Artikel 13 Opiumwet
Lid 1
De in artikel 10, eerste lid, 10b, eerste lid, en artikel 11, eerste lid, strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
Lid 2
De in de artikelen 10, tweede tot en met zesde lid, 10a, eerste lid, 10b, tweede lid, 10c, 11, tweede tot en met vijfde lid, 11a en 11b strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
Lid 3
De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan:
een der in artikel 10a, eerste lid, strafbaar gestelde feiten voorzover die zijn gepleegd om het in artikel 10, vijfde lid, strafbaar gestelde feit voor te bereiden of te bevorderen, dan wel
poging tot of deelneming aan het in artikel 10, vijfde lid, strafbaar gestelde feit.
Lid 4
De Nederlandse strafwet is toepasselijk op een der in artikel 10, tweede tot en met vijfde lid, artikel 10a eerste lid, 10b, tweede lid, 10c, artikel 11, tweede tot en met vierde lid, en artikel 11a strafbaar gestelde feiten, indien het feit is gepleegd aan boord van een buitenlands vaartuig dan wel een vaartuig zonder nationaliteit of een daarmee gelijk gesteld vaartuig uit hoofde van het internationale recht, op open zee, en wordt opgetreden in het kader van de toepassing van het Verdrag ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag tegen sluikhandel.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 13 Opiumwet is sinds 1986 in 28 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Zeeland-West-Brabant en Rb. Breda.
- ECLI:NL:HR:2021:1034 — 13-07-2021 Hoge Raad
Hennepteelt op 17- en 18-jarige leeftijd op zijn kamer op zolderverdieping van ouderlijke woning (art. 3.B Opiumwet) en heling van iPhone (art. 416.1.a Sr). 1. Partiële verjaring i.g.v. voortdurend delict (hennepteelt). Dient o.g.v. art. 77d.1 jo. 77a Sr t.a.v. degene die t.t.v.… - ECLI:NL:HR:2017:2812 — 07-11-2017 Hoge Raad
Opiumwetdelict (opzettelijk verkopen van 8 gr. hennep). 1. Misdrijf of overtreding? Art. 11.6 Opiumwet. 2. Vordering tul, art. 14j Sr. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:AD2114, NJ 1994/674: ex art. 11.6 Opiumwet zijn handelingen a.b.i. art. 11.2 Opiumwet, indien deze betrekking… - ECLI:NL:HR:2013:1555 — 03-12-2013 Hoge Raad
HR: art. 81.1 RO. Ambtshalve constateert de HR -overeenkomstig het in het bestreden arrest besloten liggende oordeel van het Hof- dat het feit niet is verjaard. Conclusie AG: anders, verjaring feit. - ECLI:NL:HR:2001:AD4292 — 18-12-2001 Hoge Raad
- - ECLI:NL:HR:1998:ZD1191 — 30-06-1998 Hoge Raad
Medeplegen (poging) invoer en uitvoer cocaïne (art. 2.A Opiumwet), deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en overtredingen WWM. Fenomeen van kroongetuige. 1. HR wijdt voorafgaande beschouwingen aan toelaatbaarheid van…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.