RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/712021 / FA RK 26-9056
Datum beschikking: 7 september 2026
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking naar aanleiding van het op 2 september 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. D.Z. Peters te Zoetermeer.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 1 september 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
-
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente [gemeente] van 1 september 2026 tot het nemen van de crisismaatregel;
-
een op 1 september 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 2 september 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn;
- een beschikking tot verwijzing van rechtbank Midden-Nederland van 3 september 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- de psychiater, [naam 2];
- de behandelend arts, [naam 3].
Betrokkene is niet ter zitting verschenen. Ter zitting is gebleken dat betrokkene door zijn advocaat op de hoogte is gebracht van de zitting maar niet bereid was aan te sluiten bij de zitting. De rechter heeft betrokkene voorafgaand aan de zitting bezocht en kort gehoord in zijn kamer in de instelling, in aanwezigheid van de griffier en de advocaat van betrokkene. Betrokkene heeft te kennen gegeven dat hij het best vindt en dat hij niet weggaat. Hij wil benzodiazepinen en hij wil verder geen medicatie. Betrokkene verklaarde niet aan te willen sluiten bij de zitting. De mondelinge behandeling heeft vervolgens verder buiten aanwezigheid van betrokkene plaatsgevonden.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
De advocaat heeft namens betrokkene het volgende naar voren gebracht. Betrokkene verzet zich niet tegen de opname en hij accepteert bepaalde medicatie. Het is daarom de vraag of de opname niet in het vrijwillige kader kan. Het is belangrijk dat betrokkene zelf inspraak heeft bij vergaande medische handelingen zoals elektroconvulsietherapie (ECT). ECT is momenteel onvoldoende voorzienbaar en de vorm van zorg ‘andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’ moet daarom worden afgewezen, evenals de zorgvorm ‘toedienen van medicatie’. De vormen van zorg die zien op insluiten en uitoefenen van toezicht dienen alleen te gelden voor een eventuele opname in de ICU.
De psychiater heeft naar voren gebracht dat betrokkene aanvankelijk vrijwillig was opgenomen, maar dat hij de overplaatsing naar de huidige afdeling weigerde en dat de crisismaatregel daarom is aangevraagd. Betrokkene laat qua katatonie een wisselvallig beeld zien. Betrokkene praat nauwelijks, is negatief en ligt veel op bed. Hij krijgt een hoge dosering lorazepam, het doel is om daarmee het katatone beeld te behandelen. De kans is reëel dat dit niet haalbaar is binnen de duur van de komende drie weken. Het insluiten, het uitoefenen van toezicht en de ECT-behandeling zijn voorzienbaar voor de behandeling van het toestandsbeeld.
De behandelend arts heeft naar voren gebracht dat betrokkene therapieontrouw was en dat het snel achteruit is gegaan zodra hij zich verzette tegen gebruik van clozapine.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing.
Betrokkene is bekend met schizofrenie, waarbij er op dit moment sprake is van een psychotische decompensatie met katatonie na het staken van clozapine. Betrokkene was aanvankelijk vrijwillig opgenomen, het betrof een gastplaatsing, maar tijdens opname stemde hij niet langer in met behandeling. Er is sprake van mutisme, negativisme en stereotypieën. Betrokkene zegt nauwelijks iets, reageert afwijzend en maakt doelloze en repetitieve bewegingen. Eten en drinken gaat moeizaam en alleen op aandringen van de verpleging. Daarnaast is er sprake van achterdocht.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een vermoeden van een psychose gepaard gaande met katatonie. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg noodzakelijk is om het nadeel af te wenden.
De rechtbank is, anders dan de advocaat, van oordeel dat de vormen van verplichte zorg ‘toedienen van medicatie,’ ‘andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’, ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’ noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel af te wenden. Uit de stukken en de toelichting van de psychiater en de behandelend arts is gebleken dat voorzienbaar is dat bij betrokkene ECT wordt toegepast en dat betrokkene hier baat bij heeft. Daarnaast is het ook voorzienbaar dat betrokkene in de ICU wordt opgenomen.
Betrokkene is ambivalent ten aanzien van de benodigde zorg. Betrokkene weigert op dit moment zijn antipsychotische medicatie. Het is onduidelijk in hoeverre hij instemt met de opname, omdat hij nauwelijks iets zegt vanuit mutisme. De mate van vrijwilligheid wisselt van dag tot dag. Om die reden is verplichte zorg nodig.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen (in het kader van ECT);
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten (in het kader van een ICU-opname);
- uitoefenen van toezicht op betrokkene (in het kader van een ICU-opname);
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 september 2026;
|
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Kelkensberg, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2026. |
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 15 september 2026. |
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |