Artikel 10 Opiumwet
Lid 1
Hij die handelt in strijd met:
een in artikel 2, het in artikel 3b, eerste lid, of een in artikel 4, derde lid, gegeven verbod;
een krachtens artikel 3c, tweede lid, of artikel 4, eerste of tweede lid, gegeven voorschrift;
een krachtens artikel 8a, eerste lid, aan een ontheffing verbonden voorschrift;
wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
Lid 2
Hij die opzettelijk handelt in strijd met het in artikel 3b, eerste lid, of het in artikel 4, derde lid, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Lid 3
Hij die opzettelijk handelt in strijd met het in artikel 2 onder C, gegeven verbod wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Lid 4
Hij die opzettelijk handelt in strijd met het in artikel 2 onder B of D, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Lid 5
Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 2 onder A, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Lid 6
Indien het feit, bedoeld in het tweede, derde onderscheidenlijk vijfde lid, betrekking heeft op een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik, wordt gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie opgelegd.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 10 Opiumwet is sinds 1986 in 2427 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Overijssel, Rb. Rotterdam en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2026:1615 — 06-10-2026 Hoge Raad
Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Post-Landeck, maken van “image” zonder rechterlijke machtiging en onderzoek aan digitale-gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. Staat Unierecht eraan in de weg dat na inbeslagneming van (digitale-gegevensdrager… - ECLI:NL:HR:2026:1146 — 07-07-2026 Hoge Raad
Aanwezig hebben van XTC-pillen, MDMA en GHB (art. 2.C Opiumwet) en voorbereidingshandelingen m.b.t. productie van MDMA (art. 10a.1.3 Opiumwet). Vrijspraak in eerste aanleg. “Integrale controle” door gemeente met bijstand van politie naar aanleiding van bij gemeente binnengekomen… - ECLI:NL:HR:2026:178 — 10-02-2026 Hoge Raad
Onderzoek Vidar. Eendaadse samenloop van medeplegen bereiden en aanwezig hebben van speed (art. 2.B en 2.C Opiumwet), medeplegen witwassen van geldbedrag (art. 420bis.1.b Sr) en gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. HR wijdt algemene… - ECLI:NL:HR:2025:819 — 27-05-2025 Hoge Raad
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. verkoop en invoer van cocaïne, art. 10a.1.1 en 10a.1.2 Opiumwet. 1. Is bij de door opsporingsambtenaren verrichte handelingen sprake geweest van pseudo-dienstverlening a.b.i. art. 126i Sv? 2. Kon optreden van opsporingsambtenaren mede… - ECLI:NL:HR:2025:772 — 20-05-2025 Hoge Raad
Verzoekschrift tot regeling van rechtsgebied, art. 526.1 Sv. Verzoek berust op stelling dat sprake is van geschil over rechtsmacht a.b.i. art. 525.1.1 Sv, omdat verzoeker bij Rb Limburg en hof ’s-Hertogenbosch gelijktijdig voor ‘dezelfde zaak’ wordt vervolgd. Daartoe wordt…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.