Artikel 34 Arbeidsomstandighedenwet
Lid 1
Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar legt de bestuurlijke boete op aan de overtreder op wie de verplichtingen rusten die voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als overtreding.
Lid 2
De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is niet reeds aangewezen als toezichthouder.
Lid 3
De bestuurlijke boete die voor een overtreding kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Lid 4
De bestuurlijke boete die voor een overtreding van artikel 6, eerste lid, of voor het niet naleven van een voorschrift of verbod bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 6, eerste lid, voor zover aangemerkt als overtreding, kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Lid 5
Onverminderd het derde en vierde lid verhoogt de op grond van het eerste lid aangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 100 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het tiende lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting of verbod of het niet naleven van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen en verboden, is geconstateerd en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden.
Lid 6
De verhoging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het vijfde lid, bedraagt 200 procent indien zowel de overtreding als de eerdere overtreding, bedoeld in dat lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen als ernstige overtredingen.
Lid 7
Onverminderd het derde en vierde lid verhoogt de op grond van het eerste lid aangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 200 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het tiende lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding twee maal een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting of verbod of het niet naleven van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen en verboden, is geconstateerd en de bestuurlijke boeten wegens de eerdere overtredingen onherroepelijk zijn geworden.
Lid 8
Voor de toepassing van het vijfde en zevende lid wordt met een onherroepelijke bestuurlijke boete gelijkgesteld een onherroepelijke strafrechtelijke sanctie wegens een overtreding als bedoeld in artikel 6, derde lid.
Lid 9
In afwijking van het vijfde en zevende lid is het tijdvak van vijf jaar in die leden tien jaar indien de onherroepelijke boetes, bedoeld in die leden, zijn opgelegd wegens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen ernstige overtredingen.
Lid 10
Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de overtredingen worden vastgesteld. Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing indien een artikel gesteld bij of krachtens deze wet op grond waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, niet is nageleefd.
Lid 11
In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep de hoogte van de boete ook ten nadele van de belanghebbende wijzigen.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 34 Arbowet is sinds 2011 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland, Rb. 's-Gravenhage en Rb. Zeeland-West-Brabant.
- ECLI:NL:RBNHO:2024:6405 — 06-06-2024 Rb. Noord-Holland
Boetes opgelegd ogv Arbobesluit. Overtredingen worden niet betwist. Ten laste gelegde overtredingen betreffen andere juridische feiten en gedragingen waardoor geen sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel dan wel het una via-beginsel. Eiseres gaat uit van een… - ECLI:NL:RBNHO:2022:7760 — 25-08-2022 Rb. Noord-Holland
Beroep ingediend door eiser (indirect bestuurder van eiseres) en eiseres (de besloten vennootschap) tegen een besluit van de minister van Sociale zaken en werkgelegenheid waarbij een boete is opgelegd aan eiseres omdat eiseres het gebod in artikel 3.17 van het… - ECLI:NL:RBZWB:2020:275 — 22-01-2020 Rb. Zeeland-West-Brabant
WET - ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6069 — 04-05-2011 Rb. 's-Gravenhage
Deelgeschil. Afwijzing van het verzoek op grond van artikel 1019z Rv. De bijdrage van de verzochte beslissing aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst weegt niet op tegen de kosten en het tijdsverloop van deze procedure. Kostenbegroting op grond van artikel 1019aa…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.