in zijn belang en noodzakelijk is. Daarbij zal tevens moeten worden onderzocht of een verblijf bij de grootmoeder of de vader op dat moment beter aansluit bij de belangen en ontwikkelingsbehoeften van [minderjarige].
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.3
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 18 augustus 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de moeder zonder gezag tot 18 februari 2027;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
houdt de behandeling van het verzoek tot uithuisplaatsing voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen voor 18 februari 2027, bij voorkeur bij mr. M.M. Meijers;
gelast de griffier om tegen die nader te bepalen zitting op te roepen:
-
de gecertificeerde instelling;
-
de moeder;
-
de grootmoeder;
-
de vader (als informant);
-
[minderjarige] (voor het kindgesprek);
verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk één week voorafgaand aan de volgende zitting een schriftelijke update aan de rechtbank en de belanghebbenden te zenden.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.P.M. van der Hoorn als griffier, en op schrift gesteld op 11 september 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.