Artikel 9:6 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

2 uitspraken verwijzen naar dit artikel ›

Lid 1

Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 9:5, onderdelen b en c, kan niettemin behandeling plaatsvinden:

  1. voor zover aannemelijk is dat zonder die behandeling het ernstig nadeel dat de psychische stoornis van betrokkene doet veroorzaken niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen, of

  2. voor zover dit volstrekt noodzakelijk is om het ernstig nadeel dat de psychische stoornis van betrokkene binnen een accommodatie doet veroorzaken, af te wenden.

Lid 2

Behandeling overeenkomstig het eerste lid vindt plaats krachtens een schriftelijke en gemotiveerde beslissing van de zorgverantwoordelijke.

Lid 3

Artikel 8:9 is van overeenkomstige toepassing op de behandeling.

Lid 4

Bij een behandeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt in de beslissing, bedoeld in het tweede lid, vermeld voor welke termijn zij geldt. De termijn is zo kort mogelijk maar niet langer dan drie maanden, gerekend vanaf de dag waarop de beslissing tot stand komt.

Lid 5

Indien binnen zes maanden na afloop van de termijn, bedoeld in het vierde lid, voortzetting van de behandeling of opnieuw een behandeling overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, nodig is, geschiedt dit slechts krachtens een schriftelijke beslissing van de geneesheer-directeur. De geneesheer-directeur geeft in zijn beslissing aan waarom van een behandeling alsnog het beoogde effect wordt verwacht. Op zodanige beslissingen is het vierde lid, tweede volzin, van toepassing.

Lid 6

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen middelen of maatregelen worden aangewezen die niet mogen worden toegepast bij een behandeling als bedoeld in het eerste lid. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts ten aanzien van daarbij aangegeven middelen of maatregelen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop tot toepassing daarvan moet worden besloten.

Lid 7

De geneesheer-directeur stelt de vertegenwoordiger en de advocaat zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een behandeling als bedoeld in het eerste lid en van de voortzetting van de behandeling, bedoeld in het vijfde lid, en stelt hen schriftelijk in kennis van de klachtwaardigheid van de beslissing en de mogelijkheid van advies en bijstand door de patiëntenvertrouwenspersoon en familievertrouwenspersoon.

Recente uitspraken

Art. 9:6 Wvggz is sinds 2020 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Midden-Nederland en Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:7195 — 27-09-2023 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Wvggz: klacht ex art. 10:7 Wvggz m.b.t. toedienen depotmedicatie ongegerond verklaard. Vereisten van subsidiariteit, proportionaliteit en doelmatigheid zijn door de zorgverantwoordelijke in acht genomen. Overeenstemming met betrokkene over depotmedicatie was niet mogelijk. Dit…
  • ECLI:NL:RBMNE:2020:5411 — 11-12-2020 Rb. Midden-Nederland
    Beslissing klacht ex artikel 10:7 lid 1 Wvggz. Betrokkene verblijft sinds 2009 op grond van een TBS-maatregel in de daardoor aangewezen instellingen. Klacht ongegrond.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.