ECLI:NL:RBAMS:2026:10228

Datum uitspraak
05-02-2026
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
13.040152.23
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Jeugdstrafrecht. Bewezenverklaring medeplichtigheid diefstal met geweld in vereniging gepleegd. Opgelegd is een werkstraf van 80 uren te vervangen door 40 uren jeugddetentie.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Team Familie & Jeugd

Parketnummer: 13.040152.23 (Promis)

Datum uitspraak: 5 februari 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,

wonende op het adres [adres 1]

1 Onderzoek ter terechtzitting

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen met gesloten deuren van 28 april 2025, 26 augustus 2025 en 22 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. V.C. Padberg en van wat verdachte en zijn raadsman mr. G.L.D. Thomas, naar voren hebben gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van wat door mevrouw [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) en door de moeder van verdachte naar voren is gebracht.

Tevens heeft de rechtbank kennisgenomen van wat door het slachtoffer/de benadeelde partij [slachtoffer] en namens hem door mr. A. van Kernebeek naar voren is gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is, kort gezegd, tenlastegelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

1. diefstal met geweld tegen [slachtoffer] , in vereniging gepleegd op 26 juni 2022 te Amsterdam;

subsidiair medeplichtigheid aan dit feit door [slachtoffer] naar de locatie [adres 2] te Amsterdam te lokken;

2. een poging tot een gekwalificeerde doodslag op [slachtoffer] , in vereniging gepleegd op 26 juni 2022 te Amsterdam;

subsidiair medeplichtigheid aan dit feit door [slachtoffer] naar de locatie [adres 2] te lokken.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs voor feit 1 en feit 2

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid aan de in vereniging gepleegde diefstal met geweld. Van het onder 2 tenlastegelegde heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De eerdere sepotbeslissing is op juiste gronden genomen.

Er is geen directe betrokkenheid van verdachte bij het delict aangetoond. De verklaringen van de aangever zijn onvoldoende betrouwbaar en er ontbreken objectieve bewijsmiddelen die zijn verklaring ondersteunen. De camerabeelden laten bovendien een andere lezing open van wat er is gebeurd en die lezing ligt in lijn met de verklaring van verdachte. De taps zijn ontoereikend voor bewijs van schuld.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

Feiten en omstandigheden

Op 26 juni 2022 spreekt aangever [slachtoffer] , hierna te noemen ‘ [slachtoffer] ’, af met zijn schoolgenoten, zijnde verdachte en [naam 2] , bij [adres 2] te Amsterdam. Deze locatie had verdachte uitgekozen en aan [slachtoffer] doorgegeven. Rond 23:30 uur arriveert [slachtoffer] op zijn scooter bij [adres 2] , waar hij verdachte en [naam 2] ontmoet. Nadat zij hem vertellen dat zij de situatie op die plek niet vertrouwen vanwege een paar jongens die zij hebben zien lopen, spreken zij af dat [slachtoffer] hen met de scooter naar een andere plek brengt. [slachtoffer] brengt eerst [naam 2] weg en spreekt met verdachte af dat hij daarna zal terugkomen om hem op te halen. Terwijl [slachtoffer] [naam 2] wegbrengt, raakt verdachte in contact met drie jongens; NN1, NN2 en NN3. Verdachte spreekt kort met hen en vervolgens verstoppen NN2 en NN3 zich achter een bestelwagen, terwijl verdachte op straat blijft staan en NN1 bij hem in de buurt blijft. Op het moment dat [slachtoffer] op zijn scooter terugkeert, wordt aan [slachtoffer] verteld dat NN1 een vriend van [naam 2] zou zijn. [slachtoffer] vraagt aan NN1 of hij hem ook naar huis moet brengen. NN1 springt vervolgens achterop de scooter, zet de scooter uit en neemt [slachtoffer] in een wurggreep. Tussen NN1 en [slachtoffer] vindt een schermutseling plaats. NN2 en NN3 komen dan rennend tevoorschijn en komen NN1 te hulp. Verdachte probeert zich ook met de vechtpartij te bemoeien maar valt op de grond. Terwijl [slachtoffer] over de grond wordt gesleept, trekt NN2 de helm van [slachtoffer] hoofd. NN3 legt de scooter van [slachtoffer] aan de kant en sluit zich direct weer aan bij de vechtpartij. Daar duwt hij verdachte weg en duwt hem op de grond. De vechtpartij tussen [slachtoffer] en NN1 verplaatst zich intussen richting de muur van een naastgelegen gebouw. Daar staat [slachtoffer] met zijn handen voor zijn hoofd, terwijl NN1 met zijn rechterhand wilde slaande en hakkende bewegingen met een mes gericht op het hoofd van [slachtoffer] maakt. Verdachte komt erbij, NN2 richt zich naar verdachte en daarna duwt verdachte tegen NN3. Op enig moment weet [slachtoffer] te ontsnappen, waarop NN2 en NN3 de jas, tas en helm van [slachtoffer] verzamelen en meenemen. NN1 rijdt weg op de scooter van [slachtoffer] . Verdachte heeft daarvoor nog contact met NN1, NN2 en NN3 en loopt dan rustig weg. Later komt hij even terug, kijkt om de hoek en keert om.

Kort na de beroving namelijk op 27 juni 2022 tussen 00.27.55 uur en 01.13.21 uur stuurt en/of ontvangt verdachte meer dan 100 berichten via Signal.

Op 6 juli 2022 wordt verdachte gebeld door [naam 3] . [naam 3] zegt dat hij alle berichten via Signal heeft verwijderd. Verdachte zegt dat gisteren ook al gedaan te hebben.

Op 17 juli 2022 belt verdachte met [naam 3] . Verdachte vraagt ‘Kan jij [naam 4] bellen?’ en zegt ‘Bel [naam 4] , en zeg van dat die, dat [slachtoffer] aan het zoeken is nu in ons…in de buurt hier zo, op zijn scooter..’

[slachtoffer] heeft [naam 4] van een foto herkend als een van de berovers. De telefoon van [naam 4] , die zichzelf [naam 4] noemt, peilde enkele minuten voor de beroving uit nabij de plaats delict. Op deze telefoon zijn foto’s en video’s van heel kort na de beroving aangetroffen van een scooter, helm, jas en tas die grote overeenkomsten vertonen met de gestolen goederen van [slachtoffer] . Ook is op foto’s van de betreffende scooter een persoon te zien die grote gelijkenissen vertoont met [naam 4] . In de telefoon is ook een kort na de beroving gemaakte foto van [slachtoffer] met een bebloed hoofd aangetroffen.

Op basis van de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden acht de rechtbank het medeplegen van de diefstal met geweld door [naam 4] en ten minste 2 anderen richting [slachtoffer] bewezen. Daarbij kan er geen nauwe en bewuste samenwerking worden vastgesteld met betrekking tot het geweld met het mes gepleegd door NN1. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte een strafrechtelijk verwijtbare rol heeft gehad als medepleger of medeplichtige van de diefstal met geweld.

Rol van verdachte bij de diefstal met geweld in vereniging gepleegd

De hiervoor beschreven feiten, in samenhang met de andere bewijsmiddelen in het dossier, leiden de rechtbank naar het oordeel dat verdachte van te voren wetenschap had van de beroving van [slachtoffer] en dat hij er ook voor heeft gezorgd dat deze beroving kon plaatsvinden doordat hij [slachtoffer] naar [straat 1] heeft laten komen; het was een zogenaamde set-up.

Verdachte heeft [slachtoffer] gevraagd tegen middernacht naar de afgesproken locatie, een afgelegen plek op een industrieterrein, te komen. Een voor de hand liggende tijd en plek voor een beroving en niet om te chillen. In [slachtoffer] afwezigheid maakt verdachte contact met de berovers, waarvan twee zich vervolgens achter een bestelwagen verstoppen. Vervolgens wordt verdachte zelf grotendeels buiten de beroving gehouden. Het geweld richt zich vooral tegen [slachtoffer] . Van [slachtoffer] worden zijn spullen afgenomen, van verdachte helemaal niets. Op het moment dat [slachtoffer] weet weg te komen, maakt verdachte aanvankelijk geen aanstalten te vertrekken.

Daar komt bij dat verdachte in het uur na de beroving van [slachtoffer] meer dan 100 berichten verstuurd of ontvangen heeft, waarvan de inhoud niet meer is te achterhalen. Verdachte heeft deze berichten namelijk bewust gewist, toen hij dacht dat de politie naar hem op zoek was in verband met deze beroving. Hierover praat hij met zijn vriend [naam 3] kort nadat hij er achter is gekomen dat [naam 2] door de politie is meegenomen als belangrijke getuige. Uit de tapgesprekken blijkt bovendien dat verdachte veel bezig is met het feit dat hij mogelijk door de politie wordt opgepakt voor de beroving van [slachtoffer] . In telefoongesprekken met [naam 5] zegt verdachte geen namen te gaan noemen van de overvallers. In een gesprek met [naam 3] zegt verdachte nota bene dat hij [naam 4] moet waarschuwen, omdat [slachtoffer] in de buurt rondrijdt. [naam 4] is de bijnaam van [naam 4] , degene van wie de rechtbank bewezen acht dat hij een van de berovers is. Tot slot heeft verdachte tegen [slachtoffer] gezegd dat hij beter niet naar de politie kon gaan.

Verdachte heeft toegelicht dat de tapgesprekken anders moeten worden uitgelegd. Het verwijderen van chatberichten zag op zijn handel in namaak merkkleding en verdachte wist dat de politie onderzoek deed. De rechtbank acht dit niet geloofwaardig aangezien verdachte zelf ter zitting heeft verklaard kort na de beroving in de nacht zich niet te hebben bezig gehouden met de handel in de namaak merkkleding, terwijl de verwijderde chats op dat tijdsbestek zien. Daarnaast benoemt verdachte in een gesprek met de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 1] , dat hij problemen heeft met de politie en dat dat gaat om problemen die niks met kleding te maken hebben, maar dat dit echte problemen zijn. De lezing van verdachte dat hij, net als [slachtoffer] , niet van te voren wist wat er ging gebeuren, hij tijdens de beroving probeerde [slachtoffer] te ontzetten en uit de camerabeelden kan worden afgeleid dat de verdachten zich ook tegen hem keerden, wordt weerlegd door deze bewijsmiddelen. Dat op de camerabeelden is te zien dat verdachte zelf is weggeduwd door een medeverdachte op het moment dat hij [slachtoffer] zou willen hebben helpen, doet niet af aan de overtuiging die de rechtbank uit de bewijsmiddelen heeft gekregen over de strafbare betrokkenheid van verdachte.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan de beroving van [slachtoffer] . Hij heeft aan de drie daders opzettelijk gelegenheid verschaft tot het plegen van de diefstal met geweld, door op tijdstip tegen middernacht op afgelegen plek een afspraak te regelen met [slachtoffer] . Deze afspraak is cruciaal geweest voor de totstandkoming van de beroving. Ook had de verdachte opzet op de gewelddadige beroving. Hij heeft minst genomen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat spullen van [slachtoffer] zouden worden afgenomen en dat geweld zou worden gebruikt of daarmee zou worden gedreigd om de diefstal te vergemakkelijken. Het is een feit van algemene bekendheid dat mensen doorgaans niet zonder weerstand of verzet hun kleding en spullen aan een ander afstaan, zodat te verwachten is dat daarbij geweld of dreiging met geweld wordt toegepast. Bovendien is verdachte kort daarvoor zelf ook slachtoffer geweest van een beroving met een wapen, waardoor dit geweld voor hem voorzienbaar was. De rechtbank kan overigens niet uitsluiten dat verdachte onder druk is gezet om deze set up te regelen, gelet op zijn verklaring in de procedure bij het gerechtshof. Het ligt echter op de weg van verdachte om hierover te verklaren. Ondanks uitdrukkelijke vragen op dit punt, heeft verdachte ter zitting ontkent dat sprake is geweest van enige druk.

Omdat de rol van verdachte is te kwalificeren als medeplichtige, spreekt de rechtbank verdachte vrij van het primair ten laste gelegde medeplegen. Daarnaast is de rechtbank met de raadsman en de officier van justitie, van oordeel dat niet bewezen is dat verdachte opzet heeft gehad op de gekwalificeerde doodslag op [slachtoffer] . Daarom zal verdachte eveneens worden vrijgesproken van feit 2.

4.4.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft bij de beoordeling van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2022132550-4 van 27 juni 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] , doorgenummerde pag. 1-4.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:

Op 26 juni 2022 had ik met mijn vrienden afgesproken om te gaan chillen. Ik had afgesproken op [adres 2] te Amsterdam. De vrienden waarmee ik had afgesproken zijn: [verdachte] en [naam 2] (bijnaam [naam 2] ). De locatie waar ik had afgesproken was een open plek met straatverlichting. Er zitten vooral bedrijven. Ik ging op mijn bromfiets met kenteken [kenteken] . Ik kwam omstreeks 23:30 uur aan bij [adres 2] te Amsterdam en ik zag dat [verdachte] en [naam 2] daar stonden. Zij vertelden mij dat ze de situatie niet vertrouwden, want ze zagen een paar jongens staan. Zij zeiden dat ze weg wilden gaan. Toen ik zag dat de drie jongens op mij afkwamen, reed ik met mijn scooter weg. Ik zag dat mijn vrienden [verdachte] en [naam 2] achter mij aanliepen. We spraken af dat ik zou omrijden en dat zij zouden teruglopen in de richting van [straat 1] . Ik pikte [naam 2] met de scooter op. Ik vroeg aan [verdachte] waar ik hem moest oppikken, want ik zou hem ook wegbrengen. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat ik hem moest oppikken ter hoogte van [adres 3] . Ik zette [naam 2] af en ik reed terug om [verdachte] op te halen. Ik zag toen dat de drie jongens, die mij later hebben beroofd, op de kruising van het fietspad [straat 2] met [straat 1] stonden. Omstreeks 23:35 uur kwam ik bij [straat 1] ter hoogte van huisnummer [huisnummer 1] om [verdachte] op te halen. Ik zag dat [verdachte] verderop met een jongen stond. [verdachte] zei tegen mij dat die jongen een vriend van [naam 2] zou zijn. Ik vroeg of ik die jongen ook moest wegbrengen. Ik zag op dat moment dat diezelfde jongen bij mij achterop de scooter sprong. Ik voelde dat de jongen mij wurgde. Ik voelde dat de jongen mijn helm probeerde af te doen. Het bandje van mijn helm ging voor mijn gezicht en de jongen trok mijn helm van mijn hoofd af. Terwijl er aan mijn helm getrokken werd, werd ik over de grond gesleept.

Ik hoorde dat de jongens zeiden: ‘Doe je tas af.’ Voordat ik de kans kreeg om mijn tas af te doen zag ik dat één van hen uithaalde met een groot mes in de richting van mijn hoofd. Ik zag dat hij het mes in zijn rechterhand hield. Ik zag dat het mes inclusief het handvat ongeveer 30 centimeter groot was. Ik zag dat hij het mes bovenhands vasthield. Ik voelde dat het mes mijn hoofd aan de bovenkant raakte. Ik weet niet precies wanneer het gebeurde, maar ik kreeg nog een tweede klap met het mes op mijn hoofd. Ik deed toen mijn tas af en mijn jas uit. Vervolgens lukte het mij om weg te rennen. Ik voelde dat er een gat in mijn hoofd zat. Ik zag dat er overal bloed op mij zat. Ik hoorde dat mijn scooter wegreed. Ik herkende het geluid van een 2takt.

Letsel

Ik heb twee wonden bovenop mijn hoofd. Eén snijwond is 5 centimeter groot en de

andere is 10 centimeter groot. Ik heb ook een snijwond in mijn buik van 4 centimeter

groot. In het ziekenhuis heb ik 7 hechtingen in de linkersnijwond en 5 hechtingen in

de rechtersnijwond in mijn hoofd gehad. Ook heb ik 4 hechtingen in mijn buik gehad.

Ik heb ook een lichte hersenschudding.

[verdachte] heeft ook tegen mij gezegd dat het beter is als ik niet naar de politie zou gaan.

Gestolen goederen

Bromfiets

Merk: Piaggo

Type: Zip 2takt

Kleur: donkergrijs met roze remhendels, chrome uitlaat en Vespa velgen

Tas

Merk: Prada

Jas

Merk: Stone Island

Helm

Merk: Roof

Type: Boxxer R09.

2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 16630074-15 van 13 juli 2022, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 2] en [opsporingsambtenaar 3] , doorgenummerde pag. 1005-1012.

Deze verklaring van verdachte houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Ik was met [naam 2] op 26 juni 2022 omstreeks 23:45 uur. Het klopt dat ik tegen [slachtoffer] heb gezegd mij op te halen bij [adres 3] . […] Ik ben een maand daarvoor zelf ook beroofd met een wapen.

3. Een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring van de forensisch arts, drs. [naam arts] , van 11 juli 2022, doorgenummerde pag. p. 14-18

Deze verklaring van voornoemde arts houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Er zijn veertien dagen verstreken sinds het incident. De schatting van verdere genezing is vier dagen. Het letsel zal genezen met achterblijven van een litteken. Het letsel betreft samengevat snij- en steekverwondingen op het hoofd en op de buik, en enkele oppervlakkige snij- en krasverwondingen op de linkerhand. Het letsel past goed bij de gemelde toedracht van geslagen/gestoken te zijn met een mes.

4. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 16584077-5 van 30 juni 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 4] , doorgenummerde pag. 11-12.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:

[verdachte] benoemde dat hij de situatie niet vertrouwde en dat hij weg wilde omdat er drie jongens in het donker gekleed op een hoekje in de avond stonden te wachten ter hoogte van [adres 4] in Amsterdam. Wat apart te noemen was dat [verdachte] juist in de richting van de drie donker geklede jongens liep in plaats van weg te lopen van het gevaar.

5. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2022132550-13 van 7 juli 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] , doorgenummerde pag. 28.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:

[verdachte] zei dat ik beter geen aangifte kon doen, omdat de daders toch niet te achterhalen waren. Een paar dagen na de beroving heeft [slachtoffer] met [verdachte] via Snapchat gesproken. Daarin gaf [verdachte] aan niet mee te willen werken aan een politieonderzoek en dat hij de chats had verwijderd.

6. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2022132550-10 van 6 juli 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 6] , doorgenummerde pag. 29- [huisnummer 2] .

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van de voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Datum

De camerabeelden zijn van 26 januari 2022, in het proces verbaal zal verder alleen het tijdstip, zichtbaar op de beelden, worden beschreven.

[bedrijf 1] CAM 15

22:57:10

Er loopt een persoon, wat later [verdachte] blijkt te zijn, over [straat 1] ter hoogte van perceel [huisnummer 2] te Amsterdam komende uit de richting [straat 3] , in de richting van [straat 4] . Persoon is herkenbaar aan zijn lichtkleurige/grijze broek.

22:57:20

[verdachte] lijkt even te wachten, maar steekt uiteindelijk de rijbaan over naar de overzijde.

22:57:45

Onder uit het beeld verschijnen 3 personen, die ik verder NN1, NN2 en NN3 zal noemen.

Deze personen komen uit de richting van de [straat 3] , en lopen rustig in de richting van [straat 4] , over [straat 1] . Het lijkt alsof [verdachte] deze personen aanspreekt, en met z'n vieren lopen ze in de richting van [straat 4] over [straat 1] .

22:58:06

Net voorbij een aldaar geparkeerd voertuig splitsen de vier (4) personen zich op. [verdachte] en NN1 blijven staan, NN2 en NN3 lopen verder.

22:58:24

[verdachte] loopt weer richting de [straat 3] , over [straat 1] , langs de rijbaan, op de voet gevolgd door NN1. Als [verdachte] naast de rijbaan loopt, steekt hij zijn rechterhand op. Dit blijkt gericht te zijn op het SO, deze komt uit de richting van de [straat 3] , in de richting van [straat 4] , op zijn scooter aanrijden over [straat 1] .

22:58:37

SO stopt bij [verdachte] en NN1, er volgt een soort gesprek. Zichtbaar is dat [verdachte] na enkele seconden achter het SO langsloopt, welke nog steeds op zijn scooter zit, en aan de andere kant van het SO gaat staan, het gesprek lijkt verder te gaan tussen SO en NN1.

22:59:03

[verdachte] neemt enkele stappen naar achter, en zichtbaar is dat er een schermutseling plaatsvindt óp de scooter, tussen SO en NN1. NN1 lijkt achterop de scooter te klimmen. [verdachte] bemoeit zich af en aan met de schermutseling.

22:59:08

Boven in het beeld is het zichtbaar dat NN2 en NN3, aan komen rennen en NNI helpen bij de schermutseling. Deze vindt nog steeds plaats op de scooter van het SO.

22:59:14

Eén (1) van de daders die aan komt rennen, verder NN2 genoemd, mengt zich aansluitend direct in de ontstane vechtpartij. Ik zag dat NN2 in gevecht raakt met het SO, en uiteindelijk de helm afhandig maakt bij SO. NN2 blijft de helm vasthouden in zijn linkerhand.

22:59:17

NN3 loopt met de scooter in aan zijn hand in de richting van de [straat 3] , over [straat 1] . Na een paar meter legt NN3 de scooter op de rechter zijkant op de rijbaan, om direct terug te keren naar de vechtpartij/mishandeling van het SO.

22:59:29

[verdachte] wordt door NN3 uit de vechtpartij geduwd en naar de overkant van de rijbaan gedwongen. Hier wordt hij op de grond gegooid, waarna NN3 zich ook weer meldt bij de mishandeling van het SO.

22:59:55

Het SO blijkt zich te hebben losgerukt uit de vechtpartij, en komt uit de hoek rennen. NNI, NN2 en NN3 komen achter hem aan, maar staken de achtervolging al snel. NNI, NN2 en NN3 lijken zich om de scooter te bekommeren.

23:00:14

Twee van de daders dragen wat goederen bij zich, ik neem aan dat dit de goederen van het SO zijn. Dader drie (3) tracht de scooter te starten.

23:00:30

Terwijl NN1 en NN3 bezig zijn met het starten van de scooter, is NN2 druk met het oprapen van (kleine) voorwerpen van de rijbaan.

23:00:47

NN3 loopt, mogelijk met de jas van het SO, samen met NN2 richting de [straat 3] , NN1 lijkt toch de scooter gestart te krijgen.

23:00:51

Scooter blijkt gestart, en NN1 rijdt erop weg, in de richting van de [straat 3] .

NN2 en NN3 lopen over [straat 1] , in de richting van de [straat 3] , het beeld uit.

[bedrijf 1] CAM 13

22:57:44

Zichtbaar is dat [verdachte] een drietal personen aanspreekt, welke aan komen lopen op [straat 1] , ter hoogte van perceel [huisnummer 2] te Amsterdam.

22:57:59

Mede door de schaduwen, is zichtbaar dat [verdachte] , NNI, NN2 en NN3 rechts het beeld uitlopen.

22:58:29

Van boven uit het beeld komt het SO op zijn scooter aanrijden. Hij rijdt over [straat 1] . Komende uit de richting van de [straat 3] , gaande in de richting van de [straat 4] .

Zichtbaar is dat het SO afremt, maar buiten beeld stopt het SO daadwerkelijk.

22:59:20

In een soort van mistige waas is zichtbaar dat NN3 met de scooter aan de hand het beeld in loopt, en deze scooter op de rechter zijkant op de rijbaan legt. Hierop loopt NN3 richting [straat 4] , alwaar met veel moeite, door de mistige waas, een schermutseling is waar te nemen.

22:59:35

Het SO komt in beeld, met zijn armen omhoog, en handen voor zijn hoofd, als zijnde

beschermend/dekkend. Meteen naast hem verschijnt NN1 in beeld welke met zijn rechterhand wilde slaande en hakkende bewegingen richting het hoofd van SO maakt. In de daaropvolgende beeldfragmenten is te zien dat NN1 in zijn rechterhand een mes vasthoud. Het mes houdt deze persoon aan het lemmet vast, met het snijvlak aan de wijsvingerzijde. Ook wel "bovenhands" genoemd. Ik zag dat deze NN1 zeker driemaal (3x) deze hakkende beweging richting het hoofd van het SO maakte.

22:59:48

NN2 Komt in beeld, en lijkt NN1 (met het mes) te willen kalmeren. Ik zag namelijk dat hij probeerde de rechterarm van NN1 vast te grijpen. Ik zag dat NN2 in zijn rechterhand nog steeds de helm van het SO vasthield.

23:00:00

Het SO weet te ontsnappen, en NNI, NN2, NN3 en [verdachte] lopen richting [straat 3] , uit de hoek vandaan.

23:00:05

NN1, NN2, en NN3 lopen over de rijbaan weer richting [straat 4] , [verdachte] loopt de andere kant op, richting [straat 3] , en slaat dan rechtsaf.

23:00:10

[verdachte] lijkt terug te komen om de hoek, kijkt even, maar gaat er toch weer vandoor.

Beelden [bedrijf 2] Camera Buiten Rechts

23:45:55

NN2 en NN3 verschijnen rechts boven in beeld. NN2 loopt voorop, gevolgd door NN3.

NN2 heeft een lichtkleurige joggingbroek aan, en draagt een zwart/donkerblauw petje. Maakt een relaxte indruk. NN3 is geheel in het zwart gekleed, draagt een capuchon en maakt een nerveusere indruk. Loopt heen en weer. NN2 en NN3 nemen positie in achter een Mercedes Sprinter van [bedrijf 2] .

23:46:37

NN3 kijkt onder de voorbumper langs, om te kijken of het SO reeds in aantocht is.

7. Eigen waarneming van de rechtbank van de bekeken camerabeelden ter terechtzitting van 22 januari 2026.

De rechtbank neemt waar op de camerabeelden met omschrijving VID-20220628-WA0000, VID-20220628-WA0002 (map [bedrijf 1] ), zijnde de hiervoor onder 6. genoemde camerabeelden van [bedrijf 1] CAM 15 resp. 13, en 20220627000504_20220627000527_963452506 (7) (map [bedrijf 2] ), zijnde de hiervoor onder 6. genoemde camerabeelden van [bedrijf 2] Camera Buiten Rechts,

dat verdachte voorafgaand aan de beroving van [slachtoffer] contact heeft met NN1, NN2 en NN3. De rechtbank ziet dat de beroving hoofdzakelijk is gericht op [slachtoffer] , dat [slachtoffer] tijdens de beroving meermaals met kracht tegen zijn lichaam wordt geslagen en dat verdachte na de beroving nog contact heeft met NN1, NN2 en NN3 waarna hij de plaats delict rustig verlaat. Het gevecht begint bij de scooter en verplaatst zich richting een naastgelegen gebouw.

8. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 16727954 van 5 augustus 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 7] , doorgenummerde pag. 47-53.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in, zakelijk weergegeven, een schriftelijke weergave van een tapgesprek van telefoonnummer [telefoonnummer 2] van met technische actie van 01-07-2022 tot en met 28-07-2022.

Sessie 1300, 02-07-2022, 11.11.43

[verdachte] * [telefoonnummer 2] belt1 [naam 5] *

[verdachte] : Maar we got a little problem men...

[verdachte] : Hij vraagt twee (2) dingen, als je mij die spullen terug geeft én die namen noemt... Ik bedoel, ik ga sowieso geen namen noemen.

[verdachte] : Maar ik heb zo'n gevoel Bro, als ik zeg, dat die spullen komen back, gaat scotoe mij nog steeds vegen.

[naam 5] : Nja, tuurlijk, maakt niet uit of je de spullen terug geeft. Dan weet ie het alleen maar zeker.

[verdachte] : Ja.. Snap je..

[verdachte] : Maar is er al iets getipt van die spullen?

[naam 5] : Nee man...

[verdachte] : Dat ie ook heet, want naar al die spullen wordt wel goed gezocht volgens mij...

[verdachte] : Maar is die [naam 4] zo kanker heet bro...

Sessie 3893, 06-07-2022, 16. [huisnummer 2] .40

Blom * [telefoonnummer 2] wordt gebeld door [naam 3] * [telefoonnummer 3]

[verdachte] : Bro

[naam 3] : Yo..

[verdachte] : [naam 2] is geveegd man.

[naam 3] : Voor. Vooreehh.. ding.

[verdachte] : Belangrijke getuige..

Sessie 3910, 06-07-2022, 16.50.23

Blom * [telefoonnummer 2] wordt gebeld door [naam 3] * [telefoonnummer 3]

[naam 3] : Hé broerski...

[verdachte] : Yo..

[naam 3] : Ik heb effe alle..berichten via eehh.. signal verwijderd.. NTV

[verdachte] : Ja man, dat heb ik ook al gedaan.

[naam 3] : Hé?

[verdachte] : Heb ik al gedaan, gisteren..

[naam 3] : Ai..top. Laten we het afwachten..

Sessie 14766, 17-07-2022, 22.01.05

Blom * [telefoonnummer 2] Belt uit met [naam 3] * [telefoonnummer 3]

[naam 3] : Jo Niffo. ..

[verdachte] : Jo.Jo.. Kan jij " [naam 4] " (fon) bellen?

[naam 3] : Of ik [naam 4] (fon) kan bellen? Ja wat dan?

[verdachte] : Want die eehh... Ik zat net achter scorro toch, [slachtoffer] kwam, kwam, kwam zeg maar zoekend gewoon

langs rijden op zijn scooter, dus hij....

[naam 3] : Wacht, wacht, wacht,wacht...wacht.... Nog één keer...

[verdachte] : Bel [naam 4] , en zeg van dat die.. Dat [slachtoffer] aan het zoeken is nu in ons. .. In de buurt hier zo, op zijn

scooter...

[naam 3] : Ai..Ai..

9. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 16915201-49 van 23 september 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 7] , doorgenummerde pag. 73-74, met bijlagen pag. 75-87.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van de voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Op 13 juli 2022 werd [verdachte] aangehouden en verhoord. Tijdens zijn aanhouding werd zijn telefoon in beslag genomen. De telefoon is dezelfde dag uitgelezen.

5 Signal (encrypted chat programma)

27-06-2022, 00.27.55 t/m 27-06-2022, 01.13.21 uur. In dit tijdsbestek worden meer dan 100

berichten gestuurd of ontvangen via Signal. De inhoud van de berichten en de tegenpartij zijn niet in te zien.

10. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 17048263-53 van 25 oktober 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8] , doorgenummerde pag. 88-97.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van de voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 25 oktober 2022 is de telefoon van verdachte [verdachte] te Amsterdam in beslag genomen.

Op 03 juli 2022 is er op whatsapp een gesprekken tussen [verdachte] en een persoon die gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer 1] . [verdachte] zegt dat hij nu echt problemen

heeft met de politie. Die problemen hebben niets met kleding te maken maar met andere dingen.

11. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 17051470-54 van 25 oktober 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 9] , doorgenummerde pag. 98-99.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van de voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 25 oktober 2022 heb ik, verbalisant [opsporingsambtenaar 9] , de telefoon van [naam 5] in beslag genomen om als doel deze handmatig te onderzoeken.

Tijdens het onderzoek in deze telefoon zag ik een ongelezen snapchat bericht van ene: “M”. In dit bericht stond het volgende:

“ Ey Niffo

Ben t [verdachte]

Sco heeft tel geklemd

Haal alles weg uit chat

En cc S en Q”

Hieruit maak ik op dat [verdachte] [naam 5] wilde waarschuwen dat hij belangrijke berichten uit zijn telefoon moest verwijderen.

12. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 21643837-67 van 11 november 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 10] , doorgenummerde pag. 1-16.

Vaststellen gebruiker iPhone 11

De iPhone 11 is in gebruik geweest bij [naam 4] gezien de bevindingen in het onderzoek. Uit onderzoek in de data van de telefoon is tot heden niet gebleken dat een ander persoon dan [naam 4] gebruik heeft gemaakt van deze telefoon.

Gezien deze feiten en omstandigheden is het zeer aannemelijk dat [naam 4] de gestolen

scooterhelm van het slachtoffer van [slachtoffer] te koop aanbood aan “ [naam 6] ” voor 200 euro.

Foto’s scooter

In de opgeslagen foto's van de telefoon zag ik, verbalisant, meerdere foto's van een scooter die qua uiterlijk signalement sterk overeenkwamen met de gestolen scooter van het slachtoffer van [slachtoffer] , zoals omschreven in zijn aangifte met proces-verbaalnummer PL1300-2022132550-4. De overeenkomsten waren als volgt:

  • Het merk Piaggo;

  • Donkergrijs van kleur;

  • Roze remhendels.

Foto’s scooter

In de opgeslagen foto's van de telefoon zag ik, verbalisant, meerdere foto's van een scooter die qua uiterlijk signalement sterk overeenkwamen met de gestolen scooter van het slachtoffer van [slachtoffer] , zoals omschreven in zijn aangifte met proces-verbaalnummer PL1300-2022132550-4. De overeenkomsten waren als volgt:

Het merk Piaggo;

Donkergrijs van kleur;

Roze remhendels.

In de bovenstaande video viel het mij, verbalisant, op dat de scooter geen kenteken heeft.

Het is tevens zeer aannemelijk dat [naam 4] in de bovenstaande video's de bestuurder van de scooter is, wegens de opvallende joggingbroek van de bestuurder. De joggingbroek heeft namelijk lichtgroene en witgekleurde strepen aan de zijkant van de broekspijpen. In de opgeslagen foto’s zag ik, verbalisant, meerdere foto’s van [naam 4] waarin hij dezelfde joggingbroek aanheeft als de bestuurder van de scooter.

Bovendien komen de uiterlijke kenmerken van de bestuurder van de scooter in bovenstaande video’s overeen met die van [naam 4] . De overeenkomstige uiterlijke kenmerken tussen de bestuurder van de scooter en [naam 4] zijn als volgt:, waarbij er rekening is gehouden met het verschil in lichtinval en tijdverschil van de ID-zuil:

Lichtgetinte huid;

Grote oren;

Dun snorretje;

Donkergekleurde ogen.

Tevens heeft de bestuurder van de scooter op beide filmpjes een zwartgekleurde pet met een

grijsgekleurd logo van Under Armour op. In de opgeslagen foto’s zijn meerdere foto’s gevonden waar [naam 4] eenzelfde zwartgekleurde pet op heeft van het merk Under Armour.

Video scooterhelm

In de opgeslagen data van de telefoon is een video aangetroffen van een zwartgekleurde

scooterhelm met donker vizier, vermoedelijk van het merk Roof en type Boxxer RO9. Deze

scooterhelm komt qua omschrijving en uiterlijke kenmerken sterk overeen met de gestolen

scooterhelm van het slachtoffer van [slachtoffer] , zoals omschreven in zijn aangifte met proces-

verbaalnummer PL1300-2022132550-4.

Foto Prada schoudertasje

In de opgeslagen foto's van de telefoon ben ik, verbalisant, een foto van een zwartgekleurde met zilverkleurige accenten Prada schoudertasje tegengekomen. Deze schoudertas komt qua uiterlijke omschrijving en kenmerken sterk overeen met de gestolen schoudertas van het slachtoffer van [slachtoffer] , zoals omschreven in zijn aangifte met proces-verbaalnummer PL1300-2022132550-4. De volgende foto van het Prada schoudertasje is aangetroffen in de opgeslagen data. Ditzelfde schoudertasje is te zien op foto’s waarbij [naam 4] een zwartgekleurd schoudertasje omheeft.

Foto Stone Island jack

In de opgeslagen foto's van de telefoon is de volgende foto van een soft-shell groenkleurige jack van Stone Island aangetroffen. Deze jack komt sterk overeen met de omschreven jack in de aangifte van het slachtoffer van [slachtoffer] , met proces-verbaalnummer PL1300-2022132550-4.

Foto slachtoffer na incident

In de opgeslagen foto’s van de telefoon is tevens een foto gevonden van het slachtoffer van [slachtoffer] nadat het incident op 26 juni 2022 omstreeks 23:45 uur heeft plaatsgevonden. [naam 4] heeft, onder andere, deze foto en de eerste video van de scooter dat geverbaliseerd is in dit proces­verbaal, doorgestuurd op 1 augustus 2022 via WhatsApp naar een gebruiker genaamd [gebruikersnaam] user id: [gebruikers ID 1] .

Chat waarin [naam 4] naar zichzelf verwijst al “ [naam 4] ”

In een aangetroffen chatbericht van 23 juli 2022 verwijst [naam 4] naar zichzelf als “ [naam 4] ”.

Chatgesprek over helm

Tussen 28 juni 2022 en 30 juni 2022 heeft er een whatsappgesprek plaatsgevonden tussen [naam 4]

en iemand in de contactenlijst opgeslagen als “ [naam 6] ” met username

[gebruikers ID 2] . In dit chatgesprek werd er gesproken over een helm die [naam 4]

te koop aanbood voor 200 euro.

Locatiebepaling iPhone 11

In de opgeslagen data van de telefoon is een locatiebepaling van 26 juni 2022, de dag van het incident. Op deze dag omstreeks 23:38 uur (UTC + 2) peilt de telefoon van [naam 4] uit op het kruispunt van [straat 1] en [straat 5] te Amsterdam. Omstreeks 23:45 uur zou het incident hebben plaatsgevonden.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in 4.4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat

ten aanzien van het onder 1 subsidiar tenlastegelegde:

[naam 4] en meer tot nu toe onbekend gebleven personen op 26 juni 2022 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, een jas (merk Stone Island) en een tas (merk Prada) en een helm en een scooter (Piaggio, model zip, kenteken [kenteken] ) die aan [slachtoffer] toebehoorden hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren door onverhoeds achterop de scooter van [slachtoffer] te springen en vervolgens de nek van voornoemde [slachtoffer] vast te pakken en vast te houden en deze dicht te knijpen en vervolgens voornoemde [slachtoffer] van voornoemde scooter te trekken en vervolgens met kracht meermalen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] te slaan;

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 26 juni 2022 te Amsterdam, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door voornoemde [slachtoffer] naar de locatie [adres 2] te Amsterdam te lokken.

6 Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar onder 1 subsidiair bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur, te vervangen door een jeugddetentie van 20 dagen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft subsidiair een strafmaatverweer gevoerd en verzocht de lichtst mogelijke sanctie op te leggen. Gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de afwezigheid van antecedenten, de succesvolle mediation en de overschrijding van de redelijke termijn acht de verdediging een schuldigverklaring zonder oplegging van straf, althans een geheel voorwaardelijke straf dan wel een (deels) voorwaardelijke taakstraf, meer passend en proportioneel.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het rapport van de Raad van 16 april 2025, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 januari 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman. Hierbij heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een straatroof. Hij heeft onder het mom van ‘samen chillen’ een afspraak gemaakt met [slachtoffer] , waarna deze door drie daders met behulp van fors geweld is bestolen van zijn scooter, helm, jas en tas met inhoud. [slachtoffer] heeft hierbij letsel opgelopen. Verdachte heeft door zijn bijdrage het vertrouwen van zijn schoolgenoot op grove wijze geschonden. Hij heeft zich voorgedaan als vriend, maar hij heeft [slachtoffer] intussen voor de leeuwen gegooid. Dit geldt temeer nu, eenmaal aangekomen op de afgesproken locatie, [slachtoffer] nog is teruggekeerd naar verdachte om hem uit een zogenaamde onveilige situatie te halen. Er is niet alleen ernstig inbreuk gemaakt op het vertrouwen van [slachtoffer] , maar ook op zijn lichamelijke integriteit. Verdachte is daar mede verantwoordelijk voor. [slachtoffer] heeft grote angst gehad. Hoe groot de impact van dit alles op hem is geweest, is treffend verwoord in de voorgelezen slachtofferverklaring. Daarnaast veroorzaakt een straatroof zoals deze ook in de maatschappij gevoelens van angst en onveiligheid.

Voor een straatroof geldt op basis van de LOVS-Oriëntatiepunten2 als uitgangspunt 60 uren werkstraf dan wel dienovereenkomstige jeugddetentie. Strafverzwarende omstandigheden zijn aanleiding om de strafmaat te verhogen. De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met de aard en ernst van het geweld en het georganiseerde karakter van de straatroof, mede gelet op het ernstige misbruik van vertrouwen.

Persoon van de verdachte

Uit de documentatie op naam van verdachte blijkt dat hij niet voor een ander strafrechtelijk feit is veroordeeld. Verdachte wordt aangemerkt als first offender.

In het rapport van de Raad is geadviseerd een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen. De kans op herhaling is tijdens het onderzoek ingeschat als laag. Verdachte heeft voldoende beschermende factoren in zijn leven en hij is niet meer in aanraking gekomen met politie- of justitie. Verdachte heeft eerder op eigen initiatief hulpverlening gezocht. Er wordt geen meerwaarde gezien in een voorwaardelijk strafdeel. Ondanks het feit dat het de straatroof lang geleden heeft plaatsgevonden, acht de Raad bij een bewezenverklaring een consequentie voor zijn gedrag vanwege de ernst van het feit. Ter zitting is toegelicht dat er geen aanleiding is geweest om aanvullend te rapporteren, omdat het nog steeds goed gaat met verdachte. De Raad vraagt zich af of een straf nu nog pedagogische meerwaarde heeft, maar staat achter het eerdere advies van een onvoorwaardelijke werkstraf.

Strafmatigende factoren

Gelet op de ernst van het feit en de strafverzwarende omstandigheden acht de rechtbank in beginsel een forse straf aangewezen. Voor een gewelddadige straatroof als deze zou naar het oordeel van de rechtbank een jeugddetentie een passende reactie zijn. De rechtbank ziet toch reden om daar vanaf te zien vanwege de volgende strafmatigende omstandigheden.

Het misdrijf heeft een aantal jaar geleden plaatsgevonden en verdachte heeft geruime tijd in onzekerheid gezeten over de afdoening van de zaak. Door een artikel 12 procedure bij het gerechtshof en uitstel van de zaak vanwege onderzoekswensen, is de zaak inhoudelijk later afgedaan dan wenselijk is voor jeugdige verdachten. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn is overschreden. Ook weegt de rechtbank mee dat verdachte en [slachtoffer] een mediationtraject zijn aangegaan, wat heeft geleid tot wederzijds begrip en heeft bijgedragen aan emotioneel herstel. Verdachte en [slachtoffer] hebben in dit traject ook samen afspraken gemaakt over een financiële vergoeding van verdachte aan [slachtoffer] . De rechtbank constateert tot slot dat het goed gaat met verdachte en hij sinds deze straatroof niet meer in aanraking is gekomen met politie of justitie. Hij werkt bij zijn ouders in het familiebedrijf en heeft zijn leven goed op orde.

Conclusie De rechtbank komt door voornoemde omstandigheden tot de conclusie dat een geheel onvoorwaardelijke werkstraf een passende reactie is. Vanwege de ernst van het feit acht de rechtbank een consequentie voor verdachte noodzakelijk, waarbij de rechtbank in grote mate meeweegt dat verdachte het vertrouwen van een goedwillende schoolgenoot ernstig heeft geschonden. De rechtbank komt daarom uit op een hogere straf dan door de officier van justitie geëist. De rechtbank legt aan verdachte een werkstraf op van 80 uur, te vervangen door 40 uur jeugddetentie voor het geval de werkstraf niet naar behoren wordt verricht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 48, 49, 77a, 77g, 77m, 77n, 77gg en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde golden, dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1 primair en onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek vijf is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde:

medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 80 (tachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 40 (veertig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.S. Crince Le Roy, voorzitter tevens kinderrechter,

mrs. K. Oldekamp-Bakker en A. van Luijck, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. van Amelsvoort, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 februari 2026.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

[....]

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »