Artikel 13d Opiumwet

Lid 1

Op vordering van het openbaar ministerie kan de rechter bepalen dat aan degene die is veroordeeld wegens een feit strafbaar gesteld in de artikelen 10, 10a, eerste lid, 11, eerste tot en met vijfde lid, 11a of 11b, de verplichting wordt opgelegd tot het vergoeden van de kosten die ten laste van de staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid en ten aanzien waarvan:

  1. de maatregel, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt opgelegd;

  2. de maatregel, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, had kunnen worden opgelegd maar waarvan door de veroordeelde afstand is gedaan op de wijze, bedoeld in artikel 116, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering; of

  3. een machtiging tot vernietiging als bedoeld in artikel 117, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is verleend voor zover het voorwerpen betreft die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Lid 2

De rechter kan het te betalen bedrag lager vaststellen dan de kosten, bedoeld in het eerste lid. Artikel 36e, vijfde lid, vijfde en zesde volzin, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.

Lid 3

De tenuitvoerlegging van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel, bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 13d Opiumwet is sinds 2024 in 34 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Overijssel, Rb. Noord-Nederland en Rb. Gelderland.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4276 — 16-07-2026 Rb. Overijssel
    De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, een taakstraf van 120 uren en stelt dat hij zich meldt bij de Reclassering. De verdachte is schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan handelen in drugs en opzettelijk handelen in drugs.
  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4226 — 16-07-2026 Rb. Overijssel
    Ontnemingsvordering uitgangspunt verklaring verdachte.
  • ECLI:NL:RBROT:2026:8972 — 15-05-2026 Rb. Rotterdam
    Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 4.200,-. zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:8971
  • ECLI:NL:RBGEL:2026:1916 — 12-03-2026 Rb. Gelderland
    Procesafspraken. Werkzaamheden verricht in cocaïnewasserij, voorbereidingshandelingen ten behoeve van de productie en opzettelijk aanwezig hebben van 12 kilogram cocaïne. De in de Overeenkomst procesafspraken vastgelegde straf staat in redelijke verhouding tot de ernst van de…
  • ECLI:NL:RBGEL:2026:1915 — 12-03-2026 Rb. Gelderland
    Procesafspraken. Werkzaamheden verricht in cocaïnewasserij, voorbereidingshandelingen ten behoeve van de productie en opzettelijk aanwezig hebben van 12 kilogram cocaïne. De in de Overeenkomst procesafspraken vastgelegde straf staat in redelijke verhouding tot de ernst van de…

Bekijk alle 34 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.