Art. 8:414 Burgerlijk Wetboek Boek 8
Lid 1
Tegenbewijs tegen het cognossement wordt niet toegelaten, wanneer het is overgedragen aan een derde te goeder trouw.
Lid 2
Indien in het cognossement de clausule: "inhoud, hoedanigheid, aantal, gewicht of maat onbekend", of enige andere clausule van dergelijke strekking is opgenomen, binden zodanige in het cognossement voorkomende vermeldingen omtrent de zaken de vervoerder niet, tenzij bewezen wordt, dat hij de inhoud of de hoedanigheid der zaken heeft gekend of had behoren te kennen of dat de zaken hem toegeteld, toegewogen of toegemeten zijn.
Lid 3
Een cognossement, dat de uiterlijk zichtbare staat of gesteldheid van de zaak niet vermeldt, levert, behoudens tegenbewijs dat ook jegens een derde mogelijk is, een vermoeden op dat de vervoerder die zaak voor zover uiterlijk zichtbaar in goede staat of gesteldheid heeft ontvangen.
Lid 4
De in het cognossement opgenomen opgave, bedoeld in artikel 388 eerste lid, schept behoudens tegenbewijs een vermoeden, doch bindt niet de vervoerder die haar kan betwisten.
Recente uitspraken
Art. 8:414 BW is sinds 2003 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:HR:2003:AF2842 — 04-04-2003 Hoge Raad
- - ECLI:NL:RBROT:2016:1792 — 16-03-2016 Rb. Rotterdam
Zeevervoer onder cognossement. Cognossementen in omloop die ondertekend zijn door beweerdelijk onbevoegde agenten. Onbekendheidsclausule.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.