Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-582
Zaaknummer: C/09/679244
Datum beschikking: 31 maart 2026
Gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling, informatieregeling en kinderalimentatie
Beschikking op het op 27 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A. van den Heuvel in Rijswijk, voorheen: mr. S. van Donk in Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een geheim adres,
advocaat: mr. P.F.D.P. de Milliano in Katwijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
-
het verzoekschrift;
-
het bericht van 29 januari 2026 met bijlage van de vader;
-
het verweerschrift tevens zelfstandig verzoeken;
-
het bericht van 6 februari 2026 met bijlage van de vader;
-
het bericht van 9 februari 2026 met bijlagen van de vader;
-
het verweer tegen de zelfstandige verzoeken;
-
het bericht van 24 februari 2026 met bijlagen van de moeder.
Op 3 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
-
de vader bijgestaan door zijn advocaat;
-
de moeder bijgestaan door haar advocaat;
-
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
-
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
-
Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats].
-
De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.
-
[minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
-
Bij beschikking van deze rechtbank van 12 december 2026 is, voor zover hier van belang, vastgesteld – op voorwaarde dat voornoemde beslissing tot vernietiging van de erkenning in kracht van gewijsde is gegaan – het vaderschap van:
- [de vader] , geboren op [geboortedatum 2] 1976 te [land], over de [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats].
Verzoek en verweer
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
de vader te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige], in die zin dat ouders gezamenlijk gezag uitoefenen over [minderjarige];
-
primair: een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling vast te stellen, waarbij:
-
gedurende de eerste drie maanden zal de vader [minderjarige] uit school halen en na het avondeten om 20.00 uur weer terugbrengen bij de moeder, in de even weken op maandag en in de oneven weken op woensdag;
-
na drie maanden zal [minderjarige] om het weekend van zaterdag 9.00 uur tot zondag 20.00 uur bij de vader zijn, waarbij de vader [minderjarige] bij de moeder ophaalt en terugbrengt.
-
de vakanties en feestdagen als volgt te verdelen:
-
zomervakantie: de even jaren de eerste drie weken bij de vader en laatste drie weken bij de moeder en de oneven jaren andersom;
-
herfstvakantie: de even jaren bij de vader, de oneven jaren bij de moeder;
-
kerstvakantie: de even jaren de eerste week bij de vader, laatste week bij de moeder en de oneven jaren andersom;
-
voorjaarsvakantie: de even jaren bij de vader, de oneven jaren bij de moeder;
-
meivakantie: de even jaren bij de vader, de oneven jaren bij de moeder;
-
Sinterklaas: de oneven jaren bij de vader, de even jaren bij de moeder:
-
Goede Vrijdag en Pasen: bij de ouder bij wie [minderjarige] volgens de regeling is Goede Vrijdag en eerste paasdag, bij de andere ouder tweede paasdag;
-
Hemelvaartsdag: volgens de regeling
-
Pinksteren: bij de ouder bij wie [minderjarige] volgens de regeling is eerste pinksterdag, bij de andere ouder tweede pinksterdag;
-
Koningsdag: de even jaren bij de vader, de oneven jaren bij de moeder;
-
Moederdag: bij moeder;
-
Vaderdag: bij vader;
-
verjaardag [minderjarige]: de oneven jaren bij de vader, de even jaren bij de moeder;
-
verjaardag moeder: bij moeder;
-
verjaardag vader: bij vader;
-
verjaardagen overige familie/kennissen/relaties: in overleg met andere ouder;
- subsidiair: een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling vast te stellen die de rechtbank juist acht;
- te bepalen dat een informatie- en consultatieregeling wordt vastgesteld, waarbij de moeder de vader elke twee weken via e-mail dient te informeren en consulteren aangaande gewichtige aangelegenheden in het leven van [minderjarige].
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de moeder, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
te bepalen, dat de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding dient te voldoen van € 76,- per maand, dan wel een bijdrage in goede justitie te bepalen, per datum indiening verzoekschrift, dan wel een datum in goede justitie te bepalen;
-
te bepalen dat de vader omgang met [minderjarige] heeft onder begeleiding van een professionele instantie.
Beoordeling
Gezag en zorgregeling c.q. omgangsregeling
De vader heeft verzocht om hem mede met het gezag over [minderjarige] te belasten, in die zin dat de ouders gezamenlijk het gezag over [minderjarige] hebben. De vader stelt dat hij nadat de ouders uit elkaar zijn gegaan heeft geprobeerd om afspraken te maken met de moeder over de erkenning van [minderjarige], het gezamenlijk gezag en een omgangsregeling, maar de moeder heeft elk contact vermeden. Daardoor ziet de vader [minderjarige] niet meer en krijgt hij ook geen informatie meer. De moeder stelt daarentegen dat tijdens de omgangsmomenten tussen de vader en [minderjarige] de vader de veiligheid van [minderjarige] voor lief heeft genomen door haar bijvoorbeeld zonder autostoeltje mee te nemen in de auto. Daarnaast heeft de moeder tevens een melding gemaakt van seksueel misbruik. De moeder heeft daarom de omgang tussen de vader en [minderjarige] stopgezet.
De rechtbank overweegt als volgt. Op de zitting en uit de stukken is gebleken dat het voornaamste doel van de vader is om meer te worden betrokken bij het leven van [minderjarige], alsmede op de hoogte te worden gehouden en mee te kunnen beslissen over belangrijke zaken. De moeder heeft op de zitting uitgesproken dat zij niet tegen omgang tussen de vader en [minderjarige] is, maar dat zij het belangrijk vindt dat de veiligheid van [minderjarige] gewaarborgd wordt. De moeder heeft daarom benadrukt dat zij het van belang vindt dat omgang tussen de vader en [minderjarige] onder begeleiding van een hulpverleningsinstantie zal plaatsvinden.De moeder heeft aangegeven contact te hebben opgenomen met de zorgverlener [zorginstantie]. [zorginstantie] heeft aan de moeder laten weten bereid te zijn om te helpen bij het contactherstel tussen [minderjarige] en de vader. De ouders hebben op de zitting afgesproken om zich voor hulp en begeleiding aan te melden bij [zorginstantie]. De rechtbank acht het van belang dat er op korte termijn kan worden toegewerkt naar contactherstel tussen de vader en [minderjarige] en vertrouwt erop dat de ouders zoals ter zitting is afgesproken zich op korte termijn bij [zorginstantie] zullen aanmelden. De rechtbank zal niet op de resultaten van dit hulpverleningstraject vooruit lopen en zal daarom de beslissing ten aanzien van het gezag en de zorgregeling c.q. omgangsregeling aanhouden.
Informatie- en consultatieregeling
Wettelijk kader
Op grond van het eerste lid van artikel 1:377b BW is de ouder die met het gezag is belast, gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen – zo nodig door tussenkomst van derden – over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van de ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen.
Inhoudelijke beoordeling
De vader vindt dat hij stelselmatig wordt buitengesloten van belangrijke informatie over de opvoeding en medische zaken van [minderjarige]. De vader stelt zich op het standpunt dat ouders elkaar tijdig en volledig moeten raadplegen over belangrijke beslissingen over minderjarige kinderen.
De rechtbank vindt het belangrijk dat de vader op de hoogte blijft van het leven van [minderjarige], mede met het oog op mogelijk contactherstel tussen de vader en [minderjarige]. Zoals op de zitting besproken zal de rechtbank daarom een informatieregeling vastleggen overeenkomstig het verzoek van de vader, inhoudende dat de moeder de vader eens per maand informeert over gewichtige aangelegenheden in het leven van [minderjarige], zoals de fysieke en sociaal-emotionele ontwikkeling, haar school en haar schoolprestaties alsmede overige relevante zaken [minderjarige] betreffend, zoals vriendjes/vriendinnetjes, uitstapjes, zwemles, haar hobby’s en haar gezondheid. Deze informatie moet per e-mail worden verstrekt, met daarbij ten minste één foto van [minderjarige].
Kinderalimentatie
De moeder heeft verzocht te bepalen dat de vader een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding dient te voldoen van € 76,-. Op de zitting heeft de vader ingestemd met het verzoek van de moeder en zijn de ouders overeengekomen dat de vader met ingang van 1 maart 2026 een bedrag van € 76,- per maand aan kinderalimentatie voor [minderjarige] zal betalen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
BeslissingDe rechtbank:
*
bepaalt dat de moeder de vader eens per maand een e-mail stuurt aangaande gewichtige aangelegenheden in het leven van [minderjarige], waarbij ten minste één foto wordt gevoegd;
*
bepaalt de door de vader met ingang van 1 maart 2026 te betalen alimentatie voor [minderjarige] op € 76,- per maand;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de omgangs- of zorgregeling aan tot 1 juli 2026 pro forma.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 31 maart 2026. |