Titel 9.8. Raffinagereductie vervoersbrandstoffen

Artikel 9.8.1.1

In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. afboekrekening: rekening in het register, bedoeld om de naar die rekening overgeboekte raffinagereductie-eenheden te onttrekken aan het aantal beschikbare raffinagereductie-eenheden;

  2. biobrandstof: biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, van de richtlijn hernieuwbare energie;

  3. CO2-equivalent-ketenemissiereductie: de hoeveelheid verminderde broeikasgasuitstoot door de productie, het vervoer, de distributie en het gebruik van hernieuwbare energie, ten opzichte van de fossiele referentiebrandstof, bedoeld in bijlage V van de richtlijn hernieuwbare energie;

  4. energie-inhoud: energie-inhoud als bedoeld in bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie;

  5. hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong: hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong als bedoeld in artikel 9.7.1.1;

  6. inboeker: onderneming die ingevolge artikel 9.8.3.1 bevoegd is om een gebruikte hoeveelheid in zijn raffinaderij gebruikte hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong in het register in te voeren;

  7. inboekfaciliteit: eigenschap van een rekening in het register die de inboeking van gebruikte hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong overeenkomstig artikel 9.8.3.1 mogelijk maakt;

  8. massabalans: een boekhouding die een getrouwe weergave geeft van de in- en uitgaande stromen en voorraad van hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong van een onderneming op een locatie gedurende een bepaalde periode, als onderdeel van een door de raffinaderijhouder gehanteerd vrijwillig systeem;

  9. overboekfaciliteit: eigenschap van een rekening in het register die de overboeking van een raffinagereductie-eenheid mogelijk maakt;

  10. raffinaderij: een technische installatie in Nederland waarin een hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong gebruikt wordt als tussenproduct voor de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof;

  11. raffinagereductie-eenheid: raffinagereductie-eenheid als bedoeld in artikel 9.8.2.1;

  12. raffinaderijhouder: houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns voor minerale oliën voor een raffinaderij;

  13. register: register als bedoeld in artikel 9.8.4.1, eerste lid;

  14. richtlijn hernieuwbare energie:richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);

  15. vrijwillig systeem: door de Europese Commissie erkend vrijwillig systeem voor het certificeren dat een hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong voldoet aan de broeikasgasemissiereductiecriteria als bedoeld in artikel 30, vierde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

Artikel 9.8.2.1

Lid 1

Een raffinagereductie-eenheid vertegenwoordigt één kg CO2-equivalent-ketenemissiereductie.

Lid 2

Een raffinagereductie-eenheid kan uitsluitend in het register gehouden worden.

Artikel 9.8.3.1

Lid 1

Een raffinaderijhouder kan tot 1 maart van enig kalenderjaar inboeken in het register de in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar door hem in zijn raffinaderij gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, gebruikt als tussenproduct voor de productie van een conventionele vervoersbrandstof of van een biobrandstof.

Lid 2

De in te boeken hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong voldoet aan:

  1. de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde broeikasgasemissiereductiedrempels;

  2. de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

Artikel 9.8.4.1

Lid 1

Er is een elektronisch register raffinagereductie-eenheden.

Lid 2

Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit.

Lid 3

Het register bestaat uit de rekeningen, bedoeld in artikel 9.8.4.3.

Artikel 9.8.5.1

Lid 1

De raffinaderijhouder is gecertificeerd volgens een vrijwillig systeem en voert een massabalans over de hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong op zijn raffinaderij.

Lid 2

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de massabalans.

Artikel 9.8.2.2

De artikelen 9.7.3.3 tot en met 9.7.3.7 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat telkens voor «emissiereductie-eenheid» wordt gelezen «raffinagereductie-eenheid».

Artikel 9.8.3.2

Lid 1

Bij ministeriële regeling:

  1. worden regels gesteld over de bepaling van de ingeboekte hoeveelheid gebruikte hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;

  2. wordt bepaald op welke wijze de inboeker aantoont dat is voldaan aan artikel 9.8.3.1;

  3. worden de bij het inboeken te vermelden gegevens bepaald.

Lid 2

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden door de raffinaderijhouder bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het kalenderjaar waarin de inboeking plaatsvond.

Artikel 9.8.4.2

Lid 1

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de werking, organisatie, beschikbaarheid en beveiliging van het register.

Lid 2

Het bestuur van de emissieautoriteit kan voorwaarden voor het gebruik van het register vaststellen.

Artikel 9.8.5.2

Lid 1

Het bestuur van de emissieautoriteit houdt toezicht op een certificeringsorgaan dat namens het vrijwillige systeem in het kader van de naleving van broeikasgasemissiereductiecriteria onafhankelijke audits uitvoert.

Lid 2

Het bestuur van de emissieautoriteit brengt bij vastgestelde non-conformiteit met de broeikasgasemissiereductiecriteria onverwijld het vrijwillige systeem hiervan op de hoogte.

Artikel 9.8.3.3

Lid 1

Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één kg CO2-equivalent-ketenemissiereductie die is ingeboekt in het register één raffinagereductie-eenheid bij op de rekening van de raffinaderijhouder.

Lid 2

De hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong wordt naar beneden afgerond op één kg CO2-equivalent-ketenemissiereductie.

Lid 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de berekening van de CO2-equivalent-ketenemissiereductie.

Artikel 9.8.4.3

Lid [1]

Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de raffinaderijhouder op diens naam in het register een rekening met inboekfaciliteit en overboekfaciliteit.

Lid [2]

Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de leverancier tot eindverbruik, bedoeld in artikel 9.7.1.1, of de onderneming, bedoeld in artikel 9.7.5.3, derde lid, op diens naam in het register een rekening met overboekfaciliteit.

Lid 3

Het bestuur van de emissieautoriteit opent op naam van de partijen, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet meer dan één rekening.

Lid 4

Het bestuur van de emissieautoriteit opent in het register een afboekrekening.

Lid 5

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, bijhouden en beheer van de rekeningen in het register.

Artikel 9.8.3.4

Lid 1

Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ieder jaar op bij ministeriële regeling te bepalen tijdstippen een overzicht van het aantal raffinagereductie-eenheden openbaar.

Lid 2

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het openbaar maken, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9.8.4.4

Lid 1

Het bestuur van de emissieautoriteit kan bij een vermoeden van fraude of misbruik of dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel gestelde eisen voor het hebben van een rekening in het register of voor het gebruik van die rekening:

  1. weigeren een rekening te openen;

  2. een rekening blokkeren;

  3. een rekening opheffen.

Lid 2

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van het eerste lid.

Lid 3

De raffinagereductie-eenheden op een opgeheven rekening vervallen van rechtswege.

Artikel 9.8.3.5

De artikelen 9.7.4.9 en 9.7.4.11 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat telkens voor «hernieuwbare energie» wordt gelezen «hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong» en voor «emissiereductie-eenheid» wordt gelezen «raffinagereductie-eenheid».

Artikel 9.8.4.5

Lid 1

Van het aantal raffinagereductie-eenheden op 1 mei van enig kalenderjaar op de rekening van de partijen, bedoeld in artikel 9.8.4.3, eerste en tweede lid, wordt een gedeelte gespaard ten behoeve van het direct daaropvolgende kalenderjaar.

Lid 2

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het gedeelte dat gespaard kan worden.

Lid 3

De raffinagereductie-eenheden die niet worden gespaard, vervallen van rechtswege.

Artikel 9.8.3.6

Lid 1

De raffinaderijhouder overlegt voor 1 mei van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin hij de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong in zijn raffinaderij heeft gebruikt aan het bestuur van de emissieautoriteit een verklaring van een verificateur waaruit blijkt dat is voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 9.8.3.1 en 9.8.3.2 gestelde eisen.

Lid 2

De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.

Lid 3

De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.

Lid 4

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld aan de verificateur en de verificatie.

Artikel 9.8.3.7

Lid 1

Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register door de raffinaderijhouder van een gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong of de verificatie, bedoeld in artikel 9.8.3.6, kan het bestuur die hoeveelheid tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.

Lid 2

Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de raffinaderijhouder te veel raffinagereductie-eenheden heeft ontvangen voor de gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, wordt het aantal raffinagereductie-eenheden dat die raffinaderijhouder te veel heeft ontvangen, afgeschreven van zijn rekening in het register.

Lid 3

Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de raffinaderijhouder te weinig raffinagereductie-eenheden heeft ontvangen voor de gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, wordt het aantal raffinagereductie-eenheden dat de raffinaderijhouder te weinig heeft ontvangen, bijgeschreven op zijn rekening. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.8.4.5.

Lid 4

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en derde lid.

Lid 5

Indien het aantal raffinagereductie-eenheden op de rekening van de raffinaderijhouder als gevolg van de toepassing van het tweede lid leidt tot een negatief saldo aan raffinagereductie-eenheden, vult hij het tekort binnen drie kalendermaanden aan.