Artikelen 133-137

Artikel 133

Lid 1

In het jaar volgend op de definitieve vaststelling, bedoeld in artikel 132, negende lid, wordt het overschrijdingsbedrag vastgesteld waarop het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school, die gedurende een of meer jaren van het desbetreffende tijdvak in de gemeente was gevestigd, aanspraak heeft.

Lid 2

Het overschrijdingsbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgeste1ld door het percentage, bedoeld in artikel 132, negende lid, te vermenigvuldigen met het totaal van de ontvangsten van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat is gebaseerd op de bedragen die krachtens de artikelen 115 en 116 voor het desbetreffende tijdvak zijn vastgesteld, met dien verstande dat bij het vaststellen van het totaal van de ontvangsten, bedoeld in voorgaande volzin, de ontvangsten, bedoeld in artikel 115, tweede lid, onderdeel h, voor de exploitatie van ruimen voor het onderwijs in lichamelijke oefening en in verband met de toepassing van artikel 158 buiten beschouwing blijven.

Lid 3

Indien aan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school een deel van de bekostiging is overgedragen door een ander bevoegd gezag, wordt bij het vaststellen van het totaal van de ontvangsten, bedoeld in het tweede lid, dat deel bij genoemde school wel en bij de school van laatstgenoemd bevoegd gezag niet aangemerkt als ontvangsten.

Lid 4

Indien een gemeente voor een niet door de gemeente in stand gehouden school het deel van de bekostiging, bedoeld in artikel 115, tweede lid, onderdelen e, f en k, betrekking hebben, geheel of gedeeltelijk verzorgt, wordt een overeenkomstig deel van de ontvangsten in mindering gebracht op het totaal van de ontvangsten voor de betrokken school waarover het overschrijdingsbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld.

Lid 5

Indien een gemeente gedurende een gedeelte van het desbetreffende tijdvak een of meer basisscholen onderscheidenlijk speciale scholen voor basisonderwijs in stand houdt, wordt voor het vaststellen van het overschrijdingsbedrag, bedoeld in het eerste lid, uitgegaan van het totaal van de ontvangsten van een niet door de gemeente in stand gehouden school over een overeenkomstig gedeelte van het desbetreffende tijdvak.

Artikel 134

Lid 1

Aan het bevoegd gezag van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen wordt een afschrift gezonden van de besluiten van het college van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de mate waarin meer dan wel minder uitgaven worden gedaan, bedoeld in artikel 131, eerste lid, tot verlening van het voorschot, bedoeld in artikel 131, tweede of derde lid, en tot voorlopige en definitieve vaststelling van het overschrijdingsbedrag, bedoeld in artikel 132, achtste en negende lid. De besluiten bevatten een staat van voorzieningen als bedoeld in artikel 132, eerste lid, onderdeel e, waarin per kalenderjaar het verloop van de toevoegingen en de onttrekkingen aan de voorzieningen wordt aangegeven.

Lid 2

De toezending, bedoeld in het eerste lid, geschiedt binnen twee weken na de dag waarop het college van burgemeester en wethouders een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen.

Lid 3

Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school kan tegen een besluit als bedoeld in de eerste lid administratief beroep instellen bij gedeputeerde staten.

Artikel 135

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven voor de verlening van voorschotten op de bekostiging en voor de verrekening van de betaalde voorschotten met het bedrag van de vastgestelde bekostiging of onderdelen daarvan.

Artikel 136

Onze Minister is bevoegd tot verrekening van vorderingen krachtens deze wet van of op het bevoegd gezag van een school met vorderingen van of op Onze Minister krachtens een andere wet.

Artikel 137

In deze paragraaf wordt onder «school» verstaan: basisschool.