ECLI:NL:GHAMS:2024:1071
Inhoudsindicatie
Onroerendezaak belasting over periode na datum faillissement. Geen boedelvordering wel een verifieerbare vordering. Toepassing regels uit HR - Credit Suisse/Jongepier q.q.
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 3:35 BW Burgerlijk Wetboek Boek 3
- Art. 24 Fw Faillissementswet
- Art. 39 Fw Faillissementswet
- Art. 122 Fw Faillissementswet
- Art. 392 Rv Burgelijke Rechtsvordering
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:RBNNE:2021:2575 — 23-06-2021 Rb. Noord-Nederland Civiel recht
Eiseres heeft diverse vorderingen ingesteld tegen de curator q.q. en pro se. Maatstaf aansprakelijkstelling curator q.q. en pro se. Erfpacht canon is geen boedelschuld in de zin van de Faillissementswet. Eiseres heeft als eigenaar ingevolge artikel 5:100 lid 3 BW en artikel… - ECLI:NL:RBNNE:2014:3656 — 29-04-2014 Rb. Noord-Nederland Civiel recht
Huur van roerende zaken + faillissement huurder - ECLI:NL:RBAMS:2025:10778 — 24-12-2025 Rb. Amsterdam Civiel recht
[gefailleerde] is op 11 december 2018 in staat van faillissement verklaard. Hij hield op dat moment bij bunq acht bankrekeningen aan in zijn ‘personal bunq account’. De curator heeft bunq begin maart 2019 benaderd met het verzoek om een van de rekeningen op naam van… - ECLI:NL:RBLIM:2024:10155 — 11-12-2024 Rb. Limburg Civiel recht
Partijen hebben de rechtbank in deze - bij wijze van proefprocedure aanhangig gemaakte - zaak in verband met het principiële zaaksoverstijgende karakter eenstemmig verzocht om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. De zaak betreft een geschil over de vraag of de… - ECLI:NL:RVS:2023:2590 — 05-07-2023 Raad van State Bestuursrecht
Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Snijders over de prejudiciële vragen zoals op grond van de Tijdelijke wet Groningen door de Rechtbank Noord-Nederland gesteld bij tussenuitspraak van 28 april 2023, in zaak nr. 22/2463T, in het geding tussen [eiser] tegen het Instituut…