Artikel 2.1.4 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Lid 1
Bij verordening kan worden bepaald dat een cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd is voor het gebruik van een algemene voorziening.
Lid 2
Bij verordening kan de hoogte van de bijdrage voor het gebruik van een algemene voorziening worden vastgesteld. Bij die verordening kan de hoogte van de bijdrage per soort voorziening verschillen of kan een korting worden bepaald per in de verordening omschreven categorie van cliënten.
Lid 3
In afwijking van het tweede lid worden bij verordening algemene voorzieningen aangewezen, waaronder in ieder geval die voorzieningen ter compensatie van beperkingen in de participatie of zelfredzaamheid waarbij een duurzame hulpverleningsrelatie wordt aangegaan tussen degenen aan wie een voorziening wordt verstrekt en de betrokken hulpverlener. De hoogte van de bijdrage voor het gebruik van een of meerdere van die aangewezen voorzieningen tezamen bedraagt, onverminderd artikel 2.1.4a, vierde lid, € 19,– per 1 januari 2026 € 21,80 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt en diens echtgenoot tezamen.
Lid 4
Onverminderd het eerste lid en in afwijking van het derde lid kan bij verordening worden bepaald dat de hoogte van de bijdrage, bedoeld in dat lid:
op een lager bedrag wordt vastgesteld;
wordt verlaagd tot nihil voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van cliënten, indien het inkomen over een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven tijdsperiode van de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt en diens echtgenoot tezamen niet meer bedraagt dan een bij verordening vastgesteld bedrag.
Lid 5
Voor het gebruik van de algemene voorziening cliëntondersteuning is geen bijdrage verschuldigd.
Lid 6
De bijdrage, bedoeld in het tweede lid, gaat de kostprijs van de voorziening niet te boven. Bij verordening wordt bepaald op welke wijze de kostprijs wordt berekend.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 2.1.4 Wmo2015 is sinds 2020 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam en Rb. Zeeland-West-Brabant.
- ECLI:NL:RBZWB:2022:1458 — 24-03-2022 Rb. Zeeland-West-Brabant bron
WMO15 - ECLI:NL:RBROT:2021:3140 — 02-04-2021 Rb. Rotterdam bron
Formele rechtskracht facturen CAK. CAK mocht uitgaan van juistheid gegevens gemeente. Toewijzing hoofdsom en WR. Voor toewijzing BIK geen 14-dagenbrief nodig, omdat vordering CAK uit de wet volgt en niet uit een overeenkomst. - ECLI:NL:RBROT:2021:745 — 15-01-2021 Rb. Rotterdam bron
Vordering tot betaling achterstallige premie/eigen bijdrage toegewezen. Gedaagde heeft betalingsbewijzen overgelegd, maar daarna onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij die betalingen gestorneerd heeft. - ECLI:NL:RBROT:2020:10436 — 02-10-2020 Rb. Rotterdam bron
Omdat gedaagde geen bezwaar heeft gemaakt, hebben de beschikkingen van het CAK formele rechtskracht gekregen. De kantonrechter kan de vraag of de beschikkingen inhoudelijk juist zijn niet meer beoordelen. Gedaagde moet € 13.295,83 betalen. - ECLI:NL:RBROT:2020:6236 — 15-05-2020 Rb. Rotterdam bron
Vordering niet-betaalde premie CAK toegewezen. Verweer dat gedaagde een visum had voor het buitenland in die periode slaagt niet.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.