Artikel 28 Mededingingswet
Lid 1
In afwijking van artikel 27 wordt niet als concentratie beschouwd:
het door banken, financiële instellingen of verzekeraars als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, tot wier normale werkzaamheden de verhandeling van effecten voor eigen rekening of voor rekening van derden behoort, tijdelijk houden van deelnemingen die zij in een onderneming hebben verworven ten einde deze deelnemingen weer te verkopen, mits zij de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet uitoefenen om het marktgedrag van deze onderneming te bepalen, of zij deze stemrechten slechts uitoefenen om de verkoop van deze deelnemingen voor te bereiden, en deze verkoop plaatsvindt binnen een jaar na de verwerving;
het verkrijgen van zeggenschap door:
vervallen;
vervallen;
personen als bedoeld in artikel 1:76, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht;
bewindvoerders als bedoeld in artikel 3:162d van de Wet op het financieel toezicht;
personen als bedoeld in artikel 3:175, negende lid, van de Wet op het financieel toezicht;
het verwerven van participaties in het kapitaal als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder b, met inbegrip van participaties in een gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 27, tweede lid, door participatiemaatschappijen mits de aan de deelname verbonden stemrechten slechts worden uitgeoefend om de volle waarde van deze beleggingen veilig te stellen.
Lid 2
De in het eerste lid, onder a, genoemde termijn kan op verzoek door de Autoriteit Consument en Markt worden verlengd wanneer de desbetreffende instellingen of verzekeraars aantonen dat de verkoop binnen de gestelde termijn redelijkerwijs niet mogelijk was.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 28 Mw is sinds 2021 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Gelderland en Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2022:1344 — 30-09-2022 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Overgang fosfaatrechten (art. 25-31 Meststoffenwet). Is geldige titel voor overdracht in de zin van art. 3:84 lid 1 BW vereist? - ECLI:NL:RBGEL:2022:68 — 12-01-2022 Rb. Gelderland
Stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Gelden de vereisten van arti. 3:84 BW voor de overgang van fosfaatrechten van het vermogen van de rechthebbende op de fosfaatrechten naar het vermogen van een ander? Betekenis van art. 27 Mw - ECLI:NL:RBGEL:2021:5986 — 10-11-2021 Rb. Gelderland
Stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad met mogelijkheid van aanvulling door partijen inzake de vraag in wiens vermogen de fosfaatrechten vallen die bij RVO op naam van huurder staan geregistreerd, de huurder of de verhuurder.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.