Artikel 7 Wet zorg en dwang
Lid 1
De zorgverantwoordelijke stelt na overleg met de cliënt of zijn vertegenwoordiger zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen zes weken na aanvang van de zorg, een zorgplan vast. De afspraken met de cliënt of de vertegenwoordiger worden in het zorgplan vastgelegd.
Lid 2
Indien in verband met de zorgbehoefte van de cliënt de deskundigheid van anderen van belang is, betrekt de zorgverantwoordelijke deze deskundigheid bij het opstellen van het zorgplan.
Lid 3
De zorgverantwoordelijke spant zich in om de instemming van de cliënt of zijn vertegenwoordiger met het zorgplan te verkrijgen, waarbij hij zoveel als mogelijk rekening houdt met de wensen en voorkeuren van de cliënt. Van schriftelijke wilsuitingen van de cliënt of zijn vertegenwoordiger inzake zijn wensen en voorkeuren wordt een afschrift bij het zorgplan gevoegd. Indien het niet mogelijk is om hiermee rekening te houden, deelt de zorgverantwoordelijke dit schriftelijk en gemotiveerd mee aan betrokkene of zijn vertegenwoordiger.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 7 Wzd is sinds 2020 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2023:1055 — 07-07-2023 Hoge Raad
Wzd. Machtiging o.g.v. art. 24 Wzd (psychogeriatrische aandoening). Staat wilsbekwaam verzet in de weg aan verlening machtiging? Art. 5 lid 1, onder e, EVRM en art. 8 EVRM. Vgl. HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:123 m.b.t. art. 2:1 lid 6 Wvggz. - ECLI:NL:RBAMS:2020:4589 — 07-08-2020 Rb. Amsterdam
Verweer o.g.v. artikel 26, lid 7 Wzd verworpen. Uit het enkele feit dat de specialist ouderengeneeskunde in dienst is van de zorgaanbieder kan niet worden afgeleid dat zij niet onafhankelijk heeft gefunctioneerd bij het onderzoek en opstellen van de MV.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.