ECLI:NL:RBDHA:2026:29100

Datum uitspraak
01-09-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/702103 / FA RK 26-2949
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Informele rechtsingang: wijziging gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken cq. omgangsregeling. Geen voogd aangewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-2949

Zaaknummer: C/09/702103

Datum beschikking: 1 september 2026

Informele rechtsingang – gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling en benoeming voogd

Beschikking naar aanleiding van de op 25 maart 2026 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang van:

[minderjarige],

hierna te noemen: [minderjarige]

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[moeder A],

de moeder (hierna: [moeder A]),

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

en

[moeder B],

de moeder (hierna: [moeder B]),

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Als informant worden aangemerkt:

[de opa],

de opa van de zijde van [moeder B] (hierna: opa),

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft op 25 maart 2026 de brief ontvangen die [minderjarige] op 23 maart 2026 met hulp van de Kinder- & Jongerenrechtswinkel heeft gestuurd.

Op 7 mei 2026 heeft [minderjarige] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over deze brief.

Bij brief van 18 mei 2026 heeft de rechtbank de ouders ingelicht over het gesprek met [minderjarige] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [minderjarige] aan de rechtbank kenbaar te maken. Ook de Raad voor de Kinderbescherming is voor de zitting uitgenodigd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • de brief van 23 maart 2026 van [minderjarige], ingekomen op 25 maart 2026;

  • de brief van 8 juli 2026 van [moeder A].

De zitting heeft plaatsgevonden op 20 juli 2026. Hierbij zijn verschenen:

  • [moeder A];

  • [moeder B];

  • Opa;

  • [naam 1], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Mevrouw [naam 2], de oma van de zijde van [moeder B], is net als opa ook door de rechtbank opgeroepen om als informant te worden gehoord. Zij is niet verschenen op de zitting.

Op de zitting van 20 juli 2026 heeft de rechtbank medegedeeld dat zij voornemens was om - bij uitzondering - nogmaals een kindgesprek te voeren met [minderjarige] en dat zij daarna beschikking zal geven. Het tweede kindgesprek heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2026.

Feiten

- [moeder A] en [moeder B] zijn gehuwd geweest tot [datum] 2012.

- Zij zijn de ouders van de nog minderjarige:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1].

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

- [minderjarige] verblijft feitelijk bij haar opa en oma.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 16 april 2020 met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 15 oktober 2019 is – voor zover van belang in deze zaak – bepaald dat de tussen de ouders in onderling overleg gemaakte afspraken, neergelegd in het aan de beschikking gehechte ouderschapsplan van 10 maart 2020, deel zal uitmaken van de beschikking.

Aanvraag en reactie ouders

[minderjarige] heeft de kinderrechter gevraagd om het gezag van [moeder B] te beëindigen en alleen [moeder A] met het gezag te belasten. [minderjarige] wil niet meer dat [moeder B] nog beslissingen over haar neemt. Tijdens de gesprekken met de kinderrechter heeft [minderjarige] haar brief en wensen toegelicht. In het gesprek met de kinderrechter heeft zij naar voren gebracht dat zij zou willen dat opa als haar voogd wordt benoemd.

[moeder A] heeft op 8 juli 2026 per brief laten weten dat zij het verzoek van [minderjarige] ondersteunt, in die zin dat zij ervoor openstaat alleen met het gezag over [minderjarige] belast te worden. Zij heeft niet zelf een verzoek tot wijziging van het gezag ingediend.

[moeder B] heeft op de zitting van 20 juli 2026 aangegeven in te stemmen met het verzoek van [minderjarige] en dat zij bereid is om afstand te doen van het gezag.

Beoordeling

Deze zaak betreft een zogeheten ‘informele rechtsingang’. Die informele rechtsingang biedt een kind de mogelijkheid om zich langs informele wijze tot de kinderrechter te wenden. Dat kan dan bijvoorbeeld met een brief of telefoontje. De kinderrechter kan, als hij dat wil, op dat verzoek van een kind, nadat het verzoek is behandeld en alle belanghebbenden erop zijn gehoord, ambtshalve een beslissing nemen.

Een kind kan echter alleen gebruik maken van de informele rechtsingang als dat in de wet is bepaald. De wet geeft drie mogelijkheden:

  1. Op grond van artikel 1:251a, lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan tijdens de echtscheidingsprocedure een beslissing over het gezag van een ouder worden gegeven. Op grond van rechtspraak van de Hoge Raad kan dat ook ná de echtscheidingsprocedure, tenzij in de echtscheidingsprocedure daarover al een beslissing is genomen (zie: Hoge Raad 4 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2241);

  2. Op grond van artikel 1:253a lid 4 jo. 1:377g BW kan een kind, als zijn ouders samen het gezag over hem uitoefenen, ook vragen om de vaststelling of wijziging van de verdeling van de zorg- en opvoedtaken;

  3. Op grond van artikel 1:377g jo. 1:377a, 1:377b en 1:377e BW kan een kind ook vragen om de vaststelling of wijziging van een omgangsregeling of informatie- en consultatieregeling.

Benoeming voogd

Voor de mondelinge behandeling van het verzoek heeft de rechtbank opa laten uitnodigen om zich zo goed mogelijk te laten informeren over de situatie van [minderjarige].

Opa heeft op de zitting verklaard de rol van voogd op zich te willen nemen als dat nodig is. Het verzoek van [minderjarige] om opa als voogd te benoemen is alleen niet in de wet geregeld bij de informele rechtsingang. Het is daarom voor de kinderrechter niet mogelijk om ambtshalve een beslissing te nemen op dit verzoek, hij zal dat dus niet doen.

Gezag

De kinderrechter kan na ontbinding van het huwelijk, als hem blijkt dat de minderjarige hierop prijs stelt, ambtshalve bepalen dat het gezag over een kind aan één van de ouders toekomt indien:a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders

en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of

b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het gezamenlijk gezag van de moeders niet langer in stand kan blijven. [minderjarige] heeft [moeder B] al geruime tijd niet gezien. Zij verblijft op dit moment bij haar opa en oma. De rechtbank heeft begrepen dat zij op niet al te lange termijn terecht kan in een woonvoorziening, waarschijnlijk zal dat [zorginstelling] zijn. Zij zal daar ook de benodigde hulpverlening krijgen, waaronder emotieregulatie. Mocht die hulpverlening op een of andere manier geen aanvang vinden, dan zal zij met [zorginstantie] bespreken hoe het verder moet. De kinderrechter heeft [minderjarige] op het hart gedrukt dat zij ook zelf naar de huisarts kan stappen voor een doorverwijzing naar andere hulpverlening als ook de hulpverlening via [zorginstantie] of [zorginstelling] geen oplossingen biedt.

[minderjarige] zal in het nieuwe schooljaar starten in Havo 5. Zij wil na het behalen van haar middelbareschooldiploma rechten gaan studeren. De kinderrechter vindt het belangrijk dat zij de benodigde rust en stabiliteit krijgt. Dit maakt dat de rechtbank [moeder A] alleen met het gezag zal belasten over [minderjarige]. De rechtbank acht dit in het belang van [minderjarige] vanwege het gebrek aan communicatie tussen de ouders en dat [moeder B] op de zitting heeft gezegd afstand te willen doen van het gezag.

Omgangsregeling

Uit hetgeen tijdens de zitting en in het gesprek met [minderjarige] is besproken maakt de rechtbank op dat er in de afgelopen tijd veel is gebeurd in het leven van [minderjarige] en de ouders. Gelet op de leeftijd van [minderjarige], de afgelopen turbulente maanden en de huidige omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het in haar belang is dat er rust en stabiliteit komt. Voor zover tussen de ouders nog afspraken gelden over het contact tussen [minderjarige] en [moeder B], zal de rechtbank met wijziging van de beschikking van 16 april 2020 ambtshalve bepalen dat er geen omgangsregeling meer geldt tussen [minderjarige] en [moeder B].

Brief aan [minderjarige]

Tot slot vindt de kinderrechter het belangrijk de ouders te laten weten dat aan [minderjarige] gelijktijdig met de beschikking een brief is gestuurd, waarin de beslissing aan haar is uitgelegd. In die brief is het volgende opgenomen:

‘’Beste [minderjarige],

Op 7 mei 2026 en 18 augustus 2026 heb ik met jou gesproken over de brief die jij hebt gestuurd.

Tijdens ons tweede gesprek hebben wij het erover gehad dat ik in deze procedure opa niet tot voogd kan benoemen.

Wij hebben het er ook over gehad hoe het zou zijn als [moeder A] als enige moeder het gezag zou hebben. Op die manier hoeven [moeder A] en [moeder B] niet meer samen toestemming te geven voor de hulp die jij nodig hebt.

Ik heb nu definitief besloten om [moeder A] als enige het gezag te laten hebben over jou. Dat heb ik ook in een uitspraak geschreven voor [moeder A] en [moeder B]. Ik hoop dat deze beslissing je een beetje rust geeft.

Tot slot wil ik nog heel graag meegeven dat je zelf naar de huisarts kan gaan om hulp te vragen voor de problemen waar je mee zit. Doe dat alsjeblief als [zorginstantie] of [zorginstelling] niet van de grond komt.

Ik wens je het allerbeste en heel veel succes met je eindexamen dit jaar!

Hartelijke groet,

De kinderrechter’’

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [moeder A], geboren op [geboortedatum 2] 1980 te [geboorteplaats 2], het gezag zal toekomen over de minderjarige, [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1];

*

neemt naar aanleiding van de informele rechtsingang geen ambtshalve beslissing over het benoemen van opa als voogd;

*

bepaalt - met wijziging in zoverre van de beschikking van 16 april 2020 van deze rechtbank - dat er geen omgangsregeling meer geldt tussen [minderjarige] en [moeder B];

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »