Deel 2. Coördinatie — Onderafdeling 1. Procedure

Artikel 61

Aanvraag van een groepscoördinatieprocedure

1.

Een groepscoördinatieprocedure kan worden aangevraagd bij een rechter die voor de insolventieprocedure van een lid van de groep bevoegd is, door een insolventiefunctionaris die is aangewezen in een met betrekking tot een lid van de groep geopende insolventieprocedure.

2.

De in lid 1 bedoelde aanvraag gebeurt overeenkomstig de voorwaarden van het recht dat van toepassing is op de procedure waarvoor de insolventiefunctionaris is aangewezen.

3.

De in lid 1 bedoelde aanvraag gaat vergezeld van:

a) 

een voorstel met betrekking tot de als groepscoördinator („coördinator”) aan te wijzen persoon, de redenen waarom hij overeenkomstig artikel 71 voor de functie in aanmerking komt, nadere gegevens omtrent zijn kwalificaties, en zijn op schrift gestelde instemming om als coördinator op te treden;

b) 

de hoofdlijnen van de voorgestelde groepscoördinatie, en met name de elementen die aantonen dat aan de voorwaarden van artikel 63, lid 1, is voldaan;

c) 

een lijst van de insolventiefunctionarissen die met betrekking tot de leden van de groep zijn aangewezen, en in voorkomend geval de rechters en bevoegde instanties die bij de insolventieprocedures met betrekking tot de leden van de groep betrokken zijn;

d) 

een overzicht van de geraamde kosten van de voorgestelde groepscoördinatie, en een raming van het deel van deze kosten dat elk lid van de groep zal moeten betalen.

Artikel 62

Voorrangsregel

Onverminderd artikel 66 worden partijen, indien een groepscoördinatieprocedure wordt aangevraagd bij rechters van verschillende lidstaten, verwezen naar de rechter bij wie de zaak het eerst aanhangig is gemaakt.

Artikel 63

Kennisgeving door de aangezochte rechter

1.

De rechter bij wie een groepscoördinatieprocedure is aangevraagd, geeft zo spoedig mogelijk kennis van de aanvraag van een groepscoördinatieprocedure en van de voorgestelde coördinator aan de insolventiefunctionarissen die zijn aangewezen met betrekking tot de leden van de groep als vermeld in de in artikel 61, lid 3, onder c), bedoelde lijst bij de aanvraag, nadat hij zich ervan heeft vergewist dat:

a) 

de opening van een dergelijke procedure geschikt is om de doeltreffende uitvoering van de insolventieprocedure met betrekking tot de verschillende leden van de groep te vergemakkelijken;

b) 

het niet waarschijnlijk is dat enige schuldeiser van enig lid van de groep dat volgens plan aan de procedure zal deelnemen, door die deelname financieel wordt benadeeld, en

c) 

de voorgestelde coördinator voldoet aan de voorschriften van artikel 71.

2.

In de lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving worden de in artikel 61, lid 3, onder a) tot en met d), bedoelde elementen vermeld.

3.

De in lid 1 bedoelde kennisgeving wordt per aangetekende brief met ontvangstbevestiging verstuurd.

4.

De aangezochte rechter biedt de betrokken insolventiefunctionarissen de mogelijkheid te worden gehoord.

Artikel 64

Bezwaar door de insolventiefunctionarissen

1.

Een insolventiefunctionaris die is aangewezen voor een lid van de groep kan bezwaar maken tegen:

a) 

de opneming van de insolventieprocedure waarvoor hij is aangewezen in de groepscoördinatieprocedure, of

b) 

de als coördinator voorgestelde persoon.

2.

Een bezwaar op grond van lid 1 van dit artikel wordt binnen 30 dagen na ontvangst van de kennisgeving inzake het verzoek tot opening van een groepscoördinatieprocedure door de in lid 1 van dit artikel bedoelde insolventiefunctionaris ingediend bij de in artikel 63 bedoelde rechter.

Het bezwaar kan worden aangetekend door middel van het overeenkomstig artikel 88 vastgestelde standaardformulier.

3.

Voordat hij besluit al dan niet deel te nemen aan de coördinatieprocedure overeenkomstig lid 1, onder a), verkrijgt een insolventiefunctionaris alle goedkeuringen die zijn voorgeschreven in het recht van de staat waar de procedure waarvoor hij is aangewezen, wordt geopend.

Artikel 65

Gevolgen van het bezwaar tegen opneming in de groepscoördinatie

1.

Indien een insolventiefunctionaris bezwaar heeft gemaakt tegen opneming van de procedure waarvoor hij is aangewezen in de groepscoördinatieprocedure, wordt die procedure niet in de groepscoördinatieprocedure opgenomen.

2.

De in artikel 68 bedoelde bevoegdheden van de rechter of de bevoegdheden van de coördinator welke uit die procedure voortvloeien, hebben geen gevolgen met betrekking tot dat lid van de groep en brengen voor dat lid geen kosten met zich.

Artikel 66

Keuze van de rechter voor groepscoördinatieprocedures

1.

Indien ten minste tweederde van alle insolventiefunctionarissen die zijn aangewezen in insolventieprocedures van de leden van de groep, in onderlinge overeenstemming hebben besloten dat een bevoegde rechter van een andere lidstaat het meest geschikt is om de groepscoördinatieprocedure te openen, heeft die rechter exclusieve bevoegdheid.

2.

De keuze van de rechter wordt gemaakt bij schriftelijke of schriftelijk bevestigde mondelinge onderlinge overeenstemming. De keuze kan worden gemaakt tot het tijdstip waarop een groepscoördinatieprocedure overeenkomstig artikel 68 is geopend.

3.

Elke andere rechter dan de rechter waar de zaak overeenkomstig lid 1 aanhangig is gemaakt, verklaart zich onbevoegd.

4.

Het verzoek tot opening van de groepscoördinatieprocedure wordt ingediend bij de overeengekomen rechter overeenkomstig artikel 61.

Artikel 67

Gevolgen van het bezwaar tegen de voorgestelde coördinator

Indien tegen de persoon die is voorgesteld als coördinator, bezwaar is gemaakt door een insolventiefunctionaris die niet eveneens bezwaar maakt tegen de opneming in de groepscoördinatieprocedure van het lid waarvoor hij is aangewezen, kan de rechter ervan afzien de voorgestelde coördinator aan te wijzen en kan hij de bezwaar makende insolventiefunctionaris verzoeken overeenkomstig artikel 61, lid 3, een nieuwe aanvraag in te dienen.

Artikel 68

Verzoek tot opening van een groepscoördinatieprocedure

1.

Na het verstrijken van de in artikel 64, lid 2, bedoelde termijn kan de rechter de groepscoördinatieprocedure openen, nadat hij zich ervan heeft vergewist dat aan de voorwaarden van artikel 63, lid 1, is voldaan. In dat geval:

a) 

wijst de rechter een coördinator aan;

b) 

neemt hij een beslissing over de hoofdlijnen van de procedure, en

c) 

neemt hij een beslissing over de geraamde kosten en over het deel dat door de leden van de groep moet worden betaald.

2.

De beslissing tot opening van een groepscoördinatieprocedure wordt ter kennis gebracht van de deelnemende insolventiefunctionarissen en de coördinator.

Artikel 69

Keuze van een insolventiefunctionaris om alsnog deel te nemen

1.

Elke insolventiefunctionaris kan, na de in artikel 68 bedoelde rechterlijke beslissing en overeenkomstig zijn nationaal recht, verzoeken om opneming van de procedure waarvoor hij is aangewezen indien

a) 

er bezwaar is gemaakt tegen de opneming van de insolventieprocedure in de groepscoördinatieprocedure, of

b) 

er een insolventieprocedure met betrekking tot een lid van de groep is geopend nadat de rechter de groepscoördinatieprocedure heeft geopend.

2.

Onverminderd lid 4 kan de coördinator, nadat hij de betrokken insolventiefunctionaris heeft geraadpleegd, dat verzoek inwilligen indien

a) 

hij zich ervan heeft vergewist dat, rekening houdend met de fase waarin de groepscoördinatieprocedure zich bevindt op het tijdstip van het verzoek, aan de criteria van artikel 63, lid 1, onder a) en b), is voldaan, of

b) 

alle betrokken insolventiefunctionarissen hebben ingestemd overeenkomstig de voorwaarden van hun nationaal recht.

3.

De coördinator stelt de rechter en de deelnemende insolventiefunctionarissen in kennis van zijn besluit uit hoofde van lid 2 en van de redenen waarop het besluit is gebaseerd.

4.

Elke deelnemende insolventiefunctionaris of elke insolventiefunctionaris wiens verzoek om opneming in de groepscoördinatieprocedure is afgewezen, kan het in lid 2 bedoelde besluit aanvechten volgens de procedure waarin het recht voorziet van de lidstaat waar de groepscoördinatieprocedure is geopend.

Artikel 70

Aanbevelingen en groepscoördinatieplan

1.

In het verloop van hun insolventieprocedures nemen de insolventiefunctionarissen de aanbevelingen van de coördinator en de inhoud van het groepscoördinatieplan als bedoeld in artikel 72, lid 1, in overweging.

2.

Een insolventiefunctionaris is niet verplicht de aanbevelingen van de coördinator of het groepscoördinatieplan geheel of gedeeltelijk te volgen.

Indien hij de aanbevelingen van de coördinator of de groepscoördinatieplannen niet volgt, stelt hij de personen of instanties waaraan hij krachtens zijn nationaal recht verslag moet uitbrengen, alsmede de coördinator, in kennis van zijn redenen.