Art. 8:386 Burgerlijk Wetboek Boek 8

Niettegenstaande het eerste lid van artikel 382 staat het de vervoerder en de afzender vrij in een vervoerovereenkomst enig beding, enige voorwaarde, enig voorbehoud of enige ontheffing op te nemen met betrekking tot de verplichtingen en aansprakelijkheden van de vervoerder of het schip voor het verlies of de schaden opgekomen aan de zaken of betreffende hun bewaring, verzorging of behandeling vóór het laden in en na het lossen uit het over zee vervoerende schip.

Recente uitspraken

Art. 8:386 BW is sinds 2002 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2002:AE3371 — 27-09-2002 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:RBROT:2012:BY0557 — 03-10-2012 Rb. Rotterdam
    Zeevervoer onder cognossement van Antwerpen naar Canada. Na aankomst te Canada wordt condensatieschade aan de lading vastgesteld. De ladingbelanghebbende spreken de zeevervoerder aan tot vergoeding van de geleden schade. De rechtbank stelt vast dat als rechtens relevante oorzaak…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.