ECLI:NL:RBDHA:2026:26552

Datum uitspraak
13-08-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/703883 / FA RK 26-4073
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming inschrijving basisschool en wjziging zorgregeling vanaf schoolgang minderjarige.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-4073

Zaaknummer: C/09/703883

Datum beschikking: 13 augustus 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 22 april 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A. Vijftigschild in Leidschendam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. P.F.D.P. de Milliano in Katwijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;

  • het verweerschrift, met bijlage, tevens houdende zelfstandig verzoek namens de vader;

Op 2 juli 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • De vader en de moeder zijn gehuwd geweest tot [datum 1] 2023.

  • Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:

- [minderjarige] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2023.

  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

  • Bij beschikking van deze rechtbank van 17 september 2024 is de volgende zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] vastgesteld:

Reguliere zorgregeling

- in de oneven weken op woensdag van 10.00 uur tot 18.30 uur (na avondeten) en van vrijdag 16.00 uur (na het werk) tot zondag 18.30 uur (na avondeten);

- in de even weken op woensdag van 10 uur tot donderdag 18.30 uur (na avondeten);

Vakanties

- totdat [minderjarige] naar de basisschool gaat of andere afspraken zijn gemaakt, zal [minderjarige] in de zomervakantie twee aaneengesloten weken bij de vader en twee aaneengesloten weken bij de moeder verblijven, in onderling overleg te bepalen;

Feestdagen

- de kerstdagen, Oud- en Nieuwjaarsdag, de Paasdagen en Pinksteren, gelijkelijk door de ouders te verdelen, in onderling overleg te bepalen;

- twee dagen tijdens de [evenement 1] , in onderling overleg te bepalen, zal [minderjarige] bij de vader zijn;

- tijdens het [evenement 2] op 2 en 3 oktober zal [minderjarige] altijd twee dagen bij de moeder zijn;

Verjaardag ouders en vader- en moederdag

- op de verjaardag van de vader en Vaderdag, zal [minderjarige] bij de vader zijn;

- op de verjaardag van de moeder en Moederdag zal [minderjarige] bij de moeder zijn.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank:

  • vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving van [minderjarige] op de lagere school [schoolnaam 1] ín [plaats] ;

  • subsidiair een zodanige beslissing te nemen als uw rechtbank in het belang van [minderjarige] passend acht;

  • de zorgregeling met betrekking tot de vakanties, zoals neergelegd het verzoekschrift, vast te leggen in een beschikkíng, als aanvulling op de zorgregeling zoals vastgelegd in de beschikking van deze rechtbank van 17 september 2024;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Tevens heeft de vader zelfstandig verzocht:

  • de vader vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving van [minderjarige] op de basisschool [schoolnaam 2] te [plaats] ;

  • te bepalen dat de zorgregeling in de reguliere weken wordt uitgebreid per 1 januari 2027, waarbij [minderjarige] bij de vader is:

- in de oneven weken op woensdag van 10:00 uur tot woensdag 18:30 uur en van vrijdag uit school, althans 16:00 uur, tot maandag naar school, althans 08:30 uur;

- in de even weken van woensdag uit school, althans 10:00 uur, tot vrijdag naar school, althans 08:30 uur;

  • te bepalen dat de vakanties en feestdagen als volgt verdeeld worden:

  • de meivakantie bij helfte wordt gedeeld, waarbij de vader, in de even jaren de eerste week van de vakantie [minderjarige] bij zich heeft, van vrijdag 16:00 uur (dan wel uit school) tot zaterdag een week later en de moeder [minderjarige] in de tweede week bij zich heeft, van zaterdag 12:00 uur tot maandag naar school. In de oneven jaren is dit precies andersom;

  • de zomervakantie vanaf 2027 wordt gedeeld in die zin dat [minderjarige] in de oneven jaren week 4 en 5 (zaterdag 12:00 uur tot zaterdag 12:00 uur) bij de vader is en week 2 en 3 (zaterdag 12:00 uur tot zaterdag 12:00 uur) bij de moeder. In de even jaren is dit andersom;

  • in de overige twee weken, vanaf 2027, loopt in de zomervakantie de reguliere zorgregeling door;

  • de kerstvakantie wordt bij helfte gedeeld, waarbij [minderjarige] in de even jaren de eerste week van de kerstvakantie (vrijdag uit school dan wel 16:00 uur tot zaterdag een week later 12:00 uur) bij de vader is en de tweede week bij de moeder (zaterdag 12:00 uur tot maandag naar school). In de oneven jaren is dit andersom;

  • de herfstvakantie wordt, vanaf 2027, altijd bij de moeder doorgebracht, van vrijdag uit school, dan wel 16:00 uur, tot maandag naar school, dan wel 08:30 uur;

  • de voorjaarsvakantie wordt altijd bij de vader doorgebracht van vrijdaguit school, tot die tijd 16:00 uur, tot maandag naar school, tot die tijd 08:30 uur;

  • de kerstdagen worden gedeeld in die zin dat [minderjarige] in de even jaren van24 december 17:00 uur tot 26 december 10:00 uur bij de vader is en van 26december 10:00 uur tot 27 december 10:00 uur bij de moeder. In de oneven jaren isdit precies andersom;

  • oud en nieuw wordt verdeeld in even en oneven jaren, waarbij [minderjarige] inde even jaren van 31 december 17:00 uur tot 1 januari 12:00 uur bij de moederverblijft en in de oneven jaren bij de vader;

  • [minderjarige] verblijft in de even jaren het pinksterweekend, van vrijdag uit school, dan wel 16:00 uur tot dinsdag naar school, dan wel 08:30 uur, bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;

  • [minderjarige] verblijft het paasweekend in de even jaren, van vrijdag uit school, dan wel 16:00 uur tot dinsdag naar school bij de moeder en in het oneven jaar bij de vader;

  • [minderjarige] verblijft op hemelvaartsdag bij de ouder waar hij op dat moment is volgens de reguliere omgangsregeling. Daarnaast zal hij bij de desbetreffende ouder het gehele hemelvaartweekend verblijven, dus ook de vrijdag, zaterdag en zondag hierna en zal hij door de ouder de maandag daarna naar school worden gebracht;

  • de verjaardag van [minderjarige] wordt in de even jaren bij de vader gevierd, waarbij [minderjarige] uit school, 1 maart, dan wel 16:00 uur tot 3 maart naar school, dan wel 10:00 uur, bij de vader zal verblijven. In de oneven jaren is [minderjarige] bij de moeder;

  • op de verjaardag van een van de ouders zal [minderjarige] bij diegene zijn van 16:00 uur de dag voorafgaand aan de verjaardag, dan wel uit school, tot de dag na de verjaardag naar school, dan wel 10:00 uur;

  • tijdens het laatste weekend van de maand augustus zal [minderjarige] van vrijdag uit school en tot die tijd 12:00 uur tot maandag naar school, dan wel 08:30 uur bij de vader verblijven;

  • [minderjarige] zal altijd van 2 oktober uit school tot 4 oktober naar school bij de moeder verblijven;

  • [minderjarige] zal op de zaterdag voorafgaand aan Vaderdag vanaf 16:00 uur bij de vader verblijven tot maandag naar school;

  • [minderjarige] zal op de zaterdag voorafgaand aan Moederdag vanaf 16:00 uur bij de moeder verblijven tot maandag naar school;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Vervangende toestemming inschrijving school

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van (één van) de ouders aan de rechtbank worden voorgelegd. Het is niet gelukt om tot een vergelijk tussen de ouders te komen, zodat de rechtbank een zodanige beslissing zal nemen als haar in het belang van [minderjarige] wenselijk voorkomt.

Inhoudelijke beoordeling

De ouders kunnen het niet eens worden over de keuze van een basisschool voor [minderjarige] . De voorkeur van de moeder gaat uit naar de basisschool [schoolnaam 1] . Deze school sluit volgens haar het beste aan bij de belangen en ontwikkeling van [minderjarige] , zowel door de sterke reputatie van de school op het gebied van onderwijskwaliteit, veiligheid en betrokkenheid als door de ligging van de school. De school is centraal gelegen en goed bereikbaar voor beide ouders en ligt in een veilige rustige woonwijk met overzichtelijke routes vanuit beide ouders zodat [minderjarige] later alleen naar school kan fietsen. De school heeft relatief kleine klassen, biedt individuele begeleiding en maatwerk. Daarnaast heeft [minderjarige] al een netwerk van vriendjes en vriendinnetjes in de buurt waar de school gelegen is. Moeder en haar partner oriënteren zich op huisvesting in deze wijk, om zo deze stabiele en overzichtelijke leefomgeving verder te ondersteunen en te bestendigen.

De vader stelt dat de moeder eerder, tijdens het traject bij [zorginstantie] , de vader drie keuzes had gegeven met betrekking tot een basisschool voor [minderjarige] , te weten [schoolnaam 1] , de [schoolnaam 2] en de [schoolnaam 3] (allemaal in [plaats] ). De voorkeur van de vader gaat uit naar de [schoolnaam 2] omdat deze school in een woonwijk ligt waarvan de achtergrond van de bewoners meer aansluit bij de levenswijze en visie van de vader. De [schoolnaam 2] ligt net zoals [schoolnaam 1] op een fietsafstand van vijftien minuten van de woning van de vader. Verder stelt de vader dat de moeder al een jaar aangeeft naar de buurt waarin de basisschool [schoolnaam 1] ligt te willen verhuizen, maar dat uit niets blijkt dat dit daadwerkelijk haar voornemen is.

De rechtbank zal aan de moeder vervangende toestemming verlenen voor de inschrijving van [minderjarige] op basisschool [schoolnaam 1] en overweegt daartoe als volgt. Voor beide ouders sluiten de signatuur en de kwaliteit van basisschool [schoolnaam 1] en de [schoolnaam 2] aan bij hun eisen en wensen. Hierin is dus geen doorslaggevend argument gelegen om voor de ene of de andere school te kiezen. De rechtbank zal daarom kijken naar de ligging van beide scholen en neemt als uitgangspunt dat het in het belang van [minderjarige] is om naar een school te gaan in een buurt waar hij binding mee heeft. De basisschool [schoolnaam 1] is gelegen in de buurt waar [minderjarige] – ook in de hierna voor de toekomst te wijzigen zorgregeling – het grootste deel van de schooldagen bij zijn moeder verblijft. De moeder heeft op de zitting gesteld dat veel kinderen uit de flat waar zij woont, naar [schoolnaam 1] gaan. Dit is niet door de vader betwist. De moeder heeft aangegeven dat zij met haar partner wil verhuizen naar een woning in de buurt van [schoolnaam 1] zodat [minderjarige] na een eventuele verhuizing op deze school kan blijven. De [schoolnaam 2] ligt in een buurt waar noch de vader, noch de moeder woont en waar [minderjarige] geen sociale binding mee heeft. De rechtbank is daarom van oordeel dat een inschrijving bij [schoolnaam 1] het meest in het belang van [minderjarige] is.

Zorgregeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders, een beslissing inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling) alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onvolledige of onjuiste gegevens is uitgegaan. Deze wijziging kan ook, met overeenkomstige toepassing van artikel 1:377a derde lid BW een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben omvatten.

Inhoudelijke beoordeling

De vader wil graag meer tijd met [minderjarige] doorbrengen. Hij heeft sinds de doorverwijzing van de rechtbank naar een mediator, en later naar [zorginstantie] , alles op alles heeft gezet om tot de door hem gewenste uitbreiding van de zorgregeling te komen. De vader kan zijn werk zo inrichten dat hij veel tijd heeft voor [minderjarige] , ook doordeweeks. Zijn werkgever wil een eventuele wijziging per 1 januari 2027 laten ingaan. Daarnaast wil de vader dat er een vakantie- en feestdagenregeling vastgelegd wordt zodat er daarover rust is voor alle betrokkenen.

De moeder stelt dat de huidige zorgregeling goed loopt, het biedt [minderjarige] voorspelbaarheid en stabiliteit. De moeder vindt een uitbreiding van de zorgregeling met de vader niet in het belang van [minderjarige] . Volgens haar dient er eerst een goede communicatieve basis tussen de ouders te zijn voor er uitgebreid kan worden naar een co-ouderschapsregeling. Deze basis ontbreekt. De moeder wil net zoals de vader dat er een vakantie- en feestdagenregeling wordt vastgelegd.

De rechtbank ziet geen redenen waarom een uitbreiding van de zorgregeling met ingang van het moment dat [minderjarige] vier jaar is en naar school zal gaan, niet in zijn belang zou zijn. De door de vader voorgestelde regeling houdt in dat hij vanaf het moment dat hij naar school gaat, in de oneven weken niet tot zondag einde van de dag maar tot maandagochtend naar school bij de vader is en in de even weken in plaats van woensdag overdag tot donderdag na het avondeten, van woensdag uit school tot vrijdag naar school bij de vader is. Niet valt in te zien waarom een dergelijke wijziging meer/andere communicatie vergt tussen de ouders dan de huidige zorgregeling. Daarbij komt dat in de door de vader voorgestelde zorgregeling de wisselingen plaatsvinden via school waardoor er minder overdrachtsmomenten zullen zijn waar de vader en de moeder allebei aanwezig zijn. Voor de duidelijkheid zal de rechtbank bepalen dat deze regeling ingaat vanaf de vierde verjaardag van [minderjarige] , dus ook als [minderjarige] eventueel in het begin nog minder of kortere dagen naar school gaat. Dit betekent de huidige zorgregeling voorlopig, tot [datum 2] 2027, blijft doorlopen.

Met betrekking tot de vakantie- en feestdagenregeling overweegt de rechtbank als volgt. Beide ouders hebben behoefte aan een vastgelegde vakantie- en feestdagenregeling. Op een aantal punten hebben zij verschillende wensen. Op de zitting is met de ouders besproken waar voor ieder van hen de knelpunten zitten. Op basis daarvan zal de rechtbank een aantal knopen doorhakken en dat leidt tot de vakantie- en feestdagenregeling zoals hierna in het dictum vermeld. Aangezien de ouders tot dat [minderjarige] naar school gaat niet gebonden zijn aan vakanties en feestdagen zal ook deze regeling ingaan vanaf het moment dat [minderjarige] vier jaar oud is. De verdeling van de kerstvakantie zal echter al wel gelden voor de kerstvakantie 2026/2027. Ter verduidelijking van de regeling in het dictum zal de rechtbank de verdeling van de kerstdagen en kerstvakantie voor de komende drie jaar hieronder uitwerken:

  • voor de kerstvakantie 2026/2027 geldt dat [minderjarige] vanaf vrijdagmiddag 18 december 2026 om 16.00 uur tot zaterdag 26 december 2026 om 12.00 uur bij de vader is en vanaf zaterdag 26 december 2026 om 12.00 uur tot woensdag 6 januari 2027 (vallende in een oneven week) om 10.00 uur bij de moeder, en vervolgens conform de reguliere zorgregeling;

  • voor de kerstvakantie 2027/2028 geldt dat [minderjarige] vanaf vrijdag 24 december uit school/ 16.00 uur bij de moeder is tot zondag 26 december 2027 om 10.00 uur, en vanaf zondag 26 december 2027 om 10:00 uur tot maandag 3 januari 2028 (vallende in een oneven week) naar school bij de vader, waarna de reguliere zorgregeling wordt hervat;

  • voor de kerstvakantie 2028/2029 geldt dat [minderjarige] vanaf vrijdag 22 december 2028 uit school/16:00 uur bij de vader is tot dinsdag 26 december 2028 om 10.00 uur, vervolgens vanaf dinsdag 26 december 2028 om 10.00 uur tot woensdag 27 december 10:00 uur bij de moeder en vanaf woensdag 27 december 2028 om 10:00 uur bij de vader, en daarna vanaf zaterdag 30 december 2028 om 12.00 uur tot woensdag 8 januari 2029 (vallende in een even week) naar school bij de moeder, waarna de reguliere zorgregeling wordt hervat.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 17 september 2024 van deze rechtbank:

*

verleent aan de moeder vervangende toestemming, welke toestemming die van de vader vervangt, om [minderjarige] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2023, in te schrijven op de basisschool [schoolnaam 1] in [plaats] ;

*

bepaalt dat voor [minderjarige] vanaf [datum 2] 2027 de volgende zorgregeling zal gelden:

reguliere zorgregeling

- [minderjarige] is bij de vader in de oneven weken van woensdag uit school tot woensdag 18:30 uur en van vrijdag uit school tot maandag naar school, en in de even weken van woensdag uit school tot vrijdag naar school; daarbij heeft te gelden dat, indien en voor zover [minderjarige] op de wisseldagen nog niet naar school gaat, het wisseltijdstip op de woensdagochtend om 10:00 uur is, op de overige doordeweekse dagen om 8.30 uur en op de vrijdagmiddag om 16:00 uur;

vakantie- en feestdagenregeling:

  • de kerstvakantie: in jaren waarin kerst in een even week valt (dus: kerstvakantie 2026/2027 e.v.) is [minderjarige] de eerste week van de kerstvakantie bij de vader is en de tweede week bij de moeder, waarbij het wisselmoment op zaterdag om 12:00 uur is; de ouder bij wie [minderjarige] in de eerste week is, haalt [minderjarige] op de vrijdagmiddag voorafgaand aan de schoolvakantie van school en de ouder bij wie [minderjarige] in de tweede week is, brengt [minderjarige] op de eerste maandagochtend na de kerstvakantie naar school brengt. In de jaren waarin kerst in een oneven week valt (dus: kerstvakantie 2027/2028 e.v.) is dit andersom;

  • de kerstdagen (voor zover deze dagen niet binnen de hiervoor omschreven verdeling van de kerstvakantie vallen): in de even jaren is [minderjarige] van 24 december 17:00 uur tot 26 december 10:00 uur bij de vader en van 26 december 10:00 uur tot 27 december 10:00 uur bij de moeder. In de oneven jaren is dit precies andersom;

  • oud en nieuw: [minderjarige] is bij de vader en de moeder conform de kerstvakantieregeling;

  • de voorjaarsvakantie: [minderjarige] is bij de vader van vrijdag uit school tot maandag naar school;

  • de meivakantie: [minderjarige] is in de even jaren de eerste week van de meivakantie bij de vader en de tweede week bij de moeder, waarbij het wisselmoment op zaterdag om 12:00 uur is; de ouder bij wie [minderjarige] de eerste week is, haalt [minderjarige] van school en de ouder bij wie [minderjarige] de tweede week is, brengt [minderjarige] naar school. In de oneven jaren is dit andersom;

  • de herfstvakantie: [minderjarige] is bij de moeder van vrijdag uit school tot maandag naar school;

  • Pinksteren: in het geval dat [minderjarige] tijdens het pinksterweekend conform de reguliere zorgregeling bij de vader is, wordt de pinkstermaandag aan het weekend van de vader toegevoegd en is [minderjarige] tot dinsdag naar school bij de vader;

  • Hemelvaart: conform de reguliere zorgregeling;

  • verjaardag [minderjarige] : conform de reguliere zorgregeling;

  • verjaardag moeder: conform de reguliere zorgregeling;

  • verjaardag vader: conform de reguliere zorgregeling;

  • Moederdag (in voorkomend geval in afwijking van de reguliere zorgregeling): op de zaterdag voorafgaand aan Moederdag vanaf 16:00 uur is [minderjarige] bij de moeder tot maandag naar school;

  • Vaderdag (in voorkomend geval in afwijking van de reguliere zorgregeling): op de zaterdag voorafgaand aan Vaderdag vanaf 16:00 uur is [minderjarige] bij de vader tot maandag naar school;

  • [evenement 2] (in voorkomend geval in afwijking van de reguliere zorgregeling): [minderjarige] is van 2 oktober uit school tot 4 oktober naar school bij de moeder;

  • [evenement 1] : in afwijking van de zorgregeling en voorzover dit niet in één van de vakantieweken van de ouders valt, is [minderjarige] het laatste weekend van augustus bij de vader;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 augustus 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »