Artikel 11 Algemene wet inzake rijksbelastingen
Lid 1
De aanslag wordt vastgesteld door de inspecteur.
Lid 2
De inspecteur kan bij het vaststellen van de aanslag van de aangifte afwijken, zomede de aanslag ambtshalve vaststellen.
Lid 3
De bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt deze termijn met de duur van dit uitstel verlengd. Indien binnen zes maanden voor het einde van de termijn, bedoeld in de eerste zin, een verzoek als bedoeld in artikel 6, tweede of derde lid, wordt gedaan of gegevens als bedoeld in artikel 9, vierde lid, worden verstrekt, wordt die termijn met zes maanden verlengd.
Lid 4
Voor de toepassing van het derde lid wordt belastingschuld, waarvan de grootte eerst kan worden vastgesteld na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, geacht te zijn ontstaan op het tijdstip waarop dat tijdvak eindigt.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 11 AWR is sinds 1995 in 262 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2024:1534 — 25-10-2024 Hoge Raad
Art. 11 AWR en afvalstoffenheffing. Heffing naar verschillende grondslagen, toelaatbare tweede aanslag? HR BNB 1973/69 nog van betekenis? Art. 217 Gemeentewet. Belastingverordening onverbindend omdat zij niet alle essentialia vermeldt? - ECLI:NL:HR:2023:873 — 09-06-2023 Hoge Raad
Artikelen 6 en 16, lid 1, AWR; Uitnodigen tot het doen van aangifte na de aanslagtermijn; Beoordelingstijdstip kwade trouw bij navordering. - ECLI:NL:HR:2022:45 — 04-02-2022 Hoge Raad
Procesrecht; art. 3:41 Awb; art. 11, lid 3, AWR; art. 8 Invorderingswet 1990; bekendmaking aanslag; niet tijdige ontvangst van aangetekend aan juiste adres verzonden aanslagbiljet niet te wijten aan belastingdienst ondanks eerder retourontvangen postzending - ECLI:NL:HR:2022:129 — 04-02-2022 Hoge Raad
“Procesrecht; art. 3:41 Awb; art. 11, lid 3, AWR; art. 8 Invorderingswet 1990; bekendmaking aanslag; niet tijdige ontvangst van aangetekend aan juiste adres verzonden aanslagbiljet niet te wijten aan belastingdienst ondanks eerder retourontvangen postzending” - ECLI:NL:HR:2020:1242 — 10-07-2020 Hoge Raad
Inkomenstenbelasting, Rijnvarendenovereenkomst, Basisverordening, Toepassingsverordening, artikelen 57 en 58 Wfsv, artikel 11, lid 1, AWR, heffing premie volksverzekeringen.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.