Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-170
Zaaknummer: C/09/678347
Datum beschikking: 18 december 2025 (bij vervroeging)
Hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie
Beschikking op het op 10 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink in ’s-Gravenhage
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.A. Kazzaz-De Hoog in ’s-Gravenhage.
Procedure
Bij beschikking van 14 maart 2025 zijn partijen verwezen naar een mediator om te trachten hun geschil door middel van mediation tot een oplossing te brengen. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en de vervangende toestemming inschrijving bassischool en adres van de moeder is pro forma aangehouden tot 1 september 2025.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
-
het bericht met bijlage van 21 november 2025 van de vader;
-
het aanvullend verzoek met bijlagen van 27 november 2025 van de moeder;
-
het bericht met bijlagen van 1 december 2025 van de vader;
-
het bericht met bijlagen van 3 december 2025 van de moeder.
De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Op 4 december 2025 is de behandeling op een zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De moeder heeft op de zitting haar verzoeken ten aanzien van de vervangende toestemming inschrijving BRP en basisschool ingetrokken.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Hoofdverblijfplaats
Op de zitting heeft de vader ingestemd met het verzoek van de moeder om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] bij de moeder te bepalen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu het belang van [de minderjarige 1] zich daar niet tegen verzet.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Op dit moment is [de minderjarige 1] iedere maandag uit school tot dinsdag naar school, en om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 19:30 uur bij de vader. Volgens beide ouders verloopt deze regeling goed. Zij zijn het er dan ook over eens dat deze zorgregeling moet worden vastgelegd.
De vader heeft daarbij wel nadrukkelijk de wens uitgesproken dat hij uiteindelijk wil toewerken naar een co-ouderschapsregeling waarbij de zorg voor [de minderjarige 1] 50/50 verdeeld is. De moeder vindt het daar op dit moment nog te vroeg voor. Zij vindt het belangrijk dat de zorgregeling eerst goed blijft lopen.
De rechtbank wil de ouders allereerst complimenteren voor de stappen die zij hebben gemaakt. Het is fijn dat het gelukt is om afspraken te maken over het contact tussen de vader en [de minderjarige 1] . Tegelijkertijd is het spijtig dat dit niet is gelukt met [de minderjarige 2] . Hoewel [de minderjarige 2] niet het biologische kind is van de vader, is hij vanaf kleins af aan wel opgegroeid in dit gezin. De rechtbank spreekt de hoop uit dat alle betrokkenen zich ervoor gaan inzetten dat dit contact weer wordt hersteld. Ten aanzien van de wens van de vader over de co-ouderschapsregeling overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank acht het van belang dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] als broers ook veel tijd samen kunnen doorbrengen, en ziet daarom geen aanleiding om een 50/50 verdeling vast te leggen. De huidige zorgregeling verloopt nu goed en de rechtbank wil daarbij niet vooruitlopen op de zaken in de toekomst.
Ten aanzien van de vakanties en feestdagen hebben de ouders op de zitting aangegeven dat zij deze nu in onderling overleg bij helfte verdelen. Dit verloopt goed, en willen zij graag aanhouden.
De rechtbank zal het bovenstaande vastleggen in het dictum, omdat niet gebleken is dat het belang van [de minderjarige 1] zich hier tegen verzet.
Kinderalimentatie
Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen als uitgangspunt.
Behoefte van [de minderjarige 1]
Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) ten tijde van de samenleving worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (NBI) van beide partijen samen, eventueel inclusief kindgebonden budget. De rechtbank zal rekenen met de tarieven van periode 2025-I, nu de moeder met de kinderen sinds januari 2025 niet meer in de gezamenlijke woning verblijft.
Voor het inkomen van de moeder gaat de rechtbank uit van een bruto inkomen van € 47.519,- in 2024, zoals volgt uit de jaaropgave 2024.
Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
-
de algemene heffingskorting;
-
de arbeidskorting;
-
de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Uitgaande van bovenstaande gegevens, berekent de rechtbank het NBI van de moeder op € 3.375,- per maand.
Voor de berekening van het NBI van de vader gaat de rechtbank uit van een bruto inkomen van € 80.673,- in 2024, zoals volgt uit de jaaropgave 2024.
Tussen de ouders is in geschil of het bruto inkomen van de vader gecorrigeerd dient te worden met de fiscale bijtelling van de auto.
De rechtbank overweegt dat conform de uitgangspunten in het Rapport Alimentatienormen bij de berekening van het NBGI geen rekening wordt gehouden met de bijtelling vanwege een auto van de zaak. Uit de overgelegde salarisspecificaties van april 2025 blijkt een fiscale bijtelling van € 352,27 per maand, zodat de rechtbank het inkomen uit de jaaropgave dat inclusief de bijtelling is, zal corrigeren met (352, 27 x 12 = € 4.227,24. Dit leidt tot een bruto inkomen van afgerond € 76.446,- in 2024.
Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
-
de algemene heffingskorting;
-
de arbeidskorting.
Uitgaande van bovenstaande gegevens, berekent de rechtbank het NBI van de vader op € 4.324,- per maand.
Het NBGI van de ouders bedraagt dus (3.375 + 4.324 =) € 7.699,- per maand. Met dit NBGI hebben de ouders geen recht op kindgebonden budget.
De rechtbank zal bij de tabel ‘Eigen Aandeel Kosten Kinderen’ uitgaan van twee kinderen, nu [de minderjarige 2] – de zoon van de moeder uit een eerdere relatie – altijd in het gezin heeft gewoond. Dit levert een behoefte op van € 1.700,- per maand, te weten € 850,- per kind per maand.
Draagkracht
Vervolgens dient te worden beoordeeld in welke verhouding de ouders dienen bij te dragen in de behoefte van de kinderen. De rechtbank volgt bij het vaststellen van die verhouding de uitgangspunten in het Rapport Alimentatienormen, waaruit volgt dat het eigen aandeel in de kosten van de kinderen tussen de ouders moet worden verdeeld naar rato van hun draagkracht. De omvang van de draagkracht in 2025 wordt vastgesteld aan de hand van de formule: 70% (NBI – (0,3 x NBI + € 1.310). De rechtbank zal in het hiernavolgende de draagkracht van partijen vaststellen.
Draagkracht vader
Voor de berekening van de draagkracht van de vader gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 5.928,- per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld, zoals volgt uit de salarisspecificatie september 2025. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met ANW-hiaat premie van € 30,- per maand.
De vader heeft aangevoerd dat ook rekening moet worden gehouden met een lijfrentepremie van € 350,- per maand. Dit is zijn pensioenvoorziening en is tijdelijk stopgezet vanwege de overname van de gezamenlijke woning. Op termijn wil de vader dit wel weer gaan betalen. De moeder voert verweer. Zij is van mening dat moet worden uitgegaan van de huidige situatie van de vader.
De rechtbank zal geen rekening houden met de lijfrentepremie, en overweegt daartoe als volgt. De vader heeft niet onderbouwd met stukken wanneer hij wel weer deze lijfrentepremie gaat betalen. Vaststaat dat de vader op dit moment geen geld daarvoor afdraagt, zodat de rechtbank voorbij gaat aan het standpunt van de vader.
Tussen de ouders is ook hier discussie over de fiscale bijtelling voor de auto van de zaak. De rechtbank heeft hiervoor reeds overwogen hoe deze bijtelling in acht te nemen, en zal dat hier op dezelfde wijze doen. Omdat de rechtbank rekent aan de hand van de salarisspecificatie en niet een jaaropgave, zal de rechtbank uitgaan van de bovenstaande bedragen.
Verder houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
-
de algemene heffingskorting;
-
de arbeidskorting.
Gelet op de ingangsdatum, zoals hierna wordt overwogen, zal de rechtbank rekenen met de tarieven van 2025-II.
Uitgaande van bovenstaande gegevens, berekent de rechtbank het huidige NBI van de vader op € 4.324,- per maand en de draagkracht op € 1.202,- per maand.
Draagkracht moeder
Bij de berekening van de draagkracht van de moeder gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 3.575,- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld en een eindejaarsuitkering van € 107,- per maand, zoals blijkt uit de salarisspecificaties van september, oktober en november 2025.
De rechtbank houdt daarnaast rekening met de volgende premies:
-
de pensioenpremie van € 190,- per maand,
-
de WGA-hiaat premie van € 6,- per maand;
-
de PAWW bijdrage van € 4,- per maand;
-
de FLOW premie van € 3,- per maand;
Verder houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen:
-
de algemene heffingskorting;
-
de arbeidskorting;
-
de inkomensafhankelijke combinatiekorting;
-
het kindgebonden budget;
-
de alleenstaande ouderkop.
Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het huidige NBI van de moeder op € 3.275,- per maand. De draagkracht van de moeder bedraagt € 688,- per maand.
Zorgkorting
Gelet op de hierboven vastgestelde zorgregeling, is de rechtbank van oordeel dat een zorgkorting van 25% passend is. De behoefte van [de minderjarige 1] bedraagt € 850,- per maand, waardoor de zorgkorting (0,25 x 850 =) € 212,- per maand bedraagt.
Draagkrachtvergelijking
De draagkracht van de ouders bedraagt (1.202 + 688 =) € 1.890,- per maand. Dit is voldoende om in de behoefte van [de minderjarige 1] te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte, oftewel:
het eigen aandeel van de vader: 1.202 / 1.890 x 850 = 541
het eigen aandeel van de moeder: 688 /1.890 x 850 = 309
samen 850
Van de totale behoefte van [de minderjarige 1] komt dus een gedeelte van € 541,- per maand voor rekening van de vader en een gedeelte van € 309,- per maand voor de moeder.
Rekening houdend met de hiervoor vastgestelde zorgkorting van € 212,- per maand, is de vader in staat aan de moeder een kinderalimentatie betalen van (541 – 212 =) € 329,- per maand.
Ingangsdatum
Tussen de ouders is de ingangsdatum in geschil. De moeder verzoekt om de kinderalimentatie vast te stellen vanaf datum indiening zelfstandig verzoek, te weten
1 december 2025. De vader voert verweer, en stelt dat de datum van de beschikking als ingangsdatum moet worden gehanteerd.
De rechtbank zal als ingangsdatum van de kinderalimentatie bepalen dat dit is vanaf de datum van de indiening van het zelfstandige verzoek, te weten 1 december 2025. De rechtbank overweegt dat de vader vanaf dat moment rekening heeft kunnen houden met het betalen van kinderalimentatie.
Conclusie
De moeder verzoekt een kinderalimentatie vast te stellen van € 300,- per maand. De rechtbank concludeert dat dit een lager is dan uit de berekening volgt. De rechtbank is gehouden aan de rechtsstrijd tussen partijen en zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen, en bepalen dat de vader aan de moeder, met ingang van 1 december 2025, een kinderalimentatie moet betalen van € 300,- per maand.
Indexering
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:402a BW de kinderalimentatie van rechtswege zal worden geïndexeerd per 1 januari 2026.
Aanhechten beschikking
De rechtbank heeft berekeningen gemaakt van de behoefte van [de minderjarige 1] en de draagkracht van de ouders. Deze berekeningen zijn aan de beschikking gehecht en maken daarvan onderdeel uit.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op
[geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder;
*
bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dat [de minderjarige 1] als volgt bij de vader is:
-
iedere maandag uit school tot dinsdag naar school;
-
om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 19:30 uur;
*
bepaalt dat de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte worden gedeeld;
*
bepaalt de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 1] , met ingang van 1 december 2025, op € 300,- per maand, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 18 december 2025. |
|
Partij |
Man (678347) |
|
Zaak |
Man (678347) / Vrouw (678347) (C/09/678347) |
|
Berekening |
Behoefteberekening |
|
Tarieven |
2025-1 |
|
Datum uitdraai |
10-12-2025 |
|
Box 1 Inkomen uit werk en woning |
|||||||
|
Loon volgens jaaropgaaf |
|||||||
|
(60) |
|||||||
|
60 |
Loon volgens jaaropgaaf |
€ |
80.673 |
||||
|
In het loon volgens jaaropgaaf begrepen |
|||||||
|
- fiscale bijtelling voor het privé gebruik van de zakelijke auto |
- |
€ |
4.227 |
||||
|
Op het bruto loon ingehouden |
|||||||
|
59 |
Inkomsten (transport) |
€ |
76.446 |
||||
|
Belastbaar loon (61-64) |
|||||||
|
64 |
Belastbaar loon |
€ |
76.446 |
||||
|
Heffing box 1 (94-95) |
|||||||
|
94 |
Belastbaar inkomen uit werk en woning |
€ |
76.446 |
||||
|
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501) |
€ |
13.769 |
|||||
|
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817 |
€ |
14.244 |
|||||
|
95 |
Inkomensheffing box 1 |
€ |
28.013 |
||||
|
Besteedbaar inkomen (113-120) |
|||||||
|
113 |
Inkomen voor aftrek inkomensheffing |
€ |
76.446 |
||||
|
114 |
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 |
€ |
28.013 |
||||
|
115/116 |
Heffingskorting en standaard heffingskorting |
- |
€ |
3.451 |
|||
|
117 |
Verschuldigde inkomensheffing |
- |
€ |
24.562 |
|||
|
Inkomen na aftrek inkomensheffing |
€ |
51.884 |
|||||
|
Specificaties voor post: 115/116 |
|||||||
|
Algemene Heffingskorting |
€ |
24 |
jaar |
||||
|
Arbeidskorting |
€ |
3.427 |
jaar |
||||
|
Totale inkomsten |
€ |
51.884 |
|||||
|
120 |
Besteedbaar inkomen |
€ |
51.884 |
||||
|
120a |
|||||||
|
Netto besteedbaar inkomen (per jaar) |
€ |
51.884 |
|||||
|
120a |
Netto besteedbaar inkomen (per maand) |
€ |
4.324 |
|
Partij |
Vrouw (678347) |
|
Zaak |
Man (678347) / Vrouw (678347) (C/09/678347) |
|
Berekening |
Behoefteberekening |
|
Tarieven |
2025-1 |
|
Datum uitdraai |
10-12-2025 |
|
Box 1 Inkomen uit werk en woning |
|||||||
|
Loon volgens jaaropgaaf |
|||||||
|
(60) |
|||||||
|
60 |
Loon volgens jaaropgaaf |
€ |
47.519 |
||||
|
Op het bruto loon ingehouden |
|||||||
|
59 |
Inkomsten (transport) |
€ |
47.519 |
||||
|
Belastbaar loon (61-64) |
|||||||
|
64 |
Belastbaar loon |
€ |
47.519 |
||||
|
Heffing box 1 (94-95) |
|||||||
|
94 |
Belastbaar inkomen uit werk en woning |
€ |
47.519 |
||||
|
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501) |
€ |
13.769 |
|||||
|
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817 |
€ |
3.402 |
|||||
|
95 |
Inkomensheffing box 1 |
€ |
17.171 |
||||
|
Besteedbaar inkomen (113-120) |
|||||||
|
113 |
Inkomen voor aftrek inkomensheffing |
€ |
47.519 |
||||
|
114 |
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 |
€ |
17.171 |
||||
|
115/116 |
Heffingskorting en standaard heffingskorting |
- |
€ |
10.153 |
|||
|
117 |
Verschuldigde inkomensheffing |
- |
€ |
7.018 |
|||
|
Inkomen na aftrek inkomensheffing |
€ |
40.501 |
|||||
|
Specificaties voor post: 115/116 |
|||||||
|
Algemene Heffingskorting |
€ |
1.857 |
jaar |
||||
|
Arbeidskorting |
€ |
5.310 |
jaar |
||||
|
Combinatiekorting |
€ |
2.986 |
jaar |
||||
|
Totale inkomsten |
€ |
40.501 |
|||||
|
120 |
Besteedbaar inkomen |
€ |
40.501 |
||||
|
120a |
|||||||
|
Netto besteedbaar inkomen (per jaar) |
€ |
40.501 |
|||||
|
120a |
Netto besteedbaar inkomen (per maand) |
€ |
3.375 |
||||
|
NBGI voor scheiding |
|||||||
|
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding |
|||||||
|
NBI voor scheiding Man (678347) |
€ |
4.324 |
|||||
|
NBI voor scheiding Vrouw (678347) |
€ |
3.375 |
|||||
|
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding |
€ |
7.699 |
|||||
|
Eigen aandeel kosten kinderen |
|||||||
|
Eigen aandeel kosten kinderen |
|||||||
|
Ouders hebben in gezinsverband geleefd |
ja |
||||||
|
NBGI voor scheiding |
€ |
7.699 |
|||||
|
Tabel aantal kinderen |
2 |
||||||
|
Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel |
€ |
1.700 |
|||||
|
# |
Indexeren |
nee |
|||||
|
Partij |
Man (678347) |
|
Zaak |
Man (678347) / Vrouw (678347) (C/09/678347) |
|
Berekening |
Draagkrachtberekening |
|
Tarieven |
2025-1 |
|
Datum uitdraai |
10-12-2025 |
|
Box 1 Inkomen uit werk en woning |
|||||||
|
Loon (41-50) |
|||||||
|
41 |
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking |
€ |
71.136 |
||||
|
44 |
Vakantietoeslag |
€ |
5.691 |
||||
|
Bruto inkomsten |
€ |
76.827 |
|||||
|
Premies (51-59) |
|||||||
|
Pensioenpremie |
|||||||
|
53 |
Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat |
- |
€ |
360 |
|||
|
54 |
Loon voor de premies werknemersverzekeringen |
€ |
76.467 |
||||
|
Specificaties voor post: 53 (Optellen) |
|||||||
|
ANW hiaat |
€ |
360 |
jaar |
||||
|
59 |
Inkomsten |
€ |
76.467 |
||||
|
Belastbaar loon (61-64) |
|||||||
|
64 |
Belastbaar loon |
€ |
76.467 |
||||
|
Heffing box 1 (94-95) |
|||||||
|
94 |
Belastbaar inkomen uit werk en woning |
€ |
76.467 |
||||
|
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501) |
€ |
13.769 |
|||||
|
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817 |
€ |
14.252 |
|||||
|
95 |
Inkomensheffing box 1 |
€ |
28.021 |
||||
|
Besteedbaar inkomen (113-120) |
|||||||
|
113 |
Inkomen voor aftrek inkomensheffing |
€ |
76.467 |
||||
|
114 |
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 |
€ |
28.021 |
||||
|
115/116 |
Heffingskorting en standaard heffingskorting |
- |
€ |
3.448 |
|||
|
117 |
Verschuldigde inkomensheffing |
- |
€ |
24.573 |
|||
|
Inkomen na aftrek inkomensheffing |
€ |
51.894 |
|||||
|
Specificaties voor post: 115/116 |
|||||||
|
Algemene Heffingskorting |
€ |
23 |
jaar |
||||
|
Arbeidskorting |
€ |
3.425 |
jaar |
||||
|
120 |
Besteedbaar inkomen |
€ |
51.894 |
||||
|
120a |
|||||||
|
Netto besteedbaar inkomen (per jaar) |
€ |
51.894 |
|||||
|
120a |
Netto besteedbaar inkomen (per maand) |
€ |
4.324 |
||||
|
Draagkracht tbv kinderalimentatie |
|||||||
|
Draagkracht tbv kinderalimentatie |
|||||||
|
120a |
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie |
€ |
4.324 |
||||
|
Draagkracht wordt berekend op basis van |
Formule |
||||||
|
122a |
Kosten van levensonderhoud |
€ |
1.310 |
||||
|
123a |
Woonbudget |
€ |
1.297 |
||||
|
135a |
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie |
€ |
2.607 |
||||
|
136a |
Draagkrachtruimte |
€ |
1.717 |
||||
|
137a |
Draagkrachtpercentage |
% |
70 |
||||
|
Beschikbaar |
€ |
1.202 |
|||||
|
140a |
Draagkracht tbv kinderalimentatie |
€ |
1.202 |
|
Partij |
Vrouw (678347) |
|
Zaak |
Man (678347) / Vrouw (678347) (C/09/678347) |
|
Berekening |
Draagkrachtberekening |
|
Tarieven |
2025-1 |
|
Datum uitdraai |
10-12-2025 |
|
Box 1 Inkomen uit werk en woning |
|||||||
|
Loon (41-50) |
|||||||
|
41 |
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking |
€ |
42.900 |
||||
|
44 |
Vakantietoeslag |
€ |
3.432 |
||||
|
48 |
Belaste gratificaties, tantièmes, eindejaarsuitkering |
€ |
1.284 |
||||
|
Bruto inkomsten |
€ |
47.616 |
|||||
|
Premies (51-59) |
|||||||
|
Pensioenpremie |
|||||||
|
51 |
Ingehouden pensioenpremie |
- |
€ |
2.280 |
|||
|
53 |
Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat |
- |
€ |
84 |
|||
|
54 |
Loon voor de premies werknemersverzekeringen |
€ |
45.252 |
||||
|
Specificaties voor post: 51 (Optellen) |
|||||||
|
Flexpensioen |
€ |
2.280 |
jaar |
||||
|
Specificaties voor post: 53 (Optellen) |
|||||||
|
PAWW |
€ |
48 |
jaar |
||||
|
FLOW |
€ |
36 |
jaar |
||||
|
59 |
Inkomsten |
€ |
45.252 |
||||
|
Belastbaar loon (61-64) |
|||||||
|
64 |
Belastbaar loon |
€ |
45.252 |
||||
|
Heffing box 1 (94-95) |
|||||||
|
94 |
Belastbaar inkomen uit werk en woning |
€ |
45.252 |
||||
|
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501) |
€ |
13.769 |
|||||
|
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817 |
€ |
2.553 |
|||||
|
95 |
Inkomensheffing box 1 |
€ |
16.322 |
||||
|
Besteedbaar inkomen (113-120) |
|||||||
|
113 |
Inkomen voor aftrek inkomensheffing |
€ |
45.252 |
||||
|
114 |
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 |
€ |
16.322 |
||||
|
115/116 |
Heffingskorting en standaard heffingskorting |
- |
€ |
10.445 |
|||
|
117 |
Verschuldigde inkomensheffing |
- |
€ |
5.877 |
|||
|
Inkomen na aftrek inkomensheffing |
€ |
39.375 |
|||||
|
Specificaties voor post: 115/116 |
|||||||
|
Algemene Heffingskorting |
€ |
2.001 |
jaar |
||||
|
Arbeidskorting |
€ |
5.458 |
jaar |
||||
|
Combinatiekorting |
€ |
2.986 |
jaar |
||||
|
Af: Netto premie (WGA/WHK) |
€ |
72 |
|||||
|
120 |
Besteedbaar inkomen |
€ |
39.303 |
||||
|
120a |
|||||||
|
Netto besteedbaar inkomen (per jaar) |
€ |
39.303 |
|||||
|
120a |
Netto besteedbaar inkomen (per maand) |
€ |
3.275 |
||||
|
Draagkracht tbv kinderalimentatie |
|||||||
|
Draagkracht tbv kinderalimentatie |
|||||||
|
120a |
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie |
€ |
3.275 |
||||
|
Draagkracht wordt berekend op basis van |
Formule |
||||||
|
122a |
Kosten van levensonderhoud |
€ |
1.310 |
||||
|
123a |
Woonbudget |
€ |
982 |
||||
|
135a |
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie |
€ |
2.292 |
||||
|
136a |
Draagkrachtruimte |
€ |
983 |
||||
|
137a |
Draagkrachtpercentage |
% |
70 |
||||
|
Beschikbaar |
€ |
688 |
|||||
|
140a |
Draagkracht tbv kinderalimentatie |
€ |
688 |
||||
Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen
|
Zaak |
Man (678347) / Vrouw (678347) |
|
|
Tarieven |
2025-1 |
|
|
Datum uitdraai |
10-12-2025 |
|
Man (678347) |
Vrouw (678347) |
|||
|
Kindgebonden budget na scheiding |
€ |
0 |
€ |
0 |
|
Alleenstaande ouderkop |
€ |
0 |
€ |
0 |
|
Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK) |
€ |
4.324 |
€ |
3.275 |
|
Aantal kinderen |
1 |
[de minderjarige 1] |
|
|
Leeftijd |
10 |
||
|
Woont bij |
AP |
0 |
|
|
AG |
1 |
||
|
Ex-partner |
0 |
||
|
Zorgkorting Vrouw (678347) |
% |
0 |
|
|
Zorgkorting Man (678347) |
% |
25 |
|
|
Zorgkorting tbv. |
AP |
||
|
[de minderjarige 1] |
Totaal |
||
|
Bijdrage ouders in kosten kinderen |
€ p/m |
850 |
850 |
|
Netto kinderopvangkosten na scheiding |
€ p/m |
0 |
0 |
|
Overige kosten kinderen na scheiding |
€ p/m |
0 |
0 |
|
Totale kosten kinderen na scheiding |
€ p/m |
850 |
850 |
|
Zorgkorting |
€ p/m |
212 |
212 |
|
Draagkracht |
|||
|
Man (678347) |
|||
|
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte |
€ p/m |
1.202 |
1.202 |
|
Draagkracht Man (678347) per kind |
€ p/m |
1.202 |
1.202 |
|
Draagkracht Man (678347) |
€ p/m |
1.202 |
1.202 |
|
Vrouw (678347) |
|||
|
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte |
€ p/m |
688 |
688 |
|
Draagkracht Vrouw (678347) per kind |
€ p/m |
688 |
688 |
|
Draagkracht Vrouw (678347) |
€ p/m |
688 |
688 |
|
Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind |
€ p/m |
1.890 |
1.890 |
|
Bijdrage kosten kinderen |
|||
|
Aandeel Man (678347) |
€ p/m |
541 |
541 |
|
Af: zorgkorting |
€ p/m |
- 212 |
- 212 |
|
Ten laste van Man (678347) na aftrek zorgkorting |
€ p/m |
329 |
329 |
|
Aandeel Vrouw (678347) |
€ p/m |
309 |
309 |
|
Af: zorgkorting |
€ p/m |
- 0 |
- 0 |
|
Ten laste van Vrouw (678347) na aftrek zorgkorting |
€ p/m |
309 |
309 |