Artikel 23 Wet op de rechterlijke organisatie

Lid 1

Het bestuur is belast met de algemene leiding, de organisatie en de bedrijfsvoering van het gerecht. In het bijzonder draagt het bestuur zorg voor:

  1. automatisering en bestuurlijke informatievoorziening;

  2. de voorbereiding, vaststelling en uitvoering van de begroting;

  3. huisvesting en beveiliging;

  4. de kwaliteit van de bestuurlijke en organisatorische werkwijze van het gerecht daaronder begrepen de externe gerichtheid;

  5. personeelsaangelegenheden;

  6. overige materiële voorzieningen.

Lid 2

Bij de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, treedt het bestuur niet in de procesrechtelijke behandeling van, de inhoudelijke beoordeling van alsmede de beslissing in een concrete zaak of in categorieën van zaken.

Lid 3

Het bestuur heeft voorts tot taak binnen het gerecht de juridische kwaliteit en de uniforme rechtstoepassing te bevorderen. Het voert daarover overleg met de gerechtsvergadering of met een door de gerechtsvergadering aangewezen afvaardiging van de in artikel 22, eerste en derde lid, genoemde deelnemers aan de gerechtsvergadering op het terrein van burgerlijke zaken, strafzaken of bestuursrechtelijke zaken of een ander rechtsterrein. Bij de uitvoering van deze taak treedt het bestuur niet in de procesrechtelijke behandeling van, de inhoudelijke beoordeling van alsmede de beslissing in een concrete zaak.

Lid 4

De bestuursleden geven elkaar inlichtingen die voor de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste en derde lid, noodzakelijk zijn.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 23 RO is sinds 2013 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Den Haag en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2024:741 — 24-05-2024 Hoge Raad
    Uitspraak vierde kamer. Vordering van de Procureur-Generaal als bedoeld in art. 7, 9 en 17 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad. Klachten over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het E-archief. Voldoet de…
  • ECLI:NL:HR:2022:824 — 03-06-2022 Hoge Raad
    Art. 392 Rv. Prejudiciële vragen over regels in procesregelementen van de hoven over maximale omvang van processtukken in hoger beroep. Is de rechter bevoegd om deze beperkingen te stellen en mag zo’n beperking in procesreglement worden gesteld? Mag in procesreglement worden…
  • ECLI:NL:HR:2018:2197 — 30-11-2018 Hoge Raad
    Externe klachtprocedure (art. 13a RO). Klacht van advocaat tegen president rechtbank en gerechtsbestuur, in verband met doen van melding aan deken over gedraging advocaat. Bevoegdheid Hoge Raad. Is het doen van die melding een gedraging van een rechter in de uitoefening van zijn…
  • ECLI:NL:HR:2013:BZ3450 — 06-03-2013 Hoge Raad
    Klachtprocedure ex art. 13a RO. Bestuur rechtbank gaat in op verzoek om nadere uitleg aan een door de eigen rechtbank gewezen vonnis. Vordering procureur-generaal ex art. 13a RO. Ontvankelijkheid klacht. Het geven van uitleg aan beslissingen die gegeven zijn door met rechtspraak…
  • ECLI:NL:GHDHA:2025:155 — 14-01-2025 Hof Den Haag
    provisionele vorderingen, geen aanwezigheid van de Koning vereist, bijzondere gemachtigde ex art. 77 Rv, geen zeggenschsap rechter over portret Koning in zittingszaal, opschrift 'In naam van de Koning' vereist ex art. 430 lid 2 Rv

Bekijk alle 8 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.