ECLI:NL:RBDHA:2025:26709

Datum uitspraak
18-12-2025
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/09/678347 / FA RK 25-170
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-170

Zaaknummer: C/09/678347

Datum beschikking: 18 december 2025 (bij vervroeging)

Hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie

Beschikking op het op 10 januari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink in ’s-Gravenhage

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.A. Kazzaz-De Hoog in ’s-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 14 maart 2025 zijn partijen verwezen naar een mediator om te trachten hun geschil door middel van mediation tot een oplossing te brengen. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en de vervangende toestemming inschrijving bassischool en adres van de moeder is pro forma aangehouden tot 1 september 2025.

De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:

  • het bericht met bijlage van 21 november 2025 van de vader;

  • het aanvullend verzoek met bijlagen van 27 november 2025 van de moeder;

  • het bericht met bijlagen van 1 december 2025 van de vader;

  • het bericht met bijlagen van 3 december 2025 van de moeder.

De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

Op 4 december 2025 is de behandeling op een zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

De moeder heeft op de zitting haar verzoeken ten aanzien van de vervangende toestemming inschrijving BRP en basisschool ingetrokken.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Hoofdverblijfplaats

Op de zitting heeft de vader ingestemd met het verzoek van de moeder om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] bij de moeder te bepalen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu het belang van [de minderjarige 1] zich daar niet tegen verzet.

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Op dit moment is [de minderjarige 1] iedere maandag uit school tot dinsdag naar school, en om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 19:30 uur bij de vader. Volgens beide ouders verloopt deze regeling goed. Zij zijn het er dan ook over eens dat deze zorgregeling moet worden vastgelegd.

De vader heeft daarbij wel nadrukkelijk de wens uitgesproken dat hij uiteindelijk wil toewerken naar een co-ouderschapsregeling waarbij de zorg voor [de minderjarige 1] 50/50 verdeeld is. De moeder vindt het daar op dit moment nog te vroeg voor. Zij vindt het belangrijk dat de zorgregeling eerst goed blijft lopen.

De rechtbank wil de ouders allereerst complimenteren voor de stappen die zij hebben gemaakt. Het is fijn dat het gelukt is om afspraken te maken over het contact tussen de vader en [de minderjarige 1] . Tegelijkertijd is het spijtig dat dit niet is gelukt met [de minderjarige 2] . Hoewel [de minderjarige 2] niet het biologische kind is van de vader, is hij vanaf kleins af aan wel opgegroeid in dit gezin. De rechtbank spreekt de hoop uit dat alle betrokkenen zich ervoor gaan inzetten dat dit contact weer wordt hersteld. Ten aanzien van de wens van de vader over de co-ouderschapsregeling overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank acht het van belang dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] als broers ook veel tijd samen kunnen doorbrengen, en ziet daarom geen aanleiding om een 50/50 verdeling vast te leggen. De huidige zorgregeling verloopt nu goed en de rechtbank wil daarbij niet vooruitlopen op de zaken in de toekomst.

Ten aanzien van de vakanties en feestdagen hebben de ouders op de zitting aangegeven dat zij deze nu in onderling overleg bij helfte verdelen. Dit verloopt goed, en willen zij graag aanhouden.

De rechtbank zal het bovenstaande vastleggen in het dictum, omdat niet gebleken is dat het belang van [de minderjarige 1] zich hier tegen verzet.

Kinderalimentatie

Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen als uitgangspunt.

Behoefte van [de minderjarige 1]

Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) ten tijde van de samenleving worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (NBI) van beide partijen samen, eventueel inclusief kindgebonden budget. De rechtbank zal rekenen met de tarieven van periode 2025-I, nu de moeder met de kinderen sinds januari 2025 niet meer in de gezamenlijke woning verblijft.

Voor het inkomen van de moeder gaat de rechtbank uit van een bruto inkomen van € 47.519,- in 2024, zoals volgt uit de jaaropgave 2024.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:

  • de algemene heffingskorting;

  • de arbeidskorting;

  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Uitgaande van bovenstaande gegevens, berekent de rechtbank het NBI van de moeder op € 3.375,- per maand.

Voor de berekening van het NBI van de vader gaat de rechtbank uit van een bruto inkomen van € 80.673,- in 2024, zoals volgt uit de jaaropgave 2024.

Tussen de ouders is in geschil of het bruto inkomen van de vader gecorrigeerd dient te worden met de fiscale bijtelling van de auto.

De rechtbank overweegt dat conform de uitgangspunten in het Rapport Alimentatienormen bij de berekening van het NBGI geen rekening wordt gehouden met de bijtelling vanwege een auto van de zaak. Uit de overgelegde salarisspecificaties van april 2025 blijkt een fiscale bijtelling van € 352,27 per maand, zodat de rechtbank het inkomen uit de jaaropgave dat inclusief de bijtelling is, zal corrigeren met (352, 27 x 12 = € 4.227,24. Dit leidt tot een bruto inkomen van afgerond € 76.446,- in 2024.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:

  • de algemene heffingskorting;

  • de arbeidskorting.

Uitgaande van bovenstaande gegevens, berekent de rechtbank het NBI van de vader op € 4.324,- per maand.

Het NBGI van de ouders bedraagt dus (3.375 + 4.324 =) € 7.699,- per maand. Met dit NBGI hebben de ouders geen recht op kindgebonden budget.

De rechtbank zal bij de tabel ‘Eigen Aandeel Kosten Kinderen’ uitgaan van twee kinderen, nu [de minderjarige 2] – de zoon van de moeder uit een eerdere relatie – altijd in het gezin heeft gewoond. Dit levert een behoefte op van € 1.700,- per maand, te weten € 850,- per kind per maand.

Draagkracht

Vervolgens dient te worden beoordeeld in welke verhouding de ouders dienen bij te dragen in de behoefte van de kinderen. De rechtbank volgt bij het vaststellen van die verhouding de uitgangspunten in het Rapport Alimentatienormen, waaruit volgt dat het eigen aandeel in de kosten van de kinderen tussen de ouders moet worden verdeeld naar rato van hun draagkracht. De omvang van de draagkracht in 2025 wordt vastgesteld aan de hand van de formule: 70% (NBI – (0,3 x NBI + € 1.310). De rechtbank zal in het hiernavolgende de draagkracht van partijen vaststellen.

Draagkracht vader

Voor de berekening van de draagkracht van de vader gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 5.928,- per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld, zoals volgt uit de salarisspecificatie september 2025. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met ANW-hiaat premie van € 30,- per maand.

De vader heeft aangevoerd dat ook rekening moet worden gehouden met een lijfrentepremie van € 350,- per maand. Dit is zijn pensioenvoorziening en is tijdelijk stopgezet vanwege de overname van de gezamenlijke woning. Op termijn wil de vader dit wel weer gaan betalen. De moeder voert verweer. Zij is van mening dat moet worden uitgegaan van de huidige situatie van de vader.

De rechtbank zal geen rekening houden met de lijfrentepremie, en overweegt daartoe als volgt. De vader heeft niet onderbouwd met stukken wanneer hij wel weer deze lijfrentepremie gaat betalen. Vaststaat dat de vader op dit moment geen geld daarvoor afdraagt, zodat de rechtbank voorbij gaat aan het standpunt van de vader.

Tussen de ouders is ook hier discussie over de fiscale bijtelling voor de auto van de zaak. De rechtbank heeft hiervoor reeds overwogen hoe deze bijtelling in acht te nemen, en zal dat hier op dezelfde wijze doen. Omdat de rechtbank rekent aan de hand van de salarisspecificatie en niet een jaaropgave, zal de rechtbank uitgaan van de bovenstaande bedragen.

Verder houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:

  • de algemene heffingskorting;

  • de arbeidskorting.

Gelet op de ingangsdatum, zoals hierna wordt overwogen, zal de rechtbank rekenen met de tarieven van 2025-II.

Uitgaande van bovenstaande gegevens, berekent de rechtbank het huidige NBI van de vader op € 4.324,- per maand en de draagkracht op € 1.202,- per maand.

Draagkracht moeder

Bij de berekening van de draagkracht van de moeder gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 3.575,- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld en een eindejaarsuitkering van € 107,- per maand, zoals blijkt uit de salarisspecificaties van september, oktober en november 2025.

De rechtbank houdt daarnaast rekening met de volgende premies:

  • de pensioenpremie van € 190,- per maand,

  • de WGA-hiaat premie van € 6,- per maand;

  • de PAWW bijdrage van € 4,- per maand;

  • de FLOW premie van € 3,- per maand;

Verder houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:

  • de algemene heffingskorting;

  • de arbeidskorting;

  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting;

  • het kindgebonden budget;

  • de alleenstaande ouderkop.

Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het huidige NBI van de moeder op € 3.275,- per maand. De draagkracht van de moeder bedraagt € 688,- per maand.

Zorgkorting

Gelet op de hierboven vastgestelde zorgregeling, is de rechtbank van oordeel dat een zorgkorting van 25% passend is. De behoefte van [de minderjarige 1] bedraagt € 850,- per maand, waardoor de zorgkorting (0,25 x 850 =) € 212,- per maand bedraagt.

Draagkrachtvergelijking

De draagkracht van de ouders bedraagt (1.202 + 688 =) € 1.890,- per maand. Dit is voldoende om in de behoefte van [de minderjarige 1] te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte, oftewel:

het eigen aandeel van de vader: 1.202 / 1.890 x 850 = 541

het eigen aandeel van de moeder: 688 /1.890 x 850 = 309

samen 850

Van de totale behoefte van [de minderjarige 1] komt dus een gedeelte van € 541,- per maand voor rekening van de vader en een gedeelte van € 309,- per maand voor de moeder.

Rekening houdend met de hiervoor vastgestelde zorgkorting van € 212,- per maand, is de vader in staat aan de moeder een kinderalimentatie betalen van (541 – 212 =) € 329,- per maand.

Ingangsdatum

Tussen de ouders is de ingangsdatum in geschil. De moeder verzoekt om de kinderalimentatie vast te stellen vanaf datum indiening zelfstandig verzoek, te weten

1 december 2025. De vader voert verweer, en stelt dat de datum van de beschikking als ingangsdatum moet worden gehanteerd.

De rechtbank zal als ingangsdatum van de kinderalimentatie bepalen dat dit is vanaf de datum van de indiening van het zelfstandige verzoek, te weten 1 december 2025. De rechtbank overweegt dat de vader vanaf dat moment rekening heeft kunnen houden met het betalen van kinderalimentatie.

Conclusie

De moeder verzoekt een kinderalimentatie vast te stellen van € 300,- per maand. De rechtbank concludeert dat dit een lager is dan uit de berekening volgt. De rechtbank is gehouden aan de rechtsstrijd tussen partijen en zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen, en bepalen dat de vader aan de moeder, met ingang van 1 december 2025, een kinderalimentatie moet betalen van € 300,- per maand.

Indexering

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:402a BW de kinderalimentatie van rechtswege zal worden geïndexeerd per 1 januari 2026.

Aanhechten beschikking

De rechtbank heeft berekeningen gemaakt van de behoefte van [de minderjarige 1] en de draagkracht van de ouders. Deze berekeningen zijn aan de beschikking gehecht en maken daarvan onderdeel uit.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op

[geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder;

*

bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dat [de minderjarige 1] als volgt bij de vader is:

  • iedere maandag uit school tot dinsdag naar school;

  • om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 19:30 uur;

*

bepaalt dat de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte worden gedeeld;

*

bepaalt de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 1] , met ingang van 1 december 2025, op € 300,- per maand, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 18 december 2025.

Partij

Man (678347)

Zaak

Man (678347) / Vrouw (678347) (C/09/678347)

Berekening

Behoefteberekening

Tarieven

2025-1

Datum uitdraai

10-12-2025

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon volgens jaaropgaaf

(60)

60

Loon volgens jaaropgaaf

€

80.673

In het loon volgens jaaropgaaf begrepen

- fiscale bijtelling voor het privé gebruik van de zakelijke auto

-

€

4.227

Op het bruto loon ingehouden

59

Inkomsten (transport)

€

76.446

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

€

76.446

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

€

76.446

- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)

€

13.769

- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817

€

14.244

95

Inkomensheffing box 1

€

28.013

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

€

76.446

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

€

28.013

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

€

3.451

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

€

24.562

Inkomen na aftrek inkomensheffing

€

51.884

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

€

24

jaar

Arbeidskorting

€

3.427

jaar

Totale inkomsten

€

51.884

120

Besteedbaar inkomen

€

51.884

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

€

51.884

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

€

4.324

Partij

Vrouw (678347)

Zaak

Man (678347) / Vrouw (678347) (C/09/678347)

Berekening

Behoefteberekening

Tarieven

2025-1

Datum uitdraai

10-12-2025

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon volgens jaaropgaaf

(60)

60

Loon volgens jaaropgaaf

€

47.519

Op het bruto loon ingehouden

59

Inkomsten (transport)

€

47.519

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

€

47.519

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

€

47.519

- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)

€

13.769

- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817

€

3.402

95

Inkomensheffing box 1

€

17.171

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

€

47.519

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

€

17.171

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

€

10.153

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

€

7.018

Inkomen na aftrek inkomensheffing

€

40.501

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

€

1.857

jaar

Arbeidskorting

€

5.310

jaar

Combinatiekorting

€

2.986

jaar

Totale inkomsten

€

40.501

120

Besteedbaar inkomen

€

40.501

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

€

40.501

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

€

3.375

NBGI voor scheiding

Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding

NBI voor scheiding Man (678347)

€

4.324

NBI voor scheiding Vrouw (678347)

€

3.375

Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding

€

7.699

Eigen aandeel kosten kinderen

Eigen aandeel kosten kinderen

Ouders hebben in gezinsverband geleefd

ja

NBGI voor scheiding

€

7.699

Tabel aantal kinderen

2

Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel

€

1.700

#

Indexeren

nee

Partij

Man (678347)

Zaak

Man (678347) / Vrouw (678347) (C/09/678347)

Berekening

Draagkrachtberekening

Tarieven

2025-1

Datum uitdraai

10-12-2025

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon (41-50)

41

Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking

€

71.136

44

Vakantietoeslag

€

5.691

Bruto inkomsten

€

76.827

Premies (51-59)

Pensioenpremie

53

Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat

-

€

360

54

Loon voor de premies werknemersverzekeringen

€

76.467

Specificaties voor post: 53 (Optellen)

ANW hiaat

€

360

jaar

59

Inkomsten

€

76.467

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

€

76.467

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

€

76.467

- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)

€

13.769

- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817

€

14.252

95

Inkomensheffing box 1

€

28.021

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

€

76.467

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

€

28.021

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

€

3.448

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

€

24.573

Inkomen na aftrek inkomensheffing

€

51.894

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

€

23

jaar

Arbeidskorting

€

3.425

jaar

120

Besteedbaar inkomen

€

51.894

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

€

51.894

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

€

4.324

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

120a

Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie

€

4.324

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122a

Kosten van levensonderhoud

€

1.310

123a

Woonbudget

€

1.297

135a

Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie

€

2.607

136a

Draagkrachtruimte

€

1.717

137a

Draagkrachtpercentage

%

70

Beschikbaar

€

1.202

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

€

1.202

Partij

Vrouw (678347)

Zaak

Man (678347) / Vrouw (678347) (C/09/678347)

Berekening

Draagkrachtberekening

Tarieven

2025-1

Datum uitdraai

10-12-2025

Box 1 Inkomen uit werk en woning

Loon (41-50)

41

Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking

€

42.900

44

Vakantietoeslag

€

3.432

48

Belaste gratificaties, tantièmes, eindejaarsuitkering

€

1.284

Bruto inkomsten

€

47.616

Premies (51-59)

Pensioenpremie

51

Ingehouden pensioenpremie

-

€

2.280

53

Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat

-

€

84

54

Loon voor de premies werknemersverzekeringen

€

45.252

Specificaties voor post: 51 (Optellen)

Flexpensioen

€

2.280

jaar

Specificaties voor post: 53 (Optellen)

PAWW

€

48

jaar

FLOW

€

36

jaar

59

Inkomsten

€

45.252

Belastbaar loon (61-64)

64

Belastbaar loon

€

45.252

Heffing box 1 (94-95)

94

Belastbaar inkomen uit werk en woning

€

45.252

- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)

€

13.769

- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817

€

2.553

95

Inkomensheffing box 1

€

16.322

Besteedbaar inkomen (113-120)

113

Inkomen voor aftrek inkomensheffing

€

45.252

114

Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3

€

16.322

115/116

Heffingskorting en standaard heffingskorting

-

€

10.445

117

Verschuldigde inkomensheffing

-

€

5.877

Inkomen na aftrek inkomensheffing

€

39.375

Specificaties voor post: 115/116

Algemene Heffingskorting

€

2.001

jaar

Arbeidskorting

€

5.458

jaar

Combinatiekorting

€

2.986

jaar

Af: Netto premie (WGA/WHK)

€

72

120

Besteedbaar inkomen

€

39.303

120a

Netto besteedbaar inkomen (per jaar)

€

39.303

120a

Netto besteedbaar inkomen (per maand)

€

3.275

Draagkracht tbv kinderalimentatie

Draagkracht tbv kinderalimentatie

120a

Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie

€

3.275

Draagkracht wordt berekend op basis van

Formule

122a

Kosten van levensonderhoud

€

1.310

123a

Woonbudget

€

982

135a

Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie

€

2.292

136a

Draagkrachtruimte

€

983

137a

Draagkrachtpercentage

%

70

Beschikbaar

€

688

140a

Draagkracht tbv kinderalimentatie

€

688

Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen

Zaak

Man (678347) / Vrouw (678347)

Tarieven

2025-1

Datum uitdraai

10-12-2025

Man (678347)

Vrouw (678347)

Kindgebonden budget na scheiding

€

0

€

0

Alleenstaande ouderkop

€

0

€

0

Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK)

€

4.324

€

3.275

Aantal kinderen

1

[de minderjarige 1]

Leeftijd

10

Woont bij

AP

0

AG

1

Ex-partner

0

Zorgkorting Vrouw (678347)

%

0

Zorgkorting Man (678347)

%

25

Zorgkorting tbv.

AP

[de minderjarige 1]

Totaal

Bijdrage ouders in kosten kinderen

€ p/m

850

850

Netto kinderopvangkosten na scheiding

€ p/m

0

0

Overige kosten kinderen na scheiding

€ p/m

0

0

Totale kosten kinderen na scheiding

€ p/m

850

850

Zorgkorting

€ p/m

212

212

Draagkracht

Man (678347)

Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte

€ p/m

1.202

1.202

Draagkracht Man (678347) per kind

€ p/m

1.202

1.202

Draagkracht Man (678347)

€ p/m

1.202

1.202

Vrouw (678347)

Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte

€ p/m

688

688

Draagkracht Vrouw (678347) per kind

€ p/m

688

688

Draagkracht Vrouw (678347)

€ p/m

688

688

Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind

€ p/m

1.890

1.890

Bijdrage kosten kinderen

Aandeel Man (678347)

€ p/m

541

541

Af: zorgkorting

€ p/m

- 212

- 212

Ten laste van Man (678347) na aftrek zorgkorting

€ p/m

329

329

Aandeel Vrouw (678347)

€ p/m

309

309

Af: zorgkorting

€ p/m

- 0

- 0

Ten laste van Vrouw (678347) na aftrek zorgkorting

€ p/m

309

309

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »