Artikel 1 Insolventieverordening (2015/848)
Toepassingsgebied
Deze verordening is van toepassing op openbare collectieve procedures, met inbegrip van voorlopige procedures, die zijn gebaseerd op het recht inzake insolventie en waarin, ten behoeve van herstel, schuldaanpassing, reorganisatie of liquidatie:
een schuldenaar het beheer en de beschikking over zijn goederen geheel of gedeeltelijk verliest en een insolventiefunctionaris wordt aangewezen,
de goederen en de onderneming van een schuldenaar onder controle of toezicht van een rechter staan, of
een tijdelijke schorsing van een afzonderlijke executieprocedure door een rechter wordt verleend of van rechtswege gebeurt, ten behoeve van onderhandelingen tussen de schuldenaar en diens schuldeisers, voor zover de procedure waarin de schorsing wordt verleend in passende maatregelen ter bescherming van de gezamenlijke schuldeisers voorziet en, indien er geen overeenstemming wordt bereikt, voorafgaat aan de onder a) of b) bedoelde procedure.
Indien de in dit lid bedoelde procedures kunnen worden ingeleid in omstandigheden waarin er slechts een risico op insolventie bestaat, hebben deze procedures tot doel de insolventie van de schuldenaar of het staken van diens bedrijfsactiviteiten te voorkomen.
De in dit lid bedoelde procedures worden opgesomd in bijlage A.
Deze verordening is niet van toepassing op in lid 1 bedoelde procedures betreffende:
verzekeringsondernemingen;
kredietinstellingen;
beleggingsondernemingen en andere instellingen of ondernemingen voor zover daarop Richtlijn 2001/24/EG, van toepassing is, of
instellingen voor collectieve belegging.
Geconsolideerde tekst van 06-11-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.
Recente uitspraken
Art. 1 IVO is sinds 2016 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Oost-Brabant en Rb. Zeeland-West-Brabant.
- ECLI:NL:RBZWB:2026:8541 — 28-08-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
Verlening voorlopige surseance; internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van een surseance verzoek van een in Zwitserland gevestigde onderneming met een vestiging in Nederland op grond van 214 lid 2 Fw jo. artikel 2 lid 4 Fw (en niet op basis van… - ECLI:NL:RBOBR:2016:4867 — 24-08-2016 Rb. Oost-Brabant
Incident. Bevoegdheid. Verhouding Insolventieverordening en Herschikte EEX-verordening. Eiser in de hoofdzaak is curator, maar de vordering in de hoofdzaak houdt geen rechtstreeks verband met het faillissement.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.