GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.358.623/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 11172676
arrest van 6 oktober 2026
in de zaak van
[appellant]
die woont in [woonplaats]
hierna te noemen: [appellant]
advocaat: mr. S.W. [appellant]
en
Direct Professioneel Onderhoud B.V.
die is gevestigd in Amsterdam
hierna te noemen: Direct
advocaat: mr. R.V. Ruimschotel
1 Het verloop van de procedure in hoger beroep
Naar aanleiding van het tussenarrest van 7 oktober 2025 heeft op 21 januari 2026 een mondelinge behandeling na aanbrengen bij het hof plaatsgevonden. Het verslag van die zitting (het proces-verbaal) is toegevoegd aan het dossier. Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
• de memorie van grieven tevens akte wijziging van eis, met producties;
• de memorie van antwoord, met producties;
• een akte uitlating producties, van de zijde van [appellant] .
Hierna heeft het hof een datum voor de uitspraak bepaald.
2 De kern van de zaak
[appellant] heeft Direct ingeschakeld vanwege vochtproblemen in de kelder van zijn woning. Direct heeft de kelder geïnspecteerd en heeft de kelder daarna in opdracht van [appellant] waterdicht gemaakt. Volgens [appellant] is hem achteraf duidelijk geworden dat die werkzaamheden onnodig waren en dat deze de vochtproblemen niet hebben opgelost. [appellant] wil dat de vergoeding die hij Direct voor het werk betaald heeft, wordt terugbetaald. Ook wil hij dat zijn kosten vergoed worden. Direct meent dat er goed werk is geleverd en zij wil dat de afgesproken vergoeding volledig betaald wordt.
De kantonrechter heeft de vordering van [appellant] afgewezen. De tegenvordering van Direct is toegewezen. De kantonrechter heeft [appellant] veroordeeld om de overeengekomen vergoeding alsnog volledig te betalen. [appellant] is ook veroordeeld in de proceskosten.1
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld en daarbij heeft hij de grondslag van zijn vordering gewijzigd. [appellant] vraagt het hof onder meer om vast te stellen dat hij de overeenkomst met Direct vernietigd heeft wegens dwaling of bedrog. Ook vraagt hij om Direct te veroordelen tot terugbetaling van de voldane bedragen en tot vergoeding van de gemaakte kosten, dit te vermeerderen met rente en met de proceskosten.
Het hoger beroep van [appellant] slaagt. Het hof zal de vorderingen van [appellant] grotendeels toewijzen. De tegenvordering van Direct wordt alsnog afgewezen. Dit oordeel wordt hieronder toegelicht. Daarbij geeft het hof eerst een kort overzicht van de feiten.
3 De feiten
[appellant] is eigenaar van de woning aan de [adres] te [woonplaats] . De woning, met bouwjaar 1900, heeft een kelder van 2 bij 3 meter. De woning wordt door [appellant] verhuurd.
In 2023 heeft de huurder bij [appellant] geklaagd over vocht in de kelder. [appellant] is vervolgens via een website van Direct in contact gekomen met Direct.
Op 31 juli 2023 heeft Direct de situatie in de kelder opgenomen. Direct werd daarbij vertegenwoordigd door de heer [naam1] , directeur-grootaandeelhouder van Direct. Na de opname heeft Direct aan [appellant] aangeboden om de kelder rondom waterdicht te injecteren tot 1 meter hoogte, dit voor € 5.508 inclusief btw. [appellant] heeft met die offerte ingestemd.
Op 2 oktober 2023 begon Direct met de werkzaamheden in de kelder. Diezelfde dag heeft Direct per e-mail aan [appellant] bericht dat al het stucwerk (op de muren) losliet en dat ook de vloer loskwam. Direct liet weten dat ook de vloer geïnjecteerd moest worden. Zij heeft aangeboden dit als meerwerk uit te voeren voor € 2.200 inclusief btw. [appellant] heeft met dit voorstel ingestemd.
Direct heeft [appellant] facturen gestuurd van € 5.808 en € 2.200 inclusief btw (facturen van 27 september en 3 oktober 2023). [appellant] heeft naar aanleiding van de eerste factuur een aanbetaling gedaan van € 3.484,80 (60% van de eerste factuur).
[appellant] heeft zich eind 2023 op het standpunt gesteld dat het waterdicht maken van de kelder onnodig was en dat dit de vochtproblemen niet heeft opgelost. Volgens [appellant] was hij er inmiddels achter gekomen dat de vochtproblemen veroorzaakt werden door onvoldoende ventilatie. Volgens [appellant] had Direct hem na de opname van de kelder moeten adviseren de kelder goed te ventileren en niet om de kelder (meteen) waterdicht te laten maken. [appellant] heeft daarom geweigerd de resterende factuurbedragen van in totaal € 4.523,20 te voldoen. Op 15 december 2023 heeft hij Direct een ingebrekestelling gestuurd. Partijen zijn er vervolgens niet in geslaagd om de kwestie in overleg op te lossen.
[appellant] heeft Top Expertise opdracht gegeven onderzoek te doen naar de kwaliteit van de werkzaamheden van Direct. Op 17 april 2024 heeft Top Expertise (dhr. ing. P.J.M. Heine) onderzoek gedaan in de kelder, dit in aanwezigheid van de heer [naam1] van Direct. Top Expertise heeft haar bevindingen vastgelegd in een rapport van 25 april 2024. Dit rapport vermeldt onder meer:
“Bevindingen:
In het midden van het pand bevindt zich een kelder van ongeveer 2.000 bij 3.000 mm met een vrije stahoogte van ongeveer 2.000 mm. (…)
(…)
De kelder is, voor zover zichtbaar, opgebouwd uit steenachtige materialen, de is vloer voorzien van tegels en de gemetselde kelderwanden waren voorzien van stukwerk.
Het stukwerk is door wederpartij afgebikt, omdat dit grotendeels door vocht was losgekomen/onthecht van de wanden.
Wat direct opvalt is dat er geen enkele ventilatiemogelijkheid in de kelder aanwezig is en de houten balklaag en het vloerbeschot van de begane grondvloer door vocht zijn aangetast.
De balklaag is aan rotting onderhevig, verliest zijn sterkte en zijn schimmels zichtbaar, tevens zijn ingekorte/afgezaagde leidingen niet correct afgedopt, zie foto’s 2 t/m 5.
Met een T660 vochtmeter hebben wij oriënterende vochtigheidsmetingen uitgevoerd op wanden en vloer.
De waarden kwamen daarbij uit tussen de 150 en 190 digits. Onder de 40 digits is het droog, tussen de 40 en 80 digits is het vochtig en boven de 80 digits is het materiaal nat. De maximale te meten waarde van de vochtmeter bedraagt 200 digits.
NB: Deze hoge waardes zijn te verklaren omdat de kelderwanden, achter de door wederpartij aangebrachte waterdichte laag, nat is en het vocht feitelijk opgesloten zit en niet wordt weg-geventileerd.
(…)
Beantwoording van de onderzoeksvragen:
(…)
1. Constateert u tekortkomingen aan het door wederpartij uitgevoerde werk?
Mede gelet op het feit dat er geen specificatie is verstrekt van de uit te voeren werkzaamheden en de te gebruiken materialen zijn wij op basis van de bevindingen van mening dat wederpartij de overeengekomen werkzaamheden correct heeft uitgevoerd.
Wederpartij heeft de wanden en de vloer geïnjecteerd en van een waterdichte laag voorzien gemaakt.
Hier moet echter wel een groot vraagteken bij geplaatst worden.
Wederpartij had als professioneel bedrijf, bij haar eerste bezoek, direct moeten constateren dat de vloerbalklaag en het vloerbeschot al decennialang door vocht zijn aangetast en menige balk aan rotting onderhevig is, daarnaast ontbreekt een goede ventilatie waardoor de vochtproblemen zijn ontstaan.
Wederpartij heeft een waarschuwingsplicht en heeft verzuimd om er bij cliënt melding van te maken dat alle door wederpartij uit te voeren injecteerwerkzaamheden geen enkele zin hebben als de ventilatie niet op orde is, niets meer en niets minder.
Naar een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hadden de injecteerwerkzaamheden niet eens hoeven te gebeuren als een goede ventilatie van de kelder was gerealiseerd/gewaarborgd.
Het meeste vochttransport, in een woning, vindt plaats van binnen naar buiten. In de met een vloerluik afgesloten kelder is een vochtige lucht aanwezig en deze kan nergens heen behoudens het “intrekken” in de stuclaag van de wanden en/of een deel in de vloer. Daardoor kon wederpartij de stuclaag ook eenvoudig afbikken want deze was verzadigd van water.
Daarnaast is er een mogelijkheid dat eventueel grondwater door de gemetselde kelderwanden naar binnen komt.
Omdat er geen duidelijke aftekening in de kelderwanden zichtbaar aanwezig is, is die kans overigens verwaarloosbaar.
Op het moment van ons onderzoek bevindt er zich nog (rest) vocht, achter de door wederpartij aangebrachte laag, in de kelderwanden en de vloer waardoor de vochtmeter “nat” aangeeft. Naar onze mening had wederpartij cliënt moeten adviseren om eerst een goede ventilatievoorziening (natuurlijk of mechanisch) te realiseren en dat hij na een paar maanden zal terugkomen om te kijken of injecteerwerkzaamheden nog noodzakelijk zijn.”
4 De beoordeling
Beroep op dwaling
[appellant] beroept zich in dit hoger beroep primair op dwaling en bedrog (zie artikel 6:228 en artikel 3:44 BW). Volgens [appellant] heeft Direct op 31 juli 2023 na de opname van de kelder gezegd dat sprake was van vochtindringing van buitenaf. Direct adviseerde om de kelder door injecties waterdicht te maken en zij heeft daarvoor meteen mondeling een offerte gedaan. Volgens [appellant] ging hij er op basis van de mededelingen van Direct van uit dat het nodig was de kelder waterdicht te maken en heeft hij zodoende met de offerte ingestemd. Later kwam [appellant] erachter dat de vochtproblemen veroorzaakt werden door onvoldoende ventilatie en dat de problemen opgelost konden worden door de kelder beter te ventileren. Direct wist dat of behoorde dat te weten en zij had [appellant] daarover ook moeten inlichten, aldus telkens [appellant] . [appellant] verklaart de overeenkomst te vernietigen wegens dwaling dan wel bedrog, en hij vraag het hof om vast te stellen dat deze vernietiging doel treft. Daarnaast vordert hij dat Direct veroordeeld wordt tot terugbetaling van de voldane vergoedingen.
Het beroep van [appellant] op dwaling slaagt. Het hof stelt vast dat [appellant] de overeenkomst met Direct rechtsgeldig vernietigd heeft en dat [appellant] recht heeft op terugbetaling van de door hem voldane vergoedingen. Het hof zal dit hierna toelichten.
Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en die bij een juiste voorstelling van zaken niet gesloten zou zijn, is in een aantal gevallen vernietigbaar. Dit is onder meer het geval als de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij de wederpartij mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder die inlichting gesloten zou worden. Vernietiging kan ook plaatsvinden als de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten (zie artikel 6:228 lid 1 aanhef en sub a en b BW). Vernietiging is niet mogelijk als het gaat om een dwaling die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval, voor rekening van de dwalende hoort te blijven (zie artikel 6:228 lid 2 BW).
Tussen partijen staat niet ter discussie dat Direct na opname van de kelder op 31 juli 2023, aan [appellant] gemeld heeft dat sprake was van vochtindringing van buitenaf. Het hof is van oordeel dat [appellant] voldoende heeft aangetoond dat die mededeling onjuist was en dat er ook geen concrete aanwijzingen waren voor vochtindringing van buitenaf. [appellant] heeft onderzoek laten doen door Top Expertise, die de kelder in bijzijn van Direct (de heer [naam1] ) heeft geïnspecteerd. Top Expertise vermeldt in haar rapport dat zij vastgesteld heeft dat er in de kelderwand geen duidelijke aftekening zichtbaar is van grondwater dat door de gemetselde kelderwanden naar binnenkomt. Volgens Top Expertise is de kans dat grondwater via de wanden naar binnenkomt om die reden verwaarloosbaar (zie hierboven, onder 3.7). Het hof stelt vast dat dit door Direct niet voldoende gemotiveerd weersproken is. Direct heeft niet verklaard dat er in de wanden of vloer wél tekenen van doordringend vocht zichtbaar waren (of zijn). Ook heeft zij niet toegelicht hoe zij bij de opname van 31 juli 2023 dan wel tot de conclusie zou zijn gekomen dat sprake was van vochtindringing van buitenaf. Direct heeft in dit verband volstaan met de stelling dat zij heeft geconstateerd ‘dat er sprake was van daadwerkelijke lekkage/waterindringing van buiten’. Die stelling – die niet nader wordt toegelicht of onderbouwd – acht het hof hier gelet op het gemotiveerde betoog van [appellant] en het door [appellant] overgelegde rapport van Top Expertise, onvoldoende.
Overigens wijst Direct wel op een verklaring van [naam2] van 11 juni 2026 (productie 8 bij memorie van antwoord). [naam2] verklaart dat hij betrokken was bij de werkzaamheden in de kelder. [naam2] schrijft onder meer: “Omdat de vloer op sommige plekken steeds donkerder werd en wij zagen dat het vocht omhoog trok, hebben we na uw goedkeuring ook de vloer geïnjecteerd.” [appellant] merkt terecht op dat die verklaring onvoldoende duidelijk en begrijpelijk is. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat [appellant] voldoende heeft aangetoond – onder meer aan de hand van overgelegde geomorfologische gegevens – dat het grondwaterpeil lager ligt dan de keldervloer en dat de woning ook hoger ligt dan de delen van [woonplaats] waar sprake is geweest van wateroverlast (zie productie 5 bij memorie van grieven). Van belang is verder dat vaststaat dat de wanden en de vloer van de kelder destijds zeer vochtig waren. Volgens Direct kwam er, zoals vermeld, bij het injecteren van de wanden en de kim (de aansluiting tussen vloer en wanden) vocht uit de vloer omhoog. Dat opkomend vocht bij het injecteren van een zeer vochtige vloer, duidt op vochtindringing van buitenaf, valt echter niet in te zien, in elk geval niet zonder nadere toelichting.
Direct verklaart dat de vochtproblemen in de kelder waarschijnlijk veroorzaakt zijn door ‘hemelzakwater’. Met hemelzakwater doelt zij, naar het hof begrijpt, op hemelwater dat de grond in zakt (na een regenbui). Ook dat betoog van Direct is tevergeefs. [appellant] wijst erop dat het gaat om een kleine kelder die zich, zoals het rapport van Top Expertise ook vermeldt, in het midden van het pand bevindt (zie ook hierboven, onder 3.7). Het betoog van Direct dat de vochtproblemen waarschijnlijk te wijten zijn aan hemelzakwater, is – zoals [appellant] opmerkt – zonder nadere toelichting dan ook onvoldoende duidelijk en begrijpelijk. Direct heeft overigens ook niet toegelicht waarom bij vochtindringing door hemelzakwater, daarvan geen ‘aftekening’ te zien zou zijn in de wanden van de kelder.
Het hof stelt, zoals vermeld, vast dat [appellant] voldoende heeft aangetoond dat geen sprake was van vochtindringing van buitenaf en dat er daarvoor ook geen concrete aanwijzingen waren. [appellant] wijst er verder terecht op dat voor Direct destijds zonder meer duidelijk moet zijn geweest dat de vochtproblemen in elk geval mede veroorzaakt werden door slechte ventilatie. Dat laatste is door Direct ook niet voldoende weersproken. Direct zelf merkt overigens op dat de noodzaak van ventileren van een afgesloten inpandige kelder en het effect daarvan op de luchtvochtigheid, een feit van algemene bekendheid is. [appellant] merkt terecht op dat Direct – die zich op haar website afficheerde als deskundige op het terrein van vochtproblemen – [appellant] daarop had moeten wijzen. Vast staat dat Direct dat niet gedaan heeft. Direct zelf verklaart immers ook dat zij niet met [appellant] over ventilatie gesproken heeft.
Het hof komt dan ook tot de slotsom dat [appellant] bij het aangaan van de overeenkomst gedwaald heeft omdat hij er, op basis van de mededeling daarover van Direct, ten onrechte van uitging dat de vochtproblemen in de kelder te wijten waren aan vochtindringing van buitenaf. Direct mocht niet aannemen dat de overeenkomst tot het waterdicht maken van de kelder ook zonder die mededeling gesloten zou zijn. Daarbij is van belang dat duidelijk was dat de vochtproblemen in elk geval mede veroorzaakt werden door onvoldoende ventilatie. Er is dus sprake van dwaling door een inlichting van de wederpartij (in de zin van artikel 6:228 lid 1 aanhef en sub a BW).
Het gaat hier niet om een dwaling die voor rekening van [appellant] dient te blijven. [appellant] heeft Direct ingeschakeld voor advies vanwege de vochtproblemen in de kelder.2 Direct heeft vervolgens na opname van de kelder, kennelijk zonder dat daarvoor een concrete aanwijzing was, gemeld dat de problemen veroorzaakt werden door vochtindringing van buitenaf. [appellant] wijst er terecht op dat hij, uitgaande van die mededeling van Direct, werkzaamheden heeft laten uitvoeren die kennelijk onnodig waren en die – nu er blijkens onder meer het rapport van Top Expertise geen sprake was van vochtindringing van buitenaf – voor hem geen waarde hebben. Dat de vochtproblemen de afgelopen tijd verminderd zijn of zelfs geheel zijn opgelost, baat Direct overigens niet. Vast staat namelijk dat de kelder na de werkzaamheden alsnog goed geventileerd is. Er is gezien de hiervoor genoemde bevindingen van Top Expertise geen reden om te veronderstellen dat het oplossen van de vochtproblemen, (mede) te danken is aan het waterdicht maken van de kelder. Het was kennelijk het ventileren van de kelder dat de problemen heeft opgelost. Al met al is sprake van een dwaling die te wijten is aan een onjuiste mededeling van Direct en die ertoe geleid heeft dat [appellant] Direct voor een aanzienlijk bedrag werkzaamheden heeft laten uitvoeren die hem niets opleveren. Dit is geen dwaling die hier voor rekening van [appellant] dient te blijven (vgl. artikel 6:228 lid 2 BW).
Vernietiging van de overeenkomst
[appellant] heeft verklaard de overeenkomst met Direct te vernietigen. Direct heeft in reactie daarop aan het hof gevraagd om, in plaats van de vernietiging uit te spreken, de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen ter opheffing van het door [appellant] geleden nadeel (zie artikel 6:230 lid 2 BW). Het hof wijst dat verzoek af. [appellant] heeft aangetoond dat de vochtproblemen niet veroorzaakt werden door vochtindringing van buitenaf. Dat het waterdicht maken van de kelder voor [appellant] een voordeel heeft opgeleverd, valt daarom niet in te zien. Het hof stelt dan ook vast dat het nadeel dat [appellant] geleden heeft, niet opgeheven kan worden door de overeenkomst te wijzigen. Voor opheffing van het nadeel is namelijk in elk geval nodig dat [appellant] de betaalde bedragen terugkrijgt. Het hof stelt dan ook vast dat [appellant] de overeenkomst met succes volledig vernietigd heeft.
Het hof zal voor recht verklaren dat [appellant] de overeenkomst vernietigd heeft. Verder zal het hof Direct veroordelen tot terugbetaling van de vergoedingen van in totaal € 8.008. Dit bedrag dient als onverschuldigd voldaan te worden terugbetaald. De tegenvordering van Direct – de vordering die strekt tot betaling van de facturen – zal alsnog worden afgewezen.
Vorderingen tot vergoeding van kosten
De vordering van [appellant] tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 572,91 zal worden afgewezen. [appellant] heeft niet voldoende duidelijk gesteld dat hij daadwerkelijk kosten heeft gemaakt voor verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Voor zover er kosten gemaakt zijn, moeten die dan ook worden aangemerkt als kosten waarvoor de hierna opgenomen proceskostenveroordeling een vergoeding geeft.
Het hof zal de vordering van [appellant] tot vergoeding van de kosten van Top Expertise toewijzen. Het hof is met [appellant] van oordeel dat Direct – door, kort gezegd, te adviseren om de kelder waterdicht te laten maken – onzorgvuldig en onbehoorlijk gehandeld heeft. Verder wijst [appellant] er terecht op dat Direct, ook nadat [appellant] dit onder meer bij brief van 15 december 2023 had aangekaart, geweigerd heeft het nadeel dat zo voor [appellant] ontstaan was daadwerkelijk en effectief ongedaan te maken. Die onzorgvuldige en ook laakbare handelwijze van Direct als professioneel bedrijf is, zoals [appellant] stelt, in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm en is daarmee onrechtmatig (artikel 6:162 BW). [appellant] kan zodoende aanspraak maken op vergoeding van kosten van vaststelling van schade en aansprakelijkheid (zie artikel 6:96 sub b BW). Volgens [appellant] heeft hij voor het onderzoek van Top Expertise kosten gemaakt van € 2.413,96. [appellant] wijst daarbij op de overgelegde facturen van 29 maart en 25 april 2024. Dit zijn naar het oordeel van het hof redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt. Het hof zal Direct daarom veroordelen de kosten van € 2.413,96 te vergoeden.
De conclusie
Uit het bovenstaande volgt dat het hoger beroep van [appellant] grotendeels slaagt. Voor een bespreking van de overige stellingen van partijen is geen aanleiding, nu die stellingen niet kunnen leiden tot een andere uitkomst van deze procedure. Daarbij tekent het hof aan dat er, anders dan [appellant] meent, onvoldoende grond is om aan te nemen dat Direct in deze procedure gehandeld heeft in strijd met de waarheidsplicht als bedoeld in artikel 21 Rv.
Het hof zal het vonnis van de kantonrechter vernietigen. Vervolgens zal het hof voor recht verklaren dat [appellant] de overeenkomst met Direct vernietigd heeft. Het hof zal Direct veroordelen tot terugbetaling van het door [appellant] als aanbetaling voldane bedrag van € 3.484,80, dit met rente vanaf 22 mei 2024. Verder zal Direct veroordeeld worden tot terugbetaling van het bedrag van € 5.762,79 dat [appellant] op basis van het vonnis van de kantonrechter betaald heeft, vermeerderd met rente (het bedrag van € 5.762,79 bestaat uit € 4.403,20 aan hoofdsom, € 275,59 aan wettelijke handelsrente en € 1.084 aan proceskosten). Daarnaast zal Direct veroordeeld worden tot vergoeding van de kosten van de deskundige van € 2.413,96, te vermeerderen met rente. De tegenvordering van Direct zal alsnog worden afgewezen.
Omdat Direct in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof haar ook veroordelen tot betaling van de proceskosten van de procedure bij de kantonrechter en bij het hof. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.3
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een partij de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).
5 De beslissing
Het hof:
vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 30 april 2025, zoals gewezen in conventie en in reconventie, en beslist opnieuw rechtdoende als volgt:
verklaart voor recht dat [appellant] de overeenkomst tussen [appellant] en Direct van 31 juli 2023 (over het injecteren van de kelderwanden en de kim) met de later tussen partijen gesloten overeenkomst voor meerwerk (over het injecteren van de vloer van de kelder) heeft vernietigd;
veroordeelt Direct tot betaling van de volgende bedragen:
-
€ 3.484,80, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 22 mei 2024;
-
€ 5.762,79, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 9 mei 2025;
-
€ 2.413,96, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 17 juni 2024;
veroordeelt Direct tot betaling van de volgende proceskosten van [appellant] tot aan de uitspraak van de kantonrechter:
-
€ 362,- aan griffierecht;
-
€ 126,86 aan kosten voor betekening van de dagvaarding;
-
€ 949,00 aan salaris gemachtigde (voor de conventie: 2 punten x tarief € 339; voor de reconventie: 2 punten x tarief € 271 x factor 0,5);
en tot betaling van de volgende proceskosten van [appellant] in hoger beroep:
-
€ 362 aan griffierecht;
-
€ 144,47 aan kosten voor betekening van de dagvaarding;
-
€ 2.580 aan salaris advocaat (2 punten x tarief II ad € 1.290);
en bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.A.J. Smelt, M.A.M. Essed en C.P. Lunter, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026.