Art. 8:388 Burgerlijk Wetboek Boek 8
Lid 1
Tenzij de aard en de waarde van zaken zijn opgegeven door de afzender vóór hun inlading en deze opgave in het cognossement, indien dit is afgegeven, is opgenomen, is noch de vervoerder noch het schip in enig geval aansprakelijk voor enig verlies van of enige schade aan de zaken of met betrekking tot deze voor een bedrag hoger dan de tegenwaarde van 666,67 rekeneenheden per collo of eenheid, dan wel twee rekeneenheden per kilogram brutogewicht der verloren gegane of beschadigde zaken, waarbij het hoogste dezer bedragen in aanmerking moet worden genomen.
Lid 2
Het totale verschuldigde bedrag wordt berekend met inachtneming van de waarde welke zaken als de ten vervoer ontvangene zouden hebben gehad zoals, ten tijde waarop en ter plaatse waar, zij zijn afgeleverd of zij hadden moeten zijn afgeleverd. De in dit lid genoemde waarde wordt berekend naar de koers op de goederenbeurs of, wanneer er geen dergelijke koers is, naar de gangbare marktwaarde of, wanneer ook deze ontbreekt, naar de normale waarde van zaken van dezelfde aard en hoedanigheid.
Lid 3
Wanneer een laadkist, een laadbord of dergelijk vervoergerei is gebezigd om zaken bijeen te brengen, wordt iedere collo of eenheid, die volgens vermelding in het cognossement in dat vervoergerei is verpakt, beschouwd als een collo of eenheid als in het eerste lid bedoeld. Behalve in het geval hiervoor omschreven wordt dit vervoergerei als een collo of eenheid beschouwd.
Lid 4
De rekeneenheid genoemd in dit artikel is het bijzondere trekkingsrecht zoals dat is omschreven door het Internationale Monetaire Fonds. De bedragen genoemd in het eerste lid worden omgerekend in Nederlands geld naar de koers van de dag, waarop de betaling wordt verricht. De waarde van het Nederlandse geld, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, wordt berekend volgens de waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds op de dag van omrekening wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties.
Lid 5
Noch de vervoerder noch het schip kan zijn aansprakelijkheid met een beroep op dit artikel of het vierde lid van artikel 414 beperken, wanneer bewezen is, dat de schade is ontstaan uit een handeling of nalaten van de vervoerder, geschied hetzij met het opzet schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.
Lid 6
Bij overeenkomst tussen de vervoerder, de kapitein of de agent van de vervoerder enerzijds en de afzender anderzijds, mogen andere maximumbedragen dan die, genoemd in het eerste lid, worden bepaald, mits deze bedragen in geval van een vervoerovereenkomst onder cognossement niet lager zijn dan de in het eerste lid genoemde.
Lid 7
Noch de vervoerder noch het schip is in enig geval aansprakelijk voor verlies of schade van of aan zaken of met betrekking tot deze, indien aard of waarde daarvan door de afzender opzettelijk verkeerdelijk is opgegeven en, indien een cognossement is afgegeven, daarin verkeerdelijk is opgenomen.
Recente uitspraken
Art. 8:388 BW is sinds 2003 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2003:AF2842 — 04-04-2003 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHDHA:2025:579 — 25-03-2025 Hof Den Haag
Vervoer onder cognossement. Afgifte lading zonder cognossementspresentatie. Misdelivery. Verhaal vervoerder op delivery agent. Hoger beroep van: ECLI:NL:RBROT:2019:10872; ECLI:NL:RBROT:2020:1692, S&S 2020/68; ECLI:NL:RBROT:2021:9178 - ECLI:NL:GHARL:2016:7161 — 06-09-2016 Hof Arnhem-Leeuwarden
Vervoer onder cognossement met het ms. B van een zending magnesiumoxide van Delfzijl naar Baltimore. Bij aankomst wordt natschade geconstateerd. Dispuut over o.a. de omvang van de schade, de vertegenwoordiging, volmacht, termijnverlenging, toepasselijk recht. - ECLI:NL:RBROT:2022:8092 — 14-09-2022 Rb. Rotterdam
Hoofdzaak en vrijwaringszaak. Internationaal zeevervoer van goederen onder cognossement. Het gaat er in deze zaak om of Hestaco als recht- en regelmatig houder van cognossement 13454 kan worden beschouwd. Daarvoor is op zichzelf niet van belang tegen presentatie van welk… - ECLI:NL:RBROT:2020:1692 — 19-02-2020 Rb. Rotterdam
Beoordeling ten aanzien van vordering vervoerder jegens haar agent: Agent van vervoerder heeft in strijd met “agency agreement” zending A afgegeven aan geadresseerde zonder presentatie van het originele cognossement en zonder telex release. Vervoerder is in China veroordeeld tot…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.