Artikel 9.8.3.7 Wet milieubeheer

Lid 1

Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register door de raffinaderijhouder van een gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong of de verificatie, bedoeld in artikel 9.8.3.6, kan het bestuur die hoeveelheid tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.

Lid 2

Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de raffinaderijhouder te veel raffinagereductie-eenheden heeft ontvangen voor de gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, wordt het aantal raffinagereductie-eenheden dat die raffinaderijhouder te veel heeft ontvangen, afgeschreven van zijn rekening in het register.

Lid 3

Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de raffinaderijhouder te weinig raffinagereductie-eenheden heeft ontvangen voor de gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, wordt het aantal raffinagereductie-eenheden dat de raffinaderijhouder te weinig heeft ontvangen, bijgeschreven op zijn rekening. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.8.4.5.

Lid 4

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en derde lid.

Lid 5

Indien het aantal raffinagereductie-eenheden op de rekening van de raffinaderijhouder als gevolg van de toepassing van het tweede lid leidt tot een negatief saldo aan raffinagereductie-eenheden, vult hij het tekort binnen drie kalendermaanden aan.