Artikel 14 Algemene nabestaandenwet

6 uitspraken verwijzen naar dit artikel ›

Lid 1

Recht op nabestaandenuitkering heeft de nabestaande die:

  1. een ongehuwd kind heeft, dat jonger is dan 18 jaar en niet tot het huishouden van een ander behoort; of

  2. arbeidsongeschikt is

    1. op en sedert de dag van overlijden van de verzekerde, of

    2. op en sedert de laatste dag van de maand waarin hij niet meer voldoet aan de voorwaarde bedoeld in onderdeel a, en wiens arbeidsongeschiktheid na de onderscheidenlijk onder 1° en 2° bedoelde dag ten minste drie maanden voortduurt, dan wel ten aanzien van wie aannemelijk is dat de arbeidsongeschiktheid ten minste drie maanden na de vorenbedoelde dag zal voortduren.

Lid 2

Het recht op nabestaandenuitkering gaat in op de eerste dag van de maand van overlijden van de verzekerde.

Lid 3

Voor de nabestaande die op de dag van overlijden van de verzekerde niet voldoet aan de voorwaarde, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, omdat het kind op het moment van overlijden tot het huishouden van een ander behoort, gaat het recht op nabestaandenuitkering in op de eerste dag van de maand waarin hij als gevolg van het overlijden wel aan die voorwaarde voldoet.

Lid 4

Voor de nabestaande die geen recht heeft op een nabestaandenuitkering op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel d, gaat het recht op een nabestaandenuitkering in op de eerste dag van de maand dat hij, uiterlijk binnen zes maanden na het overlijden van de verzekerde, deze gezamenlijke huishouding niet meer voert.

Lid 5

De Sociale verzekeringsbank kan, in afwijking van het vierde lid, een langere termijn vaststellen indien de toepassing wat de termijn van zes maanden betreft, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Recente uitspraken

Art. 14 Anw is sinds 2000 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB, Rb. Amsterdam en Rb. Den Haag.

  • ECLI:NL:CRVB:2001:AD4636 — 19-09-2001 CRvB
    -
  • ECLI:NL:CRVB:2000:AA8249 — 04-10-2000 CRvB
    Onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden in art. 66a Anw vindt rechtvaardiging in doel van de invoering van deze bepaling. Het onderscheid dat art. 66a Anw maakt tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden valt rechtstreeks te herleiden tot het doel van de invoering van die…
  • ECLI:NL:RBZWB:2025:704 — 11-02-2025 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Afwijzing aanvraag Anw-uitkering. Einduitspraak na tussenuitspraak. Motiveringsgebrek hersteld door aanvullende rapportage van de verzekeringsarts b&b.
  • ECLI:NL:RBDHA:2024:12388 — 14-08-2024 Rb. Den Haag
    Artikel 11 Anw; het bestreden besluit van de Svb berust op een advies van het Uwv met een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. Dit betekent dat de Svb terecht heeft geconcludeerd dat eiser minder dan 45% arbeidsongeschikt was; Anw-uitkering is daarom terecht…
  • ECLI:NL:RBAMS:2022:424 — 07-02-2022 Rb. Amsterdam
    ANW. Artikel 8:57 Awb. Beroep ongegrond.

Bekijk alle 6 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.