Uitspraken over Artikel 428 Wetboek van Strafvordering
Art. 428 Sv is sinds 1990 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.
Pagina 1 van 1 — 7 uitspraken in totaal, gesorteerd op gezagsvolgorde (Hoge Raad → Hof → Rechtbank)
- ECLI:NL:HR:2022:1075 — 12-07-2022 Hoge Raad Strafrecht
1. Ontvankelijkheid cassatieberoep v.zv. gericht tegen beslissing tot terugwijzing, art. 428 Sv. 2. Medeplegen oplichting energieleverancier d.m.v. terugdraaien van elektriciteitsmeter, art. 326.1 Sr. Is energieleverancier bewogen tot het teniet doen van een inschuld? 3.… - ECLI:NL:HR:2021:370 — 16-03-2021 Hoge Raad Strafrecht
Beoordeling wrakingsverzoeken in strafzaken. Feitelijk leiding geven aan oplichting (art. 326.1 Sr), bedrieglijke bankbreuk (art. 341 Sr) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd en medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter.1 Sr).… - ECLI:NL:HR:2017:2801 — 31-10-2017 Hoge Raad Strafrecht
Mishandeling levensgezel (meermalen gepleegd). Hof in eindarrest gebonden aan eerder oordeel van Hof in tussenarrest m.b.t. ontvankelijkheid OM? Herhaald beroep op niet-ontvankelijkheid OM in de vervolging gegrond op de omstandigheid dat een verbalisant, die een belangrijk… - ECLI:NL:HR:2015:2582 — 15-09-2015 Hoge Raad Strafrecht
Verdachte n-o in cassatieberoep, nu de bestreden beslissing niet is een einduitspraak in de zin van art. 138 Sv. - ECLI:NL:HR:2011:BP4672 — 12-04-2011 Hoge Raad Strafrecht
Tegen vonnissen of arresten die geen einduitspraken zijn in de zin van art. 138 Sv is beroep in cassatie slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak toegelaten. Niet-ontvankelijk. - ECLI:NL:HR:2010:BM6938 — 28-09-2010 Hoge Raad Strafrecht
Volgens art. 428 Sv is tegen vonnissen of arresten die geen einduitspraken zijn i.d.z.v. art. 138 Sv beroep in cassatie slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak toegelaten. De bestreden beslissing is niet een einduitspraak in die zin, zodat verdachte in het beroep… - ECLI:NL:HR:1990:ZC8390 — 16-01-1990 Hoge Raad Strafrecht
Het hof kon de getuigenverklaring tot bewijs bezigen zonder in strijd te komen met art. 6 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Bron: Rechtspraak.nl. Koppelingen worden gemaakt op basis van artikelverwijzingen in de uitspraaktekst.