Artikel 67d Algemene wet inzake rijksbelastingen

Lid 1

Indien het aan opzet van de belastingplichtige is te wijten dat met betrekking tot een belasting welke bij wege van aanslag wordt geheven, de aangifte niet, dan wel onjuist of onvolledig is gedaan, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur hem, gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag, een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100 percent van de in het tweede lid omschreven grondslag voor de boete.

Lid 2

De grondslag voor de boete wordt gevormd door:

  1. het bedrag van de aanslag, dan wel

  2. indien verliezen in aanmerking zijn of worden genomen, het bedrag waarop de aanslag zou zijn berekend zonder rekening te houden met die verliezen;

    een en ander voor zover dat bedrag als gevolg van de opzet van de belastingplichtige niet zou zijn geheven.

Lid 3

Indien verliezen in aanmerking zijn of worden genomen en als gevolg daarvan geen aanslag kan worden vastgesteld, kan de inspecteur de boete, bedoeld in het eerste lid, niettemin opleggen. De bevoegdheid tot het opleggen van de boete vervalt door verloop van de termijn die geldt voor het vaststellen van de aanslag, die zou kunnen zijn vastgesteld indien geen verliezen in aanmerking zouden zijn genomen.

Lid 4

Voor de toepassing van het tweede en derde lid wordt met verliezen gelijkgesteld de persoonsgebonden aftrek, bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Lid 5

Voor zover de aanslag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op belastbaar inkomen als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, bedraagt de boete, in zoverre in afwijking van het eerste lid, ten hoogste 300 percent van de daarover verschuldigde belasting zoals deze bij de aanslag is vastgesteld.

Recente uitspraken

Art. 67d AWR is sinds 2003 in 293 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Zeeland-West-Brabant en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2026:425 — 24-03-2026 Hoge Raad
    Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting, art. 69.1 AWR. Bewijsklacht niet doen van aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016. Heeft verdachte in bewezenverklaarde periode de aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016 niet gedaan?…
  • ECLI:NL:HR:2026:424 — 24-03-2026 Hoge Raad
    Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting ten name van rechtspersonen, art. 69.1 AWR. 1. Bewijsklacht. Kan verdachte als pleger worden aangemerkt, nu hij niet hoedanigheid van ‘aangifteplichtige’ heeft? 2. Volgens daarvan opgemaakte akten is beroep o.m. niet…
  • ECLI:NL:HR:2025:1500 — 10-10-2025 Hoge Raad
    Artikel 9 AWR; artikel 25, lid 3, AWR; artikel 27e, lid 1, AWR; artikel 67d AWR; artikel 67e AWR; is vergrijpboete ook mogelijk als de belanghebbende niet correct is uitgenodigd tot het doen van aangifte?; is bovendien een aanmaning vereist?; betekenis uitnodiging en aanmaning…
  • ECLI:NL:HR:2025:1173 — 18-07-2025 Hoge Raad
    Artikel 67d AWR; bewijsvermoedens; bewijsmaatstaf; vergrijpboeten, HR 8 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:526).
  • ECLI:NL:HR:2025:1167 — 18-07-2025 Hoge Raad
    Artikel 67d en 67e AWR; artikel 67n AWR; bewijsvermoedens; bewijsmaatstaf; vergrijpboeten; vrijwillige verbetering.

Bekijk alle 293 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.