Uitspraken over Art. 7:367 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Art. 7:367 BW is sinds 2010 in 21 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Centrale Grondkamer, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof Arnhem.
Pagina 1 van 1 — 21 uitspraken in totaal, gesorteerd op gezagsvolgorde (Hoge Raad → Hof → Rechtbank)
- ECLI:NL:GHARL:2022:8108 — 20-09-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden Civiel recht
7:367 BW. Zelfbewoningsplicht. Verpachter wil de pachtovereenkomst met zijn zoon als pachter ontbinden omdat hij vindt dat zijn zoon op een aantal punten als pachter tekortschiet. De pachtkamer van de rechtbank heeft de pachtovereenkomst ontbonden omdat de pachter niet woont in… - ECLI:NL:GHARL:2020:8518 — 20-10-2020 Hof Arnhem-Leeuwarden Civiel recht
7:370 en 376 BW. Opzegging. Verzet tijdig? Tekortkomingen pachter. Tussentijdse vervreemding fosfaatrechten levert geen tekortkoming op. - ECLI:NL:GHARL:2017:2935 — 04-04-2017 Hof Arnhem-Leeuwarden Civiel recht
Vastlegging pachtovereenkomst, procespartijen. Mondelinge medepacht. 7:317, 7:367 BW. In conventie vorderen vermeend pachters (vader en zoon) vastlegging en in reconventie vorderen de verpachters (erfgenamen) ontbinding. Ten aanzien van een vordering tot vastlegging dienen alle… - ECLI:NL:GHARL:2016:7563 — 20-09-2016 Hof Arnhem-Leeuwarden Civiel recht
Art. 7:348 lid 1 BW; Art. 6:248 lid 1 BW. Pachter is tekort geschoten door het melkquotum dat met het verpachte samenhing tussentijds in te brengen in een melkmaatschap waardoor hij niet meer, althans niet bij uitsluiting, over het melkquotum kon beschikken. Ook mocht pachter… - ECLI:NL:GHARN:2011:BQ3104 — 12-04-2011 Hof Arnhem Civiel recht
Art. 3:33, 3:35, 7:312, 7:367, 7:369, 7:370 en 7:376 BW; art. 1019r Rv. Uitleg van exploot. Behelst het een opzegging als bedoeld in art. 7:367 BW? Mede tegen de achtergrond van de wetsgeschiedenis van artikel 7:312 Burgerlijk Wetboek veronderstelt een bedrijfsmatige exploitatie… - ECLI:NL:GHARN:2010:BQ1395 — 28-12-2010 Hof Arnhem Civiel recht
Vervolg van LJN BK4249. Artt. 7:363 BW en 236 lid 1 Rv. Vorderingen tot medepacht. Overgangsrecht. Gezag van gewijsde van uitspraak pachtkamer eerste aanleg, ook indien de overwegingen strijdig zijn met nadien gewezen rechtspraak van het pachthof. In eerste aanleg heeft de… - ECLI:NL:RBZWB:2024:3011 — 23-02-2024 Rb. Zeeland-West-Brabant Civiel recht
Twee gevoegde zaken. In 'eerste' zaak vordering tot schriftelijke vastlegging van reguliere pachtovereenkomst toegewezen evenals verklaring voor recht dat verpachter toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichting het perceel vanaf 27 januari 2022, na… - ECLI:NL:RBNHO:2023:8533 — 30-08-2023 Rb. Noord-Holland Civiel recht
Verdeling eenvoudige gemeenschappen (percelen bloembollengrond) tussen twee broers. Voor de waardering van de percelen is van belang dat deze zijn verpacht aan een vennootschap waarvan een van de broers de enige bestuurder is. Tussenvonnis : partijen mogen zich uitlaten over de… - ECLI:NL:RBOBR:2023:2742 — 07-06-2023 Rb. Oost-Brabant Civiel recht
kort geding; pachtzaak; wel of geen beëindiging vd pachtovk met wederzijds goedvinden?; artt. 7:322, 367, 318, 323 BW - ECLI:NL:RBDHA:2023:1430 — 07-02-2023 Rb. Den Haag Civiel recht
Einde aan pachtovereenkomst omdat sprake is van duurzaam eigen gebruik ex artikel 7:370 lid 1 BW - ECLI:NL:RBNNE:2022:3203 — 09-08-2022 Rb. Noord-Nederland Civiel recht
Pachter koopt een deel van het perceel los land dat hij op basis van een pachtovereenkomst in gebruik heeft. Vervolgens rest een pachtovereenkomst met betrekking tot een geringe oppervlakte (niet groter dan 1 ha). Op die pachtovereenkomst - zo volgt uit artikel 7:395 lid 1 BW -… - ECLI:NL:RBGEL:2022:2498 — 18-05-2022 Rb. Gelderland Civiel recht
Pachtrecht. Ontbinding pachtovereenkomst moeder en zoon. Geen bedrijfsmatige landbouw. Veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat door verwaarlozing gepachte. - ECLI:NL:RBNNE:2021:4190 — 28-09-2021 Rb. Noord-Nederland Civiel recht
pachtovereenkomst, bedrijfsmatigheid, van kleur verschieten overeenkomst bij verlenging van rechtswege, verkoop van grasgewas, verzet tegen opzegging door maatschap bij pachtovereenkomst met vennoot - ECLI:NL:RBLIM:2020:3026 — 25-03-2020 Rb. Limburg Civiel recht
Schadeloosstelling voor (onder meer) een deel van een landgoed. Waardering in verpachte staat. Geen afzonderlijke vergoeding voor boomopstand. Geen vergoeding voor fosfaatrechten. Per saldo is er geen waardevermindering van het overblijvende omdat de pacht is beëindigd om niet… - ECLI:NL:RBDHA:2015:16429 — 04-09-2015 Rb. Den Haag Civiel recht
pachtzaak - ECLI:NL:CG:2020:5 — 02-03-2020 Centrale Grondkamer Civiel recht
Artikel 7:319 BW, artikel 7:397 lid 1 BW, artikel 7:399 BW, artikel 7:361 lid 1 BW, artikel 7:377 BW, artikel 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:397 lid 1 BW. Beding tot tussentijdse beëindiging via opzegging in geval van overlijden… - ECLI:NL:CG:2020:12 — 02-03-2020 Centrale Grondkamer Civiel recht
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319, 7:397 lid 1, 7:399, 7:361 lid 1, 7:377 en 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst. Beding tot tussentijdse beëindiging via opzegging in geval de bestemming van het gepachte wijzigt en die bestemming in… - ECLI:NL:CG:2018:1 — 14-06-2018 Centrale Grondkamer Civiel recht
Centrale Grondkamer , Pachtrecht Schrapping beëindigingsbeding in reguliere pachtovereenkomst De grondkamer heeft de reguliere pachtovereenkomst tussen partijen goedgekeurd onder schrapping van een bijzondere voorwaarde. Verpachter keert zich in beroep tegen de schrapping.… - ECLI:NL:CG:2017:4 — 22-11-2017 Centrale Grondkamer Civiel recht
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:397, lid 1 jo. 7:319, lid 1 sub f BW De Centrale Grondkamer komt terug op eerdere uitspraken over tussentijds beëindigingsbeding. Bedingen tot tussentijdse beëindiging zijn slechts toelaatbaar indien de beëindigingsgrond voor partijen… - ECLI:NL:CG:2017:3 — 22-11-2017 Centrale Grondkamer Civiel recht
Artikel 7:397, lid 1 jo. 7:319, lid 1 sub f BW De Centrale Grondkamer komt terug op eerdere uitspraken over tussentijds beëindigingsbeding. Bedingen tot tussentijdse beëindiging zijn slechts toelaatbaar indien de beëindigingsgrond voor partijen objectief bepaalbaar is. - ECLI:NL:CG:2017:1 — 22-11-2017 Centrale Grondkamer Civiel recht
Artikel 7:397, lid 1 jo. 7:319, lid 1 sub f BW De Centrale Grondkamer komt terug op eerdere uitspraken over tussentijds beëindigingsbeding. Bedingen tot tussentijdse beëindiging zijn slechts toelaatbaar indien de beëindigingsgrond voor partijen objectief bepaalbaar is.
Bron: Rechtspraak.nl. Koppelingen worden gemaakt op basis van artikelverwijzingen in de uitspraaktekst.