Artikel 2 Insolventieverordening (2015/848)
Definities
Voor het doel van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1. |
„collectieve procedure” : procedure waarbij alle of een aanzienlijk deel van de schuldeisers van een schuldenaar betrokken zijn, met dien verstande dat in laatstgenoemd geval de procedure de vorderingen van schuldeisers die hierbij niet betrokken zijn, onverlet laat; |
|
2. |
„instellingen voor collectieve belegging” : instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) als gedefinieerd in Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (), en alternatieve beleggingsinstellingen (abi's) als gedefinieerd in Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (); |
|
3. |
„schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt” : een schuldenaar ten aanzien van wie een insolventieprocedure is geopend, waarbij niet noodzakelijkerwijs een insolventiefunctionaris wordt aangewezen of waarbij de rechten en plichten aangaande het beheer van de goederen van de schuldenaar niet volledig aan een insolventiefunctionaris worden overgedragen, en de schuldenaar derhalve volledig of tenminste gedeeltelijk de zeggenschap over zijn goederen en zijn onderneming behoudt; |
|
4. |
„insolventieprocedures” : de procedures opgesomd in bijlage A; |
|
5. |
„insolventiefunctionaris” : elke persoon of instantie waarvan de taak, ook op tussentijdse basis, erin bestaat:
i)
de in het kader van een insolventieprocedure ingediende vorderingen te verifiëren en te aanvaarden;
ii)
het collectieve belang van de schuldeisers te behartigen;
iii)
het geheel of een deel van de goederen waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren, te beheren;
iv)
de onder iii) bedoelde goederen te liquideren, of
v)
toe te zien op het beheer van de onderneming van de schuldenaar. De in de eerste alinea bedoelde personen en organen worden opgesomd in bijlage B; |
|
6. |
„rechter” :
i)
ii)
in de overige artikelen: de rechterlijke instantie of enig andere bevoegde instantie van een lidstaat die bevoegd is om een insolventieprocedure te openen, een dergelijke opening te bekrachtigen of tijdens die procedure beslissingen te geven; |
|
7. |
„beslissing tot opening van een insolventieprocedure” :
i)
de beslissing van een rechter tot opening van een insolventieprocedure of tot bekrachtiging van de opening van een dergelijke procedure, alsmede
ii)
de beslissing van een rechter tot aanwijzing van een insolventiefunctionaris; |
|
8. |
„tijdstip waarop de procedure is geopend” : het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een insolventieprocedure rechtsgevolgen heeft, onafhankelijk van de vraag of de beslissing definitief is; |
|
9. |
„lidstaat waar zich een goed bevindt” :
i)
met betrekking tot aandelen op naam in vennootschappen die geen instrumenten als bedoeld onder ii) zijn, de lidstaat op het grondgebied waarvan de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven haar statutaire zetel heeft;
ii)
met betrekking tot financiële instrumenten waarvan de eigendom blijkt uit inschrijving in een register dat of op een rekening die door of namens een tussenpersoon wordt aangehouden („girale effecten”), de lidstaat waar het register waarin of de rekening waarop de inschrijving plaatsvindt, wordt aangehouden;
iii)
met betrekking tot tegoeden op rekeningen bij kredietinstellingen: de in het IBAN-nummer van de rekening aangegeven lidstaat, of, voor tegoeden op rekeningen bij kredietinstellingen zonder IBAN, de lidstaat waar de kredietinstelling waarbij de rekening wordt aangehouden, haar hoofdkantoor heeft of, indien de rekening wordt aangehouden bij een bijkantoor, agentschap of andere vestiging, de lidstaat waar het bijkantoor, het agentschap of de andere vestiging is gelegen;
iv)
met betrekking tot zaken of rechten, andere dan die welke onder i) worden bedoeld, die de eigenaar of de rechthebbende in een openbaar register laat inschrijven, de lidstaat onder de autoriteit waarvan dat register wordt aangehouden;
v)
met betrekking tot Europese octrooien, de lidstaat waarvoor het Europees octrooi is verleend;
vi)
met betrekking tot auteursrechten en aanverwante rechten, de lidstaat op het grondgebied waarvan de eigenaar van deze rechten zijn gebruikelijke verblijfplaats of statutaire zetel heeft;
vii)
met betrekking tot lichamelijke zaken, andere dan die welke onder i) tot en met iv) worden bedoeld, de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaken zich bevinden;
viii)
met betrekking tot schuldvorderingen jegens derden, andere dan die welke betrekking hebben op de onder iii) bedoelde goederen, de lidstaat op het grondgebied waarvan het centrum van de voornaamste belangen van de derde-schuldenaar is gelegen, als bepaald overeenkomstig artikel 3, lid 1; |
|
10. |
„vestiging” : elke plaats van handeling waar een schuldenaar met behulp van mensen en goederen een economische activiteit die niet van tijdelijke aard is, uitoefent of heeft uitgeoefend in de periode van drie maanden voorafgaand aan het aanvragen van de hoofdinsolventieprocedure; |
|
11. |
„plaatselijke schuldeiser” : een schuldeiser van wie de vorderingen jegens een schuldenaar voortvloeien uit of verband houden met de exploitatie van een vestiging die in een andere lidstaat is gelegen dan de lidstaat waar zich het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar bevindt; |
|
12. |
„buitenlandse schuldeiser” : een schuldeiser die zijn gebruikelijke verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de procedure is geopend, met inbegrip van de belastingautoriteiten en de socialezekerheidsinstanties van de lidstaten; |
|
13. |
„groep ondernemingen” : een moederonderneming en al haar dochterondernemingen; |
|
14. |
„moederonderneming” : een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap heeft over een of meer dochterondernemingen. Een onderneming die geconsolideerde financiële overzichten opstelt overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (), wordt geacht een moederonderneming te zijn. |
Geconsolideerde tekst van 06-11-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.
Recente uitspraken
Art. 2 IVO is sinds 2024 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Midden-Nederland, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Overijssel.
- ECLI:NL:GHARL:2026:167 — 13-01-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Schuldenaar heeft na zijn faillietverklaring een bankrekening geopend bij een Duitse bank. Omdat de schuldenaar door het faillissement niet meer bevoegd was om geld van die rekening op te nemen en betalingen en overschrijvingen te verrichten, maar dat wel heeft gedaan, vordert… - ECLI:NL:RBMNE:2024:7687 — 05-11-2024 Rb. Midden-Nederland
Machtiging van de Nederlandse rechter-commissaris op verzoek van een Finse curator in een Finse insolventieprocedure. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2024:7658) - ECLI:NL:RBMNE:2024:7658 — 01-11-2024 Rb. Midden-Nederland
Benoeming rechter-commissaris op grond van artikel 13 lid 2 Insolventieverordening. In verband met voorgenomen ontslag werknemers door buitenlandse insolventiefunctionaris. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2024:7687) - ECLI:NL:RBOVE:2024:1268 — 13-03-2024 Rb. Overijssel
De rechtbank veroordeelt de gedaagde om aan de curator een bedrag te betalen. Eisende partij had, nadat hij failliet was verklaard, een bankrekening geopend bij een Duitse bank. Omdat hij door het faillissement niet meer bevoegd was om geld van die rekening op te nemen of over…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.