Artikel 193h Wet op het primair onderwijs
Lid 1
Het bevoegd gezag meldt de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening onverwijld aan Onze Minister.
Lid 2
Na een melding als bedoeld in het eerste lid, zendt het bevoegd gezag binnen acht weken een inrichtingsplan aan Onze Minister.
Lid 3
Het inrichtingsplan, bedoeld in het tweede lid, bevat in ieder geval een beschrijving van:
de wijze waarop de tijdelijke nieuwkomersvoorziening zal worden ingericht;
de wijze waarop de tijdelijke nieuwkomersvoorziening toewerkt naar de zo spoedig mogelijke doorstroom van de leerlingen;
de wijze waarop ten aanzien van de tijdelijke nieuwkomersvoorziening zal worden voldaan aan de zorgplicht, bedoeld in artikel 4c;
het personeelsbeleid, bedoeld in artikel 12, derde lid, voor zover dat betrekking heeft op de tijdelijke nieuwkomersvoorziening;
de invulling van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 193i.
Lid 4
Bij de inrichting van het onderwijs wijkt het bevoegd gezag niet af van het inrichtingsplan.
Lid 5
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van het inrichtingsplan.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de melding, bedoeld in het eerste lid, en over het inrichtingsplan, bedoeld in het derde lid.