Artikel 7 Insolventieverordening (2015/848)
Toepasselijk recht
Tenzij deze verordening iets anders bepaalt, worden de insolventieprocedure en de gevolgen daarvan beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de insolventieprocedure wordt geopend („de lidstaat waar de procedure wordt geopend”).
Het recht van de lidstaat waar de procedure wordt geopend, bepaalt onder welke voorwaarden deze procedure wordt geopend, verloopt en wordt beëindigd. Het bepaalt met name:
welke schuldenaars op grond van hun hoedanigheid aan een insolventieprocedure kunnen worden onderworpen;
welk deel van de goederen van de schuldenaar tot de insolvente boedel behoort en of de na de opening van de insolventieprocedure verkregen goederen tot deze boedel behoren;
welke de respectieve bevoegdheden van de schuldenaar en de insolventiefunctionaris zijn;
onder welke voorwaarden een verrekening kan worden tegengeworpen;
de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is;
de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen, met uitzondering van lopende rechtsvorderingen;
welke vorderingen te verhalen zijn op de insolvente boedel van de schuldenaar en wat de gevolgen zijn ten aanzien van vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure;
de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen;
de regels betreffende de verdeling van de opbrengst van de te gelde gemaakte goederen, de rangindeling van de vorderingen, en de rechten van schuldeisers die krachtens een zakelijk recht of ingevolge verrekening gedeeltelijk zijn voldaan;
de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure, met name door een akkoord;
de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is;
voor wiens rekening de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure zijn;
de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen.
Geconsolideerde tekst van 06-11-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.
Recente uitspraken
Art. 7 IVO is sinds 2020 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Midden-Nederland, Rb. Overijssel en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:RBMNE:2025:1771 — 15-01-2025 Rb. Midden-Nederland
Betreft een vordering op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur ex art. 2:248 lid 2 en/of lid 1 BW dan wel op grond van art. 6:162 BW jo. art. 2:9 BW. De curator heeft gedaagde aansprakelijk gesteld voor het tekort in het faillissement. Voorts vernietigt de curator… - ECLI:NL:RBMNE:2024:2177 — 10-04-2024 Rb. Midden-Nederland
Faillissementspauliana. Toepasselijk recht. Geen (wetenschap van) benadeling. - ECLI:NL:RBOVE:2024:1268 — 13-03-2024 Rb. Overijssel
De rechtbank veroordeelt de gedaagde om aan de curator een bedrag te betalen. Eisende partij had, nadat hij failliet was verklaard, een bankrekening geopend bij een Duitse bank. Omdat hij door het faillissement niet meer bevoegd was om geld van die rekening op te nemen of over… - ECLI:NL:RBROT:2020:7549 — 19-08-2020 Rb. Rotterdam
Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement. De (indirecte) bestuurders, met uitzondering van één die niet nalatig is geweest, zijn hoofdelijk aansprakelijk vanwege het handelen bij de inbreng van een Turkse vennootschap en vanwege fraude.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.