Art. 3:265 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Indien de hypotheekakte een uitdrukkelijk beding bevat, volgens hetwelk de hypotheekgever de inrichting of gedaante van het bezwaarde goed niet of niet zonder toestemming van de hypotheekhouder mag veranderen, kan op dit beding geen beroep worden gedaan, wanneer tot de verandering machtiging is verleend aan de huurder door de kantonrechter op grond van de bepalingen betreffende huur of aan de pachter of verpachter door de grondkamer op grond van de bepalingen betreffende pacht.

Recente uitspraken

Art. 3:265 BW is sinds 2017 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:4416 — 07-07-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Sociale huurwoning. Huurder voldoet gedurende (minstens) 15 maanden niet aan de verplichting om hoofdverblijf te hebben in het gehuurde. Ontbinding (en ontruiming) wegens deze tekortkoming, beroep op tenzij-bepaling van 3:265 BW slaagt niet.
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:1516 — 28-03-2017 Hof 's-Hertogenbosch
    onrechtmatige daad, causaliteit, kansberekening.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.