Afdeling 1. Fusietoets
Artikel 64
Lid 1
In deze afdeling wordt verstaan onder:
fusie: institutionele fusie of bestuursoverdracht,
institutionele fusie: fusie waarbij een school ontstaat door samenvoeging van twee of meer scholen,
bestuursoverdracht: overdracht van een school door het bevoegd gezag dat deze in stand houdt aan een ander bevoegd gezag in de zin van deze wet of een andere onderwijswet.
Lid 2
Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op het instellen van een openbare rechtspersoon als bedoeld in artikel 47, eerste lid, eerste volzin, de instandhouding van een of meer openbare scholen door een stichting als bedoeld in artikel 48, eerste lid, of de overdracht aan de gemeente van de instandhouding van een openbare school of openbare nevenvestiging, bedoeld in artikel 148, tweede lid.
Artikel 64a
Lid 1
Fusies worden niet tot stand gebracht dan nadat daarvoor goedkeuring is verleend door Onze Minister.
Lid 2
De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, is niet vereist voor:
een institutionele fusie waarbij het totaal aantal leerlingen van de betrokken scholen minder dan 500 bedraagt;
een bestuursoverdracht waarbij het aantal betrokken scholen minder dan tien bedraagt; of
de fusie die noodzakelijk is voor de totstandkoming van de samenwerkingsschool, bedoeld in artikel 17d, eerste lid.
Lid 3
De rechtspersoon dan wel de betrokken rechtspersonen stellen een fusie-effectrapportage op voor iedere fusie.
Artikel 64b
Lid 1
De rechtspersoon dient dan wel de rechtspersonen gezamenlijk dienen een aanvraag in bij Onze Minister voor het verkrijgen van de goedkeuring, bedoeld in artikel 64a, eerste lid. De aanvraag gaat vergezeld van:
een door de rechtspersoon dan wel rechtspersonen opgestelde fusie-effectrapportage, en
een schriftelijke verklaring van instemming met de fusie door de medezeggenschapsraden dan wel de gemeenschappelijke medezeggenschapsraden, dan wel
de bindende uitspraak van de geschillencommissie op grond van artikel 32, eerste dan wel vierde lid, tweede volzin, van de Wet medezeggenschap op scholen, dan wel de bindende uitspraak van de ondernemingskamer op grond van artikel 36 van de Wet medezeggenschap op scholen.
Lid 2
De fusie-effectrapportage bevat ten minste een weergave van:
de motieven voor de fusie,
de alternatieven voor de fusie,
het tijdsbestek waarbinnen de fusie zal worden gerealiseerd,
de te bereiken doelen,
de effecten van de fusie op de keuzevrijheid, in het bijzonder de effecten van de fusie op de spreiding en omvang van de rechtspersonen en scholen in het voedingsgebied en de onderwijskundige en bestuurlijke diversiteit van het onderwijsaanbod in het voedingsgebied,
de kosten en baten van de fusie,
de gevolgen van de fusie voor het personeel en leerlingen, waaronder begrepen de gevolgen voor de voorzieningen,
de wijze waarop over de fusie wordt gecommuniceerd,
de wijze waarop de fusie wordt geëvalueerd, en
een advies van het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten over de wenselijkheid van de voorgestelde fusie.
Lid 3
Bij ministeriële regeling wordt een modelformulier voor de fusie-effectrapportage vastgesteld.
Artikel 64c
Lid 1
Onze Minister kan goedkeuring onthouden indien als gevolg van de fusie de daadwerkelijke variatie van het onderwijsaanbod binnen het voedingsgebied van de te fuseren scholen of rechtspersonen, op significante wijze wordt belemmerd.
Lid 2
Onze Minister laat zich ten aanzien van de goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, adviseren door een onafhankelijke adviescommissie, tenzij de noodzaak daartoe ontbreekt. Bij ministeriële regeling wordt bepaald wanneer er geen sprake is van de noodzaak bedoeld in de eerste volzin.
Lid 3
Onze Minister stelt beleidsregels vast omtrent de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 64d
Lid 1
Onze Minister besluit binnen 13 weken op een aanvraag als bedoeld in artikel 64b.
Lid 2
De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan ten hoogste met 13 weken worden verlengd. Van deze verlenging wordt, binnen de 13 weken bedoeld in het eerste lid, mededeling gedaan aan de aanvrager.
Lid 3
Op het besluit bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.