Artikel 39 Wet op de rechterlijke organisatie
Lid 1
Tegen een besluit op grond van artikel 38, eerste en tweede lid, kan een belanghebbende beroep instellen bij de Hoge Raad.
Lid 2
De Hoge Raad beoordeelt of de Kroon in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat sprake is van ongeschiktheid anders dan wegens ziekte, onderscheidenlijk een ernstig vermoeden voor het bestaan daarvan, alsmede of Onze Minister bij zijn voordracht in strijd met artikel 109 heeft gehandeld.
Lid 3
Op het beroep is hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van afdeling 8.1.1 en de artikelen 8:10, 8:11, 8:13 en 8:86, van overeenkomstige toepassing.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 39 RO is sinds 2000 in 11 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2008:BC7476 — 13-06-2008 Hoge Raad
Agentuurovereenkomst. Procesrecht; Bevoegdheid rechtbank om kennis te nemen van vordering m.b.t. beëindiging van overeenkomst tot bemiddeling als assurantietussenpersoon; belang van door eiser aan overeenkomst gegeven benaming. - ECLI:NL:HR:2001:AD3935 — 07-12-2001 Hoge Raad
- - ECLI:NL:HR:2001:AD3992 — 16-11-2001 Hoge Raad
- - ECLI:NL:HR:2001:AB2018 — 08-06-2001 Hoge Raad
- - ECLI:NL:HR:2001:AB0804 — 30-03-2001 Hoge Raad
-
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.