ECLI:NL:RBDHA:2026:27870

Datum uitspraak
24-08-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/09/691617 / FA RK 25-6981
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing eenhoofdig gezag, geen vaststelling omgang, vader dient eerst behandeling te volgen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-6981

Zaaknummer: C/09/691617

Datum beschikking: 24 augustus 2026

Gezag, hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang

Beschikking op het op 17 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: voorheen mr. A. Ramsaroep in Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D.M. Siemerink-Looten in Den Haag.

Procedure

Bij beschikking van 28 november 2025 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang

en de proceskosten aangehouden en is aan de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren.

De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook van:

  • het op 8 januari 2026 ingekomen aanvullende verzoekschrift;

  • het op 18 maart 2026 ingekomen Raadsrapport met kenmerk KZ-1-69GQLTT.

Op 24 juni 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

  • [naam] namens de Raad;

  • de vader, waarbij hij na tien minuten de zittingszaal heeft verlaten.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt na aanvulling, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • te bepalen dat [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader met een door de rechtbank te bepalen passende zorgregeling voor de moeder; indien de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] niet bij de vader wordt bepaald, een zorgregeling voor de vader te bepalen, inhoudende dat:

  • [minderjarige] elke maandag tussen 12.00 uur en 13.00 uur wordt opgehaald door de vader bij de moeder in [plaats 1];

  • [minderjarige] elke woensdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur wordt opgehaald door de moeder bij de vader in [plaats 2];

  • [minderjarige] elke oneven week op vrijdag tussen 12.00 uur en 13.00 uur door de vader wordt opgehaald bij de moeder in [plaats 1]. De zondag daarop wordt [minderjarige] tussen 12.00 uur en 13.00 uur door de moeder opgehaald bij de vader in [plaats 2];

  • de moeder te verplichten de vader te informeren omtrent de naam en contactgegevens van de huisarts van [minderjarige] en de naam en locatie van het Consultatiebureau (CJG) waar hij staat ingeschreven en de vader elke twee weken een kort verslagje te sturen van [minderjarige] met een foto van hem.

De moeder voert verweer, dat hierna - voor zover nodig - zal worden besproken.

Daarnaast verzoekt de moeder zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens te bepalen:

primair:

  • de moeder voortaan alleen wordt belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige];

  • dat de Raad een onderzoek zal doen naar het contact tussen de vader en [minderjarige] en dat voordat de rechter beslist hooguit begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige], gedurende een of twee uur per week plaatsvindt;

subsidiair:

- de moeder alleen (zonder vervangende toestemming van de vader) de keuze mag bepalen voor de opvang van [minderjarige] (indien opvang nodig is), en mag bepalen naar welke school [minderjarige] gaat vanaf zijn vierde jaar, alsook dat de moeder zonder toestemming van de vader, in voorkomend geval met [minderjarige] voor vakantie van maximaal drie aaneengesloten weken, naar het buitenland mag gaan.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist. Voor zover bij deze beschikking niet anders wordt overwogen en beslist.

Gezag

De Raad adviseert in het rapport van 18 maart 2026 om het gezamenlijk gezag van de ouders over [minderjarige] te behouden. De Raad is van mening dat gezamenlijk gezag kan bijdragen aan een evenwichtige betrokkenheid van beide ouders in het leven van het kind, wat essentieel is voor de emotionele en sociale ontwikkeling van [minderjarige]. Ondanks de spanningen tussen de ouders en de huidige omstandigheden, wordt het gezamenlijk gezag als waardevol beschouwd om beide ouders verantwoordelijk en betrokken te houden bij belangrijke beslissingen die het welzijn van [minderjarige] aangaan. De Raad ziet nog voldoende mogelijkheden waarin beide ouders in hun rechten en verplichtingen met betrekking tot [minderjarige] niet uitgesloten worden, mits dit in de toekomst op een constructieve wijze kan worden uitgevoerd.

De rechtbank volgt dit advies van de Raad niet. De rechtbank is van oordeel dat voldoende is gebleken dat het anderszins in het belang van [minderjarige] is dat de moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag. De vader is op 9 februari 2026 veroordeeld voor het mishandelen van de moeder. Hij heeft daarbij een contact- en locatieverbod van twee jaar met de moeder opgelegd gekregen. In de beslissing van de politierechter is opgenomen: “(…) dat de verdachte (de vader, toevoeging Rb) noch direct (zelf), noch indirect (middels anderen) op enigerlei wijze contact (niet middels telefoon, niet middels internet, niet via enig ander communicatiemiddel, noch middels direct persoonlijk contact, noch middels schriftelijke middelen) zal hebben met genoemde persoon (de moeder, toevoeging rb). (…) Als uitzondering op bovengenoemd contactverbod geldt de situatie dat met toestemming of onder begeleiding van Veilig Thuis of een vergelijkbare hulpverlenende instantie het leggen van contact noodzakelijk wordt geacht voor de tenuitvoerlegging van een omgangsregeling.” Nu de vader alleen via een derde contact met de moeder mag leggen over een eventuele omgangsregeling en verder op geen enkele wijze contact mag hebben met de moeder, kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat de ouders feitelijk het gezag niet gezamenlijk kunnen uitoefen. Daarbij heeft de rechtbank op de zitting gezien hoe de dynamiek tussen de ouders is. De vader heeft tien minuten na de start van de zitting de zaal boos en onder het uiten van beschuldigingen verlaten omdat de procedure niet naar zijn wens verliep. De rechtbank heeft gezien wat deze uitbarsting deed met de moeder. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat het niet van de moeder verwacht kan en mag worden dat zij samen met de vader het gezamenlijk gezag blijft uitoefen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen en haar voortaan alleen belasten met het gezag over [minderjarige].

Omdat de moeder voortaan met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] is belast, zal in het vervolg van de beschikking gesproken worden over een omgangsregeling.

Omgangsregeling

De Raad heeft geadviseerd dat een omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] in het belang van [minderjarige] is. Daarbij vindt de Raad het belangrijk dat er een omgangregeling is die zowel het welzijn van [minderjarige] bevordert als zorgt voor een rustige en geleidelijke opbouw van de relatie met vader. Er moet voorzichtig te werk gegaan worden, waarbij de nadruk ligt op stabiliteit en voorspelbaarheid voor [minderjarige], zonder dat de situatie te snel te veel verandering met zich meebrengt. De belangrijkste focus in deze omgangsregeling is om de geborgenheid en het hechtingsproces van [minderjarige] niet te verstoren. De omgangsregeling moet volgens de Raad flexibel zijn, gebaseerd op de reactie van [minderjarige] op de bezoeken en afgestemd op de praktijk (zoals reistijd en de emoties van beide ouders). Omdat er een contactverbod is moet de communicatie tussen ouders strikt via een (neutrale) derde verlopen, zoals een mediator of [zorginstantie]. [zorginstantie] (of mediator) speelt een belangrijke rol in het coördineren van de bezoeken en communicatie, wat de kans op conflicten verkleint. De raad adviseert een begeleide opbouwregeling voor de duur van zes weken waar tussentijds wordt geavaleerd.

Anders dan de Raad is de rechtbank is van oordeel dat omgang met de vader op dit moment anderszins in strijd is met de belangen van [minderjarige]. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Vaststaat dat de vader is veroordeeld voor het mishandelen van de moeder. Als bijzondere voorwaarden is bij het contactverbod gesteld dat de vader moet meewerken aan diagnostiek, zich moet laten behandelen door de forensische polikliniek Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering en moet meewerken aan controle op het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. Niet is gebleken dat de vader heeft meegewerkt aan diagnostiek en zich heeft laten behandelen. Evenmin is gebleken dat het middelengebruik onder controle is. De rechtbank acht het noodzakelijk dat aan de bijzondere voorwaarden is voldaan voordat gestart kan worden met het contactherstel tussen [minderjarige] en de vader. [minderjarige] is pas één jaar oud. Hij kan zich niet uiten en is volledig afhankelijk van degene bij wie hij op dat moment is. Het is daarom van belang dat er voldoende (emotionele) veiligheid geboden kan worden aan [minderjarige] tijdens de omgang. Uit de veroordeling voor mishandeling, de houding van de vader op de zitting en het gebrek aan verdere informatie over de diagnose, de behandeling en het middelengebruik is het de rechtbank gebleken dat niet met zekerheid valt vast te stellen dat de vader [minderjarige] emotionele veiligheid kan en zal bieden. De rechtbank begrijpt dat, zoals door de Raad geadviseerd, begeleide omgang een veilige en passende wijze kan zijn om het contact tussen de vader en [minderjarige] op te bouwen. De rechtbank acht dat traject op dit moment echter te vroeg. Voor het starten van begeleide omgang moet voldoende duidelijk zijn dat er perspectief bestaat op onbegeleide omgang. Gelet op het voorgaande is er naar het oordeel van de rechtbank momenteel (nog) geen perspectief op onbegeleide omgang. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om een traject van begeleide omgang te starten of de beslissing daarover aan te houden. De rechtbank zal daarom geen omgangsregeling vaststellen.

Hoofdverblijfplaats

Omdat het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag over [minderjarige] zal worden toegewezen, en de woonplaats van het kind is bij de tot gezag bevoegde ouder, is er voor de vader geen belang meer bij het verzoek ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige]. De rechtbank zal dit verzoek dan ook afwijzen.

Informatieregeling

Naar het oordeel van de rechtbank vereist het belang van [minderjarige] dat het eerste lid van artikel 1:377b BW buiten toepassing blijft. Nog daargelaten dat er nog steeds een (strafrechtelijk) contactverbod geldt, hebben de moeder en [minderjarige] nu rust nodig om alle gebeurtenissen te kunnen verwerken. Dat betekent dat ook iedere informatieverstrekking van de moeder naar de vader, op welke wijze dan ook, nu achterwege moet blijven. Dat kan in de toekomst mogelijk anders zijn, maar dat is op dit moment de situatie. De rechtbank zal het verzoek van de vader op dit punt daarom afwijzen.

Toestemming opvang, school en vakantie

Omdat het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag over [minderjarige] zal worden toegewezen, is er voor de moeder geen belang meer bij haar verzoeken ten aanzien van de opvang en school voor [minderjarige] en de vakanties met de moeder. De rechtbank zal die verzoeken dan ook afwijzen.

Proceskosten

Omdat het een familierechtelijke kwestie betreft, zal de rechtbank bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank d.d. 28 november 2025 – :

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats];

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. T.D. Somer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 augustus 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »